Bij verkeersongeval zit de duivel in de details

Geen celstraf voor de man die de 13-jarige Donnie Rog doodreed, vindt het OM. Het strafrecht in verkeerszaken kan voor nabestaanden voelen als willekeur.

TEKST ELSBETH STOKER FOTO GUUS DUBBELMAN

Vandaag doet de rechter uitspraak in de zaak van Donnie Rog. Deze 13-jarige jongen uit Scheveningen werd vorig jaar juli doodgereden door de 21-jarige Milen Y. De Bulgaarse automobilist reed door, maar meldde zich later op het politiebureau.

Volgens het Openbaar Ministerie is in deze zaak een gevangenisstraf niet op zijn plaats. Daarom eiste de aanklager een werkstraf van 240 uur en mag Y. 3 jaar niet rijden. Tot frustratie van de ouders van Donnie. Vorige week ging vader Anton Rog woedend de verdachte te lijf in de rechtszaal - met tientallen vrienden, familieleden en buurtgenoten in zijn kielzog. Moeder Miranda plaatste de foto van Y. op internet.

Is de klacht van de familie Rog over de strafeis terecht? En waarin verschilt deze zaak met die van bijvoorbeeld cabaretière Floor van der Wal? De zaken lijken zo op het eerste gezicht sterk op elkaar: in beide gevallen reed de dader te hard en werd het slachtoffer in de hulpeloze toestand achtergelaten. De chauffeur die Van der Wal in 2011 doodreed in Amsterdam, kreeg echter een celstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Wat Theo de Roos, emeritus hoogleraar strafrecht, betreft vallen verkeerszaken in de moeilijkste categorie strafzaken. Was het kruispunt overzichtelijk? Is te achterhalen hoe hard de verdachte reed? Hoe was het weer? En hoe gedroeg het slachtoffer zich in het verkeer? 'Bij elke verkeerszaak moet je je de vraag stellen: valt de veroorzaker van het ongeval iets te verwijten en zo ja, wat?', voegt de Haagse officier van justitie Wouter Bos toe. 'We werken niet met standaardlijstjes. Het hangt heel erg af van de situatie.'

Fatale verkeersongevallen zijn te onderscheiden in vijf categorieën. In het eerste geval komt justitie tot de conclusie dat de veroorzaker van een ongeval niet vervolgd kan worden. 'Iedereen kan wel eens een beetje onoplettend zijn, of iets te hard rijden', zegt De Roos. 'Als dan opeens iemand oversteekt, kun je hem aanrijden.'

Automobilisten kunnen pas aangeklaagd worden als er sprake is van 'aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig' rijgedrag (categorie 2). Oftewel, de bestuurder heeft meerdere fouten gemaakt. Volgens het OM valt het gedrag van Milen Y. in deze categorie. Hij reed waarschijnlijk te hard, zo'n 65 tot 75 kilometer per uur. De verdachte zegt dat hij was afgeleid door een brandweerjeep, waardoor hij Donnie niet zou hebben gezien. Het OM stelt dat Y. Donnie wel had moeten zien, aangezien het ongeval gebeurde op een overzichtelijke kruising.

Had Y. nóg harder gereden op bijvoorbeeld een drukke tweebaansweg, dan zou zijn rijgedrag gekwalificeerd kunnen worden als 'een grove verkeersfout' (categorie 3) en zou hem een hogere straf te wachten staan (zie inzet).

Dat de indeling in de verschillende categorieën voor de nabestaanden kan voelen als willekeur, kan De Roos best begrijpen. 'Geen enkel ongeval is hetzelfde. De duivel zit in de details.' Mohammed S. reed in de nacht van 24 op 25 maart 2011 de cabaretière Floor van der Wal dood. Het OM oordeelde dat zijn rijgedrag thuishoort in de zwaarste categorie, oftewel dat er sprake was van doodslag (categorie 5).

