Bij 's-Gravenhage linksaf

Nederlanders en Belgen telden zaterdag een recordaantal vogels op weg naar het zuiden. Met recht dus een memorabele dag op duintop De Vulkaan. 'Hier voel je dat de hele wereld met elkaar verbonden is.'

DOOR CASPAR JANSSEN

Eindelijk: massale vogeltrek. De zon begint net op te komen, maar het is al goed zichtbaar in de ochtendschemering, iets voor achten, op duintop De Vulkaan, bij Den Haag: grote groepen vinken en spreeuwen vliegen vlak voor ons langs, laag boven de smalle duinreep tussen het uitkijkpunt en het strand. En achter, boven en voor vliegen sperwers, en een blauwe kiekendief, alsof het niets is. Eindelijk dus, want de 'zichtbare' najaarstrek liet dit jaar lang op zich wachten. Rinse van der Vliet, een van de ervaren tellers van telpost De Vulkaan, had het al gemeld: vandaag werd het mogelijk wel goed. Zuid tot zuidoostenwind, windkracht drie tot vier, geen regen, in principe ideaal. Dat luistert nauw. Staat er meer wind, dan vliegen de meeste vogels niet, want ook vogels houden niet van teveel tegenwind. Ze houden ook niet van veel regen. En bij noordenwind is er niets te zien, dan laten de vogels zich meevoeren op de hogere luchtstromen, buiten het zicht van de trektellers. Maar op een dag als vandaag gaan de vogels juist laag vliegen, om zo weinig mogelijk last te hebben van de lichte tegenwind. En zijn ze dus volop zichtbaar en telbaar.

Bijna alle Haagse tellers zijn op deze zaterdagochtend komen opdagen, tegen de twintig, bijna allemaal mannen, veertigers en vijftigers vooral. De duintop staat vol met statieven, er wordt getikt op handtellers, geschreven, getuurd, gefotografeerd, geluisterd en geroepen. En het klinkt ongeveer zo: 'Twee witte kwik,', 'kneu', 'keep', 'boomleeuw,' 'oewa', 'blauwe kiek,' 'hole.' Afkortingen vaak. Soms is er opeens commotie. Dan roept iemand: 'Er komen kruisbekken aan,' en dan draaien twintig hoofden in dezelfde richting. Want er kan een zeldzame grote kruisbek tussen zitten, en grote kruisbekken worden voor het eerst in 23 jaar veelvuldig gezien.

Telpost De Vulkaan geldt als een van de betere van Nederland, als het gaat om de najaarstrek. Vanwege het aantal teluren, maar vooral vanwege de grote aantallen die er worden geteld. Dat komt door de ligging. Er zijn vele trekroutes, maar vaststaat is dat veel landtrekvogels uit Noord-Europa en Rusland zo halverwege Nederland bij de kust uitkomen, en dan verder de kustlijn naar Zuid-Europa - of verder - volgen. Stuwende trek heet dat. En vanaf De Vulkaan is er perfect zicht op de smalle duinstrook, een soort trechter, tussen de telpost en zee. 'Bewondering' voor de enorme inspanning van de trekvogels, dat is een deel van de fascinatie, zegt Thijs Sanderink, een van de regelmatig tellers. Dat miljoenen vogels op een bepaald moment beslissen: nu moeten we gaan, op zoek naar voedselrijker oorden in het zuiden. En ook het wedstrijdelement, de competitie, spelen een rol, zeggen anderen. Het trektellen heeft aan populariteit gewonnen sinds de oprichting van trektellen.nl, een landelijke database, zeven jaar geleden, waarin alle gegevens kunnen worden ingevoerd, en dus vergelijkbaar zijn. Teller Rob Berkelder heeft nog een 'romantischer' verklaring. De telpost, meent hij, is vergelijkbaar met een treinstation, of met Schiphol. 'Alles komt er bij elkaar, daar voel je dat de hele wereld met elkaar is verbonden. Ik vind het prachtig dat al die vogels, die zo ver reizen, hier langskomen.'

Vandaag is in ieder geval een hoogtijdag. Opvallend veel sperwers dus, veel aalscholvers, maar ook lepelaars, grote zilverreigers en veel boomleeuweriken. