Bij universiteiten wordt voortaan hard geknipt

De universitaire bachelor-master was scheefgegroeid. Maar wordt in ere hersteld. Zonder bachelordiploma geen master. Door Gerard Reijn..

Rogier Schulte Nordholt (24) viel met zijn neus in de boter toen hij in februari 2007 stage ging lopen bij het ministerie van Algemene Zaken, het ministerie van de premier himself. Balkenende V was nog maar net geformeerd, en Schulte Nordholt mocht meelopen met de belangrijkste adviseurs van Balkenende. Zo dicht bij het vuur zitten: ideaal voor een student politicologie.

Maar die prachtige maanden hadden ook een nadeel. ‘Ik haalde in dat semester maar 10 studiepunten, en dat hadden er 30 moeten zijn. Daardoor kon ik in september niet beginnen met mijn master op de Universiteit van Amsterdam.’

Want zo is dat aan de UvA geregeld. Daar is bij de meeste studierichtingen de ‘harde knip’ ingevoerd: zonder bachelordiploma kan een student niet beginnen met zijn masteropleiding. Alle andere universiteiten hanteren een min of meer ‘zachte knip’. Een student die nog enkele studiepunten moet halen, kan alvast beginnen met één bepaalde master. Soms wordt zelfs een tekort van 30 punten, een half jaar, geaccepteerd.

Dankzij de zachte knip zit 80 procent van de masterstudenten in een doorstroommaster. Eenderde van hen begint daaraan met een onvoltooide bachelor.

Maar het is met de zachte knip gedaan. Minister Plasterk van Onderwijs schaft hem per september 2010 af. Vanaf dat moment moet elke student een bachelordiploma hebben voor hij aan zijn master kan beginnen. De overgang naar de master moet ‘een punt waar je als student nadenkt over je toekomst’ zijn. Dat was het doel van de bachelor-masterstructuur.

Zelfs universiteiten die tegen zo'n harde knip zijn, lijken zich moeiteloos bij de harde knip neer te leggen. Rector-magnificus Frans Zwarts van de Rijks Universiteit Groningen bijvoorbeeld. ‘Of de harde knip tot vertraging leidt? Het kan zijn dat studenten zich erop instellen, misschien gaan ze zelfs sneller.’

Student Schulte Nordholt vond het aanvankelijk vervelend dat hij tot januari moest wachten voordat hij aan zijn master kon beginnen. Maar dat veranderde al snel in opgetogenheid. ‘In die periode had ik de tijd om eens goed om me heen te kijken naar de masters die ik kon doen. Die aan de UvA vond ik niet zo goed. Uiteindelijk kwam ik uit bij bestuurskunde in Leiden. Door de harde knip word je je bewust van de mogelijkheden. Anders was ik hier nooit terechtgekomen – en het is hier geweldig.’

Niet dat het makkelijk ging. ‘Het is zo’n stroperige toestand. Ik had alle punten gehaald, maar het diploma was er nog niet. Uiteindelijk mocht ik met de master beginnen als ik binnen een paar weken mijn bachelordiploma kon laten zien. Als de harde knip wettelijk was vastgelegd, had ik het door die hobbels niet op tijd gehaald.’

De positieve ervaringen van Schulte Nordholt zullen rector-magnificus Dymph van den Boom van de UvA bekend voorkomen. Volgens haar heeft de invoering van de harde knip aan de UvA ertoe geleid dat studenten veel bewuster hun master kiezen. Ze leidt dit af uit het feit dat veel meer UvA-bachelors tegenwoordig naar andere universiteiten gaan om een master te doen. Tot en met 2005 was dat altijd een procent of 30, maar in datzelfde jaar sprong het naar zo'n 40 procent. De jaren daarna was het waarschijnlijk meer. Van den Boom: ‘Het bewijst dat studenten nu bewuster hun masteropleiding kiezen.’

Bovendien kiezen meer studenten voor een ‘moeilijke’ tweejarige master aan de eigen universiteit. ‘De belangstelling is met sprongen gestegen’, zegt Van den Boom.

Ook Plasterk begrijpt dat het zuur en duur is als een student door één tentamen te missen een heel jaar moet wachten om met zijn master te beginnen. Daarom wil hij, ‘voorzover mogelijk’, dat de student niet alleen in september, maar ook in januari kan beginnen met zijn master. Het tweede instapmoment heet dat.

Dat wordt een dure aangelegenheid, denkt rector-magnificus Zwarts in Groningen: ‘Je moet je cursus twee keer laten lopen. Ik denk dat het ons bij 40 procent van de opleidingen niet zal lukken, vooral de kleinere.’

Ook zijn Amsterdamse collega Van den Boom heeft daarmee interessante ervaringen. ‘Het is moeilijk bij de kleine én bij de heel grote opleidingen. Waar haal je voor de grote masteropleidingen de onderwijscapaciteit vandaan om de cursus twee keer te geven?’

Op een andere vraag moet ook Van den Boom het antwoord schuldig blijven: worden Nederlandse studenten door de harde knip nog grotere eigenheimers dan ze al zijn? Nederlandse studenten doen heel weinig buitenlandervaring op vergeleken met hun Europese collega’s.

Plasterk denkt dat de harde knip ook daaraan iets kan verbeteren, maar de studentenbonden denken het tegendeel. Hoe meer de tijdsklem wordt aangedraaid, hoe minder risico de studenten zullen nemen, redeneren zij.

Hans Bennis, die voor de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) een advies voorbereidde over de harde knip, is minder optimistisch dan Plasterk. Het zal pas werken als de universiteiten in Europa met elkaar afspreken welke kwalificaties een student moet hebben om aan een bepaalde master te beginnen. ‘Zolang dat niet gebeurt’, zegt Bennis, ‘is de harde knip alleen maar een methode om bachelorstudenten op tijd te laten afstuderen.’

Meer over