Bij visie op universiteit hoort ook budget

Sinds hun bestaan (en dat is voor sommige universiteiten in ons land al eeuwen) worden met regelmaat vragen naar het wezen van de universiteit gesteld. Dat zijn legitieme vragen die ook weer iedere keer andere antwoorden opleveren, al naar gelang de tijd waarin ze worden gesteld.

Paul van der Heijden

Professor Sent stelde hier aan de orde dat in de universiteiten de dienst teveel wordt uitgemaakt door de managers in plaats van door de wetenschappers, en dat er te weinig middelen beschikbaar zijn voor fundamenteel onderzoek (Opinie & Debat, 5 november).


Dat leverde een reactie op van Wim Agterof (O&D, 1 november) die meldde dat wetenschappers die vragen om meer geld voor fundamenteel onderzoek vergeten dat het fundamentele onderzoek maatschappelijk lang niet altijd nuttig is, en daarom eerder te vergelijken met gesubsidieerde kunst. Hij pleitte ervoor om het bedrag dat de overheid uittrekt voor fundamenteel onderzoek te verlagen ten faveure van toegepast onderzoek.


Ondertussen is de rauwe werkelijkheid dat er voor onderzoek aan de universiteit door het nieuwe kabinet minder middelen ter beschikking worden gesteld, en dat voor het onderwijs aan de universiteit van de studenten een fors grotere financiële bijdrage wordt gevraagd.


De meest recente en meer omvattende visie op het hoger onderwijs, inclusief de universiteiten is van de hand van de commissie onder voorzitterschap van oud-minister Cees Veerman. Voor het antwoord op de vraag wat een universiteit nu eigenlijk is en wat ze zou moeten zijn, is een krantenstuk te kort en zij daarnaar verwezen. Maar er vallen wel aan de hand van de huidige stand van zaken een paar dingen kort over te zeggen. Een universiteit is vooral een combiversiteit.


Hoe zit dat? De universiteit is voor wat betreft de opleiding van studenten een combinatie van opleiding én Bildung, het oude op Von Humboldt terug te voeren begrip dat een universiteit naast kennisoverdracht ook aan vorming hoort te doen.


De universiteit is een combinatie van opleiding én onderzoek. Zowel in de bachelorfase als in de masterfase wordt aan universitaire studenten bijgebracht dat de stand van de wetenschappelijke kennis voorlopig en relatief is, dat er voortdurend nieuwe vragen worden gesteld, kritische vragen aan the state of the art, die weer kunnen resulteren in nieuwe inzichten. Fundamenteel onderzoek is daarbij onontbeerlijk.


De universiteit is een combinatie van fundamenteel en toegepast onderzoek. Dat heeft te maken met de grote verschillen tussen disciplines die aan universiteiten worden bedreven, en het heeft te maken met de verschillende kanten die je met een bepaalde discipline op kunt. Van de natuurkunde wordt op veel universiteiten zowel de fundamentele kant als de toegepaste kant bestudeerd. Beide zijn even noodzakelijk voor het verkrijgen van verder inzicht en voor het maatschappelijke belang ervan.


Universiteiten zijn een combinatie van wetenschap en business. Bij steeds meer universiteiten in Nederland, Leiden was de eerste, zijn Science Parks ontstaan. In een Science Park vindt een combinatie plaats van fundamentele wetenschap, toegepaste wetenschap, start up-bedrijven, en tal van andere activiteiten die tot het domein van de business behoren. Het bekendste voorbeeld is vermoedelijk het beursgenoteerde bedrijf Crucell dat op het Biosciencepark in Leiden is ontstaan, vanuit de universiteit.


De universiteit is een combinatie van universiteit en multiversiteit. Binnen de universitaire muren worden nog steeds voortvarend en enthousiast monodisciplinaire studies gedaan. Die zijn evenzo hard nodig als de multidisciplinaire studies die meer en meer en vogue zijn en komen. Maatschappelijke verschijnselen die wetenschappelijk worden bestudeerd om te helpen bijdragen aan een oplossing doen zich zelden monodisciplinair voor, meestal is daarvoor een multidisciplinaire benadering vereist.


De universiteit is een combiversiteit, omdat er zowel lokaal als op wereldschaal wordt gewerkt. Universiteiten zijn ingebed in de regio waar ze zijn gevestigd, in de stad waarvan ze deel uitmaken. Maar van oudsher zijn universiteiten per definitie internationaal, omdat wetenschap internationaal is.


In de eerste eeuw van zijn bestaan was de studentenpopulatie in Leiden voor de helft van niet-Nederlandse, internationale afkomst. In de huidige geglobaliseerde wereld is de universiteit 'glokaal', zowel lokaal als globaal te beschouwen. Alle universiteiten hebben intensieve contacten met andere universiteiten over de hele wereld. Wetenschappers wisselen hun kennis uit met collega's en vormen academische gemeenschappen die alle grenzen overschrijden.


Ten slotte is de universiteit via haar alumni sterk verbonden met en vertakt in de samenleving. De volgende stap zal zijn dat van hen - net als van de cultuursector - een substantiële financiële bijdrage wordt gevraagd om hun universiteit staande te houden in de internationale competitie.


Universiteiten hebben zo bezien vele en indringende functies, zijn onmisbaar om de komende generaties van de kennis te voorzien die nodig is om de samenleving te laten bloeien. Tegelijkertijd leven de universiteiten al jaren in een financieel guur klimaat, terwijl de waardering van de samenleving ver te zoeken is, in ieder geval niet tot uitdrukking komt in de openbare uitingen van degenen die daarvoor verantwoordelijkheid dragen.


In een Europees onderzoek waarin aan burgers van Europese landen werd gevraagd of ze van oordeel waren dat er meer geld naar de wetenschap moest, stond Nederland onderaan het lijstje van landen waar die vraag bevestigend werd beantwoord. Nederlandse burgers vonden dat niet belangrijk. Universiteiten in Nederland hebben weinig vijanden, maar al helemaal weinig vrienden.


Dat is jammer en hopelijk voor verandering vatbaar. Aan de universiteiten wordt door veel mensen van alle generaties en van gemengde internationale afkomst hard gewerkt aan de kennissamenleving. Het belang ervan wordt in tal van beleidsstukken positief beschreven en door tal van belangrijke adviesorganen van de regering stevig onderschreven.


Het nieuwe kabinet heeft in het regeerakkoord opgeschreven dat het de visie van commissie Veerman wil implementeren. Daar staan de universiteiten van harte achter, er daarbij natuurlijk wel op wijzend dat bij deze visie ook een budget hoort.


Waar geen visie is, komt het volk om. Waar geen budget is, moet je voor een dubbeltje niet verwachten op de eerste ranking te komen.


Paul van der Heijden

Paul van der Heijden is rector magnificus en voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit Leiden. Universiteiten zijn onmisbaar voor de bloei van de samenleving, maar krijgen niet de navenante waardering.


Meer over