Nieuws

Bijna 80 jaar na dato: onderzoek naar scheepsramp met Van Imhoff, waarbij 411 Duitse opvarenden omkwamen

Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) gaat op aandrang van advocaat Liesbeth Zegveld onderzoek doen naar de toedracht en de nasleep van de ondergang van het vrachtschip Van Imhoff, op 18 januari 1942. Nadat het schip in Indonesische wateren door de Japanse luchtmacht tot zinken was gebracht, liet de bemanning de Duitse opvarenden aan hun lot over. 411 van hen kwamen om het leven. Al in de jaren vijftig merkte de rechtsgeleerde Bert Röling de handelwijze van de Nederlanders aan als oorlogsmisdrijf.

Stoomschip 'Van Imhoff’. Beeld Collectie Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen
Stoomschip 'Van Imhoff’.Beeld Collectie Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen

Pogingen om Nederland tot erkenning van schuld te bewegen, waren tot nog toe zonder resultaat gebleven. De reportage die programmamaker Dick Verkijk in 1965 over de affaire maakte, werd verdonkeremaand. Duitse verzoeken om rechtsherstel stuitten in Nederland op onwil en verontwaardiging. Pas met de uitzending van de driedelige televisiedocumentaire De Ondergang van de Van Imhoff, in 2017, kwam de zaak alsnog in de belangstelling te staan. In 2019 ging advocaat Liesbeth Zegveld namens enkele nabestaanden van de slachtoffers in gesprek met Defensie over een vorm van rechtsherstel. Die inspanningen hebben in het toegezegde onderzoek geresulteerd. Zegveld toont zich daar tevreden over. ‘Voor de nabestaanden is het belangrijk dat Defensie haar verantwoordelijkheid neemt. Op juridische procedures zitten zij echt niet te wachten.’

Duitse ingezetenen

De slachtoffers op de Van Imhoff waren Duitse ingezetenen van voormalig Nederlands-Indië. Sommigen hadden daar al decennia geleefd, anderen hadden zich er in de jaren dertig gevestigd om aan het nazibewind in hun moederland te ontkomen. Op 10 mei 1940, toen nazi-Duitsland Nederland binnenviel, werden de 2.300 Duitsers in Indië onteigend en geïnterneerd. Na de Nederlandse oorlogsverklaring aan Japan, in december 1941, werden zij overgebracht naar Brits Indië. De Van Imhoff, eigendom van de Koninklijke Paketvaart-Maatschappij KPM, was een van de schepen die bij deze transporten waren betrokken.

De 477 Duitse opvarenden waren benedendeks opgesloten in vergrendelde kooien. Kort na vertrek uit de kustplaats Sibolga (Sumatra) werd de Van Imhoff getroffen door een torpedo die door een Japans gevechtsvliegtuig was afgeworpen. De bemanning verliet het schip na de Duitse opvarenden een bos met sleutels van hun kooien te hebben toegeworpen. Van hen wisten slechts 66 zich op een reddingsboot in veiligheid te brengen. De kapitein van het KPM-schip Boelongan, die op de noodsignalen van de Van Imhoff was afgekomen, weigerde echter hen aan boord te nemen. Naderhand beriep hij zich op instructies van zijn superieuren. De KPM-vloot stond destijds onder commando van de Koninklijke Marine.

Meer over