Bijna doodervaring

Een megablockbuster als World War Z trekt aandacht. Dat is regisseur Marc Forster gewend. Maar de negatieve publiciteit die hij over zich heen kreeg, nog voordat iemand de film had gezien, veroorzaakte de nodige stress.

'Stressvol', noemt Marc Forster het. De regisseur van World War Z doelt níet op het werken met een budget voor een zombiefilm dat naar verluidt bijna de 200 miljoen dollar aantikt. Ook niet op het regisseren van superster Brad Pitt. In zijn rol van gewone, blondgelokte VN-medewerker gaat hij talloze zombies te lijf, maar tegelijk droeg Pitt namens zijn filmbedrijf Plan B de producentenpet, en mocht hij dus mede bepalen hoe de miljoenen werden besteed.


Ook voelde Forster geen stress toen hij noodgedwongen bij de filmstudio aanklopte om het einde van World War Z opnieuw te filmen, waarbij een grote, peperdure actiescène vrijwel volledig in de prullenbak verdween. Twee nieuwe scenarioschrijvers werden aangetrokken. Daarmee kwam het aantal gerenommeerde scenaristen die het gelijknamige boek uit 2006 van horrorauteur Max Brooks bewerkten op vier te staan.


Het stressvolste noemt hij de storm van negatieve publiciteit die hij en zijn film over zich heen kregen, nog voor iemand meer had gezien dan enkele scèneflarden uit de trailer. 'Het voelde alsof we een schietschijf waren', zegt hij tijdens een interview met vier journalisten in een hotel in Berlijn.


Forster (43) werd geboren in Duitsland, groeide op in Zwitserland, studeerde vanaf zijn twintigste film in New York en verhuisde na afloop naar Los Angeles. Hij brak door met het drama Monster's Ball, dat hoofdrolspeelster Halle Berry de befaamde eerste Oscar voor een donkere actrice in de Oscargeschiedenis opleverde. Daarna maakte hij onder meer relatief kleine films als Finding Neverland, Stranger than Fiction en de verfilming van de bestseller De Vliegeraar. World War Z is zijn tweede megablockbuster, na Bondfilm Quantum of Solace uit 2008.


Een megablockbuster trekt aandacht, weet Forster inmiddels. Die kan soms zomaar zeldzaam negatief zijn. De regisseur wijst onder meer op het grote coververhaal in Vanity Fair, van afgelopen juni. Daarin veegde een journaliste alle smeuïge verhalen (een Hongaarse antiterrorisme-eenheid nam 85 werkende machinegeweren in beslag die gebruikt moesten worden voor de opnamen in Boedapest) en sappige anekdotes (Forster en Pitt zouden niet meer met elkaar praten) bij elkaar tot een spectaculair verhaal.


Dat verhaal is volgens Forster niet of nauwelijks op feiten gebaseerd. 'Ik zou zeggen dat ze nogal overdreven waren', zegt hij. 'Ik hoop dat we de mensen die deze artikelen schreven met de film het tegendeel kunnen bewijzen.'


Eens in de zoveel tijd hangt het in Hollywood in de lucht, zo'n ietwat ongrijpbare, negatieve geruchtenstroom rond een film die nog niemand heeft gezien. Over de kwaliteit van de uiteindelijke film zegt dat vaak niets; tegenover beruchte flops als Heaven's Gate (epische western van Michael Cimino uit 1980) en Waterworld (postapocalyptische toestanden op het water met Kevin Costner, 1995) staan films als Jaws, Star Wars en Titanic, die ondanks vergelijkbare productionele horrorverhalen vooraf uitgroeiden tot onbetwiste klassiekers.


Opvallend is ditmaal dat een megablockbuster ook in 2013 (waarin uit de kluiten gewassen pr-teams de film met vaste hand via diverse publiciteitsevenementen naar de première leiden, terwijl de journalistiek zich schikt in opgelegde recensie-embargo's) ten prooi kan vallen aan zo'n Wet-van-Murphy-verhaal.


Desondanks oogt Forster onaangedaan. Hij verweert zich kalm en bedeesd, met een stemvolume dat je niet verwacht bij iemand met zijn boomlange postuur. Maar de wil om zijn versie van het verhaal te vertellen is sterk. 'Wanneer een verhaal op papier staat, is het heel moeilijk het effect ervan terug te draaien. Jullie weten hoe het werkt, jullie zijn zelf journalisten. Mensen geloven wat ze willen geloven, daar heb ik geen invloed op. Het enige dat ik kan doen is proberen om het recht te zetten door mijn ervaringen te delen.'


Een paar voorbeelden, dan. Het eerste negatieve verhaal werd in de winter van 2011 in Boedapest geschreven, waar de wapens in beslag werden genomen. 'Nergens las je dat het geen echte wapens waren. Het was een faux pas van de politie, we kregen ze na afloop terug voor onze opnamen, maar na die inval schakelde de politie wel direct de pers in. Vervolgens realiseerden ze zich dat er een fout was gemaakt, maar ze vonden het gênant om toen ook de pers in te schakelen.'


Vanity Fair citeerde ook scenarist Joseph Michael Straczynski, die de eerste versie van het scenario schreef, met de bewering dat Forster meer actie in zijn film wilde. Onzin, aldus de regisseur. 'Dat is nooit mijn wens geweest, laat staan dat ik het ooit tegen hem heb gezegd. Het enige dat ik in zijn versie graag aangepast zag waren de flashbacks, omdat ze de spanning uit het verhaal haalden.'


Dat vervolgens Matthew Michael Carnahan werd aangetrokken om het verhaal verder uit te werken en Damon Lindelof en Drew Goddard, die beiden naam maakten als schrijvers van de tv-serie Lost, een nieuw einde moesten bedenken, duidt niet direct op chaos tijdens de opnamen, zegt Forster.


'Veel grote Hollywoodfilms trekken drie tot tien scenaristen aan. Zelfs bij de oude klassiekers, zoals Gone With the Wind, gebeurde dit. Het is niet zo verwarrend als het lijkt. Twee schrijvers werkten voor World War Z aan de film zoals hij werd gedraaid. Damon en Drew hadden het einde in hun hoofd zoals ik het graag wilde. Ze hadden het beter in hun vingers. Ik ken schrijvers die een volledig scenario schreven en daarvan in de uiteindelijke film slechts één stukje dialoog terugzagen. Dit was nog vrij gewoontjes.'


De slotscène werd gefilmd na de eerste periode van 84 draaidagen. Van het oorspronkelijke reusachtige slotgevecht, geschoten in Boedapest, hebben slechts enkele flarden de uiteindelijke film gehaald. Nu reist Pitt naar een afgelegen medisch lab in Wales, waar hij een antigif voor het zombievirus hoopt te vinden.


'We hebben het oorspronkelijke einde nooit uitgeprobeerd', zegt Forster. 'Tegen mijn producers zei ik na de eerste opnamen dat ik een rustiger en bedachtzamer einde wilde, zoals veel van mijn andere films. Ik wilde geen film maken zoals iedere andere blockbuster: alles groter richting het einde, meer explosies. Een bedachtzamer slot is interessanter. Brad was het met mij eens, de overige producenten ook, en we stelden het samen voor aan de studio. Ze waren in eerste instantie niet zo happig: en dat slotgevecht dan? Uiteindelijk won ik ze voor mij. Ik kreeg twintig extra dagen om het einde opnieuw te filmen. Ik ben tevreden met het resultaat; dit is de film die ik wilde maken.'


Natuurlijk, de nieuwe opnamen betekenden olie op het vuur voor de criticasters. Maar ook hier wijst Forster op positieve voorbeelden uit de filmgeschiedenis. 'Woody Allen ruimt in het budget van al zijn films twee weken in voor een reshoot. Alle grote filmmakers, Bergman, Fellini, filmden ooit delen van hun films opnieuw. Ik denk dat het een betere film kan opleveren.'


De vrijheid die hij bij het maken van World War Z ondervond, viel hem alleszins mee. 'Mijn Bondfilm was een geval apart, daar heb je alleen te maken met Barbara Broccoli, zij is de eigenaar van de franchise, zij nam de beslissingen. Bij deze film ging het erom dat ik mijn ideeën voortdurend zo duidelijk mogelijk overbracht. Wanneer je voor dit soort bedragen een film maakt, worden de geldschieters nogal eens nerveus, ze willen hun investering niet kwijtraken, dus werkte ik veel met pre-visualisaties. Elke scène, elk shot, tekende ik voor ze uit, zodat ik zeker wist dat ik de juiste regisseur was om de film te maken.'


Ook kon hij op zoek naar zijn eigen zombies en 'eigen zombietaal'. 'Ik bestuurde de beweging van mensen tijdens een epileptische aanval, het bijten keek ik af van Duitse Herders. Als kind was ik al gefascineerd door beelden van zwermen vogels en vissen, dat wilde ik toepassen op zombies. Een letterlijke tsunami van zombies, dat leek mij geweldig. Er zijn uiteraard fans met bepaalde specifieke voorkeuren, maar ik was vooral op zoek naar mijn eigen versie van bestaande zombieregels.'


De grootste leugen die over zijn film is geschreven? 'Brad en ik zouden niet meer met elkaar praten. Maar we hadden nooit last van miscommunicatie op de set. Zijn rollen als acteur en producent scheidde hij uitstekend, we bleven altijd met elkaar in gesprek. Ik sprak Brad gisteravond nog. We hadden het over de première in Parijs, hoe tevreden we daarover waren. We zien elkaar vanavond weer.'


Inmiddels ziet Forster de lol ervan in. 'Je weet wat ze zeggen: there's no such thing as bad publicity. Misschien kopen mensen nu een kaartje om te kijken wat er allemaal mis is met deze film.' De vooruitzichten zijn voorlopig aardig. In het Amerikaanse openingsweekend verdiende de film ongeveer een derde van zijn budget terug.


Als de publiciteitsmedewerker verzoekt om het interview af te ronden, zegt de Hongaarse journalist aan tafel: 'Sorry voor het gedoe in Boedapest.' Forster schudt zijn hoofd en lacht: 'Nee, nee, ik houd van Boedapest.'





Twee Hollanders op de set


In World War Z zijn twee bijrollen voor Nederlandse acteurs weggelegd. Michiel Huisman is een militair, Ludi Boeken, een in Parijs woonachtige producent zonder acteerervaring, speelt de Mossadbaas die Pitt bijstaat tijdens de zombiebelegering van Jeruzalem. Forster: 'Ik vond Michiel Huisman heel goed in de tv-serie Treme, zijn accent werkt ook heel goed voor zijn rol. Ludi Boeken kende ik als producent. Ik zei tegen hem: je ziet er perfect uit voor de rol, waarom probeer je het niet gewoon bij mijn castingregisseur? Hij is weliswaar geen acteur, maar hij deed het fantastisch.' (Foto AFP)

Meer over