S. reed die nacht met hoge snelheid bij het Amsterdamse Mercatorplein. Hij had haast, want hij had een telefoontje gekregen dat er ingebroken was in zijn woning. Hoewel zijn precieze snelheid niet kon worden vastgesteld, bleek uit onderzoek dat hij waarschijnlijk tussen de 60 en 90 kilometer reed. Bij het plein stond echter een auto bij het stoplicht die niet meteen begon te rijden toen het stoplicht op groen sprong. In zijn haast besloot S. om deze auto op 'levensgevaarlijke wijze' in te halen. Hierdoor had hij geen fatsoenlijk zicht meer op de kruising en kon hij niet meer stoppen toen Van der Wal verscheen op haar fiets.

Na het fatale ongeval reed hij door. De politie kon hem traceren omdat hij zijn kentekenplaat was verloren. Toch ontkende hij aanvankelijk iedere betrokkenheid.

Volgens het OM was in deze zaak een celstraf van 4 jaar op zijn plaats: door zich zo te gedragen had hij de kans op een dodelijk ongeval aanvaard. Ook vond de officier van justitie dat hij 5 jaar lang geen auto mocht besturen.

De rechtbank was het hier niet mee eens. Wel werd hij veroordeeld voor 'roekeloosheid' (categorie 4). Dat leverde hem een fors lagere straf op dan het OM had geëist. Hij kreeg 18 maanden cel, waarvan 6 voorwaardelijk. Daarnaast mocht hij 3 jaar niet rijden. 'Een veroordeling voor doodslag is uitzonderlijk bij verkeersongevallen', aldus De Roos

Zo'n zeldzame zaak is die van Lesley W. De Hagenaar racete met 107 kilometer door een winkelgebied. Hij was in een uitgelaten bui, want zijn vriend was net vrijgelaten uit de gevangenis. Voor hij het wist vloog het lichaam van de 43-jarige Fred Winkel door de lucht, vertelde hij tijdens het proces. Hij beweert niet door te hebben gehad dat hij zó hard reed op die zomerse vrijdagavond in 2012.

Wat de rechtbank betreft heeft hij - door zo hard te rijden in een druk winkelgebied - willens en wetens de kans aanvaard dat hij iemand fataal zou raken. Het was ook niet de eerste keer dat W. te hard reed: in anderhalf jaar tijd had hij veertien boetes op zijn naam staan voor te hard rijden. W. werd veroordeeld tot 4 jaar celstraf en moet 5 jaar de auto laten staan.

Wanneer welke straf?

* Als de veroorzaker van een fataal ongeval - waarbij geen drank in het spel is - wordt beschuldigd van een aanmerkelijke verkeersfout dan krijgt hij te maken met artikel 6 van de Wegenverkeerswet. Hij kan dan rekenen op een straf van bijvoorbeeld 2 maanden cel plus een rijverbod van 1 jaar.

* Heeft de automobilist een grove verkeersfout gemaakt, dan stijgt die straf naar 6 maanden cel en een rijverbod van 2 jaar. Dat hebben rechters onderling afgesproken in de zogenoemde LOVS-richtlijn. Daarin staan oriëntatiepunten voor de zwaarte van straffen bij veelvoorkomende delicten.

* Als de chauffeur roekeloos heeft gereden, kan hij een straf krijgen van 8 maanden, plus een rijverbod van 3 jaar. De rechter kan afwijken van de strafrichtlijnen. Zo kan een rechter ook een werkstraf opleggen in plaats van een gevangenisstraf, of een combinatie daarvan. Een dader kan maximaal 240 uur werkstraf krijgen, dit staat omgerekend gelijk aan 6 maanden cel. De rechter kan ook zwaardere of lichtere straffen opleggen als daar aanleiding voor is.

* Als de veroorzaker van een fataal ongeluk wordt veroordeeld voor doodslag moet er sprake zijn van opzet en schiet de straf snel omhoog. Hierover hebben de rechters geen strafrichtlijnen afgesproken. Er is wel een maximum, voor doodslag kun je 15 jaar in de cel belanden.

Meer over