'Bij Sesamstraat ben ik het kleurpotloodje van de regisseur'

Hoe zien we onszelf, en wat denken anderen? Deze week acteur Frank Groothof (57), nu op tournee met het muziektheaterprogramma Het monster van het labyrint....

Goeie wenkbrauwen.

'Ja, en een flinke neus eronder. Daar werden we vroeger op afgerekend, ik en mijn broertjes.'

U staat 26 en 27 januari ook met de opera Boris Godounov in Groningen.

'Met twee speciale voorstellingen, in het kader van het Diaghilev-festival.'

Als je de rest van uw voorstellingen bekijkt: Het monster van het labyrint, met muziek van Bach. Carmen, Peer Gynt, Don Giovanni, De tovenaarsleerling...

'Ik werk graag vanuit muziek. Daar begint het allemaal mee.'

Maar ook geen kinderachtige thema's.

'” Ja, waarom kom je niet eens met Pietje Bell?”, vroeg laatst een schouwburgdirecteur. Hij hoorde dat ik bezig was met Orfeo.'

Ook een kindervoorstelling?

'Nee, dat is het misverstand. Ik maak voorstellingen voor volwassenen. Vanaf 8 jaar.'

Offerandes, enge monsters, dood, verraad... Nooit beteuterde gezichten na afloop?

'Vroeger dacht ik ook: je moet kinderen zo lang mogelijk in het paradijs houden. Onzin natuurlijk, daar zijn ze allang uitgevallen. Laat zien hoe de boel in elkaar zit, wat oorzaak en gevolg is. Dat houdt ze bezig.'

En nooit de vraag: 'Komt Pino nog?'

'Voor aanvang loop ik altijd even door de zaal en als ik dan iets over Sesamstraat hoor, sis ik: ” Jongens, dit zijn geen Dikkie Dik-verhalen, hoor. Dit gaat over monsters met giftige dampen. Dus hou je goed vast.”'

Omschrijf de kleine Frank eens?

'Met mijn broertjes René en Michel waren we wel de harde kern van de familie, zeg maar. Moeilijk opvoedbaar. Als een leraar een pennendopje naar ons gooide, kreeg hij een inktpot terug.'

Uit wat voor nest komt u?

'Groot katholiek gezin in Amsterdam, elf kinderen. Pan hutspot op het fornuis waar we om de beurt een lepel uit kregen. Toen de belasting de boel kwam leeghalen, zette mijn moeder ons allemaal op tafel, zo van: ” Neem díe dan ook maar mee. Zonder spullen kan ik niet voor ze zorgen.” Toen viel er wel iets te regelen, geloof ik.'

Heeft het u wat opgeleverd?

'Na zo'n armoedig begin kan het alleen maar beter worden. Doordat ik heb leren knokken om dingen voor elkaar te krijgen, kan ik nu een bedrijf runnen.'

Wat vinden collega's van u?

'Ik heb zes kinderen en ik woon buiten. Na het spelen ga ik gewoon naar huis. Dus, nee, ik heb geen idee wat collega's vinden. Ik kom ze nooit tegen en ik zie ze ook niet in de zaal.'

Wat waarderen vrienden het meest in u?

'Mijn energie, denk ik. En mijn vermogen om aan alles wat even tegenzit een positieve draai te geven.'

Welk verwijt wordt u wel gemaakt?

'Ik kan dominant zijn. Een regelaar. Mijn vrouw zegt weleens: er staat hier niks in huis wat we samen hebben gekocht. Maar ze kan goed tegengas geven, gelukkig.'

Bent u ook zo dominant in uw werk?

'Absoluut. Als ik een voorstelling maak wil ik alles in eigen hand houden: licht, geluid, decor. Pas als alles klaar is, haal ik er iemand bij. Zelfs als het om mijn eigen broer René gaat.'

Hoort u weleens fluisteren: met die wijsneus wil ik nooit meer in een sketch zitten?

'Nee, ho, ik had het over mijn éigen producties. In het geval van Sesamstraat ben ik het kleurpotloodje van de regisseur. Dan kun je met mij alle kanten op.'

Hoe zou u het liefst overkomen op anderen?

'Daar hou ik me niet meer mee bezig. Nee, dat hoeft niet meer.'

Meer over