BIJLMERTORIES

Adai Prempeh is moe. Opgestaan om half vijf in de ochtend, om half zes bij de bushalte, om zes uur op het werk: het gebouw van PTT Post schoonmaken....

Waar in de ordeloosheid van de verhuizing vindt hij zijn nette broek?

Om half zeven zit Adai als een van de eersten in een klaslokaal van het Amsterdam College voor Volwassenen. Nog gauw even de les doorkijken. Om kwart voor zeven neemt juf Anita Luyendijk het huiswerk in. Adai heeft zich in zijn opstelletje afgevraagd hoe het in Nederland geregeld is met vrouwen die huwen en weer scheiden. Welke naam krijgt ze als ze trouwt, welke als ze scheidt? En de kinderen uit zo'n huwelijk: welke naam dragen die?

Adai stelt die vragen niet zomaar. Ze zijn brandend actueel voor hem (en voor veel Ghanezen in de Bijlmer). Hij wil zijn twee kinderen uit Accra laten overkomen naar Nederland, hij heeft ze al een jaar of vier niet meer gezien, en hij en Hetty Ketelaar willen graag trouwen met elkaar.

Beide verlangens zijn in principe vervulbaar, want Adai verblijft legaal in Nederland. Maar de kneep zit hem in de papieren die de Nederlandse autoriteiten wensen. In Ghana worden geboorte, naamgeving en huwelijk met jenever bezegeld en nauwelijks schriftelijk vastgelegd, echtscheiding ook niet. Bovendien krijgt een Ghanees in de opeenvolgende fasen van zijn leven verschillende namen.

De Nederlandse overheid wil het sinds vorig jaar allemaal precies gedocumenteerd hebben. Voor elke aanvraag tot bijvoorbeeld gezinshereniging of huwelijk, in het geval van Adai, is een verificatie-onderzoek noodzakelijk in Ghana. Dat is behalve kostbaar ook omslachtig. Vaak moeten getuigen uit verweg-dorpen daarvoor reizen naar de Nederlandse ambassade in Accra, dagen wachten, een week later nog eens terugkeren. En namens de ambassade reist iemand naar het verweg-dorp om een grootvader of de dominee of de burgemeester te laten getuigen dat Adai inderdaad getrouwd èn gescheiden is van die en die, en dat uit het huwelijk inderdaad die en die kinderen geboren zijn.

Jonge juf Anita Luyendijk geeft dictee. Zinnetjes met verneukeratieve d's en t's en dt's in de werkwoordsvormen. 38 internationale leerlingen schrijven. Ze zijn gekleed alsof ze op visite kwamen. Enkelen noteren de gedicteerde zin op het bord. Een Poolse man: 'Ik rij veel auto en vint het erg om te zien als een ongeluk gebeurd.' Ghanese Adai: 'Gisteren zag ik dat er ongeluk was gebeurt op de A2.' Een Marokkaanse jonge vrouw: 'De man antwoorde niet deudelijk.'

Juf Luyendijk legt 't kofschip uit en hoe het zit met de stam plus t en stam plus de. 'Gewoon de regel leren en onthouden.' Adai kreunt.

Juf Luyendijk laat een tekst lezen en bespreken over de omstreden bontindustrie. Adai zegt: 'Ik ben voor de bonte jas. Anders teveel dieren in de zee.' Helemaal fout vindt een Italiaanse vrouw: 'Bepaalde dieren zijn bijna op. Eh, hoe zeg je dat?' Juf Luyendijk: 'Uitgestorven.' De Pool: 'In Polen is de bonte jas noodzakelijk. Tegen de kou, als je op de tram moet wachten of de bus.'

Het gesprek komt op het doodmaken van dieren en vegetarisch eten. 'Hebben jullie wel eens van groene slagers gehoord', vraagt juf Anita. Nee.

Adai Prempeh (44, roepnaam Brother of Bro) leert Nederlands omdat hij later een cursus wil doen om een zaak te beginnen. 'Je weet welke mussen in Turkije overleven, hè?' zei Hetty Ketelaar (42). 'Gümussen.' Adai wil iets in de handel, im- en export op Ghana of zoiets, en zijn kinderen naar Nederland.

Sietse van der Hoek

Meer over