Bijlmer is geen ideale smeltkroes, maar 'glorieuze mozaïek' van mensen met dezelfde belangen; Cultuur van mutatie, verandering en overgang

Volkskrant-journalist Sietse van der Hoek verbleef anderhalf jaar in Amsterdam-Zuidoost om verslag te doen vanuit een qua bevolkingssamenstelling en stedelijke problematiek uniek stuk Nederland....

SIETSE VAN DER HOEK

Van onze verslaggever

Sietse van der Hoek

BIJLMER

De Bijlmer, zegt men, is de proeftuin voor de multiculturele samenleving in Nederland. Die lijkt even zichtbaar wanneer in lunchtijd het bank- en verzekeringswezen de nabije kantoren verlaat voor een bordje warm eten of een exotisch broodje in De Amsterdamse Poort. Een allerfleurigste mensenmengeling van bruin, beige, blank en zwart.

Maar 's avonds, het kantoorvolk per auto of trein naar elders afgereisd en de winkels gesloten, is De Poort leeg en doods. Door de aanpalende EF-buurt zwerven junks. Langs de Daalwijkdreef bejubelen Afrikanen in ruimtes onder parkeergarages dansend hun Lord. Op Ganzenhoef rumoeren Surinaamse Creolen in hun clubs Siri, Isos en de Bolletrie, spelonken onder de parkeergarage. Rond Kraaiennest proberen Antilliaanse jongens hun straatcultuur in stand te houden, of zakken even af naar Otrobanda. Aan de overkant van de Karspeldreef treffen Ghanezen elkaar bij de parkeergarage Kralenbeek. In Vikaash komen Surinaamse Hindoestanen bijeen. In de flatsociëteit van Kikkenstein en het café van Hofgeest zitten uitsluitend blanke Nederlanders aan de bar.

Multi-etnisch is de Bijlmer zeker. Met behalve bovengenoemde ook nog betekenisvolle bevolkingsgroepen als die van de Dominicanen, Pakistani, Afghanen, Ethiopiërs, Nigerianen, Marokkanen - tot een totaal van zeventig geregistreerde nationaliteiten en ruim honderd culturen.

Maar multicultureel? In de betekenis van het uit Canada en de Verenigde Staten overgewaaide, door de burgerrechtenbeweging geïnspireerde samenlevings-

ideaal? Een ideaal waarin verschillende culturele groepen gelijkwaardig aan elkaar zijn, respect voor elkaar hebben en dat tonen door belang te stellen in elkaars afkomst, geschiedenis, taal, voeding, kleding, religie, waarden en normen. Niet een ideaal van de smeltkroes, maar, in de woorden van de Amerikaanse Harvard-hoogleraar Nathan Glazer, 'van de saladeschotel of het glorieuze mozaïek, waarin elk etnisch en raciaal bestanddeel van de bevolking zijn onderscheid behoudt'.

Zo'n koninkrijk der hemelen op aarde, en dat in de Bijlmer? Een wijk gebouwd als slaapstad, waar veel te grote flats in een desoriënterende zee van groene ruimte staan. Waar straatleven ontbreekt omdat de Bijlmerwegen niet bedoeld zijn voor menselijk oponthoud (terwijl nota bene de meerderheid van de bewoners afkomstig is uit streken waar het samenleven zich vooral buiten afspeelt).

Een wijk waar 40 procent van de beroepsbevolking werkloos is en 43 procent afhankelijk van een uitkering, waar dus nauwelijks middenklasse bestaat. Een wijk waar op de basisscholen de klassen in één schooljaar 30 procent van samenstelling veranderen. Waar zoveel verhuisbewegingen zijn dat om de zes jaar de gehele bevolking statistisch gezien is doorgestroomd.

Als er iets is wat de mensen in de Bijlmer gemeen hebben is het, behalve de hoop op een beter leven, een cultuur van mutatie, van verandering en overgang.

Precies dertig jaar geleden werd de eerste woning in de Bijlmer opgeleverd, in 1975 de voorlopig laatste. Toen stond er een kunstwerk, het grootste ter wereld. De materialisatie van een radicaal modernistisch stedenbouwkundig ideaal: het grand ensemble van een functionele woonstad met grote flatgebouwen voor het middenklassegezin in het licht en de ruimte van de Amsterdamse polder en te midden van uitgestrekt autovrij groen. Een stad voor de nieuwe, collectivistische mens.

Vanuit de lucht gezien is de Bijlmer een prachtige abstract geometrische compositie, 'een concept zo sterk als Stonehenge', volgens Rem Koolhaas. Maar op de grond bleek al gauw dat de meeste mensen het kunstwerk niet om in te leven vonden. Nou gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat door bezuinigingen en tekortkomingen in de industriële hoogbouwtechniek er nogal wat concessies gedaan moesten worden aan de oorspronkelijke opzet. Als gevolg waarvan het geheel nog monotoner werd en het dagelijks leven moeizamer.

Vanaf de wording was het ontwerp dan ook al omstreden. Annie M. G. Schmidt dichtte:

Eens was het een woestenij

nu is het een betonnen wijk;

Met duizend huizen op een rij

en allemaal gelijk.

Toch gold de nieuwe satelliet van de metropool Amsterdam in het begin even als hip en progressief. Het daverende filmduo De la Parra en Verstappen situeerde Blue Movie in een Bijlmer flat. Maar de beoogde bewoners, gezinnen uit de midden-inkomensgroepen, verruilden in onvoldoende mate hun goedkope woningen in de binnenstad tegen de duurdere maar veel ruimere flats in de Bijlmer. Of hielden het na korte tijd in Zuidoost voor gezien en verhuisden door naar Lelystad, Purmerend en Almere.

Zodat al in de jaren zeventig zich aanmerkelijke leegstand voordeed en bijvoorbeeld alleenstaanden en homoparen vrij gemakkelijk een woning konden krijgen in de Bijlmer. En Surinamers, die rond 1975 voor de onafhankelijkheid van hun land uitweken naar Nederland. Deze Bijlmer Expres is daarna op Schiphol blijven landen. Met meer Surinamers, en Antillianen en later Dominicanen, Ghanezen, andere Afrikanen, asielzoekers. Voor de meesten van hen is de Bijlmer een doorgangsoord, een toegangspoort tot de Amsterdamse woningmarkt. Hopen ze.

Om dit eindeloze proces van 'doortrek' te stoppen, om te voorkomen dat de Bijlmer werkelijk een getto wordt van mensen die zich niet iets beters kunnen permitteren, besloot de overheid in 1992 tot een grootscheepse verbouwing en vernieuwing. Ook het bedrijfsleven dat aan de rand van de roemruchte wijk expandeerde, onderdeel van een economisch kerngebied met de Arena en nog nieuwere torens van Babel in het verschiet, heeft belang bij een ordentelijke buurt.

Een kwart van de flats is bijna gesloopt en maakt plaats voor laagbouwwijken, halfhoge dreven veranderen in stadsstraten, de utopische Bijlmer wordt deels getransformeerd tot een beetje 'gewone' wijk, een compacte stad waar ook mensen willen blijven wonen als het ze beter gaat.

Inmiddels is die stad een blaka foto geworden, een zwarte stad met een zwarte burgemeester, waar de blank-autochtone Nederlanders een etnische minderheid onder de minderheden zijn. Er zit iets in die polder ten zuidoosten van Amsterdam wat verleidt tot het absolute ideaal. De multiculturele samenleving is het nu.

'De Bijlmer', schreef Ole Bouman ter inleiding van het geheel aan de Bijlmer gewijde nummer van het architectuurblad Archis, 'verteert de geschiedenis zoals maar weinig steden dat kunnen: plotselinge demografische golfbewegingen, maatschappelijke tweedeling, verkeersrampen, bestuurlijk onvermogen, financieel wanbeheer, stijgende criminaliteit; het is in de Bijlmer allemaal in verhevigde vorm aan de oppervlakte gekomen. Tegelijkertijd is het ook de Bijlmer waar deze problemen op een of andere wijze altijd beheersbaar zijn gebleven. Deze stad vertoont een veerkracht die het juist van alle negativiteit moet hebben om tot haar recht te komen.'

Dit is de laatste aflevering in deze serie.

Meer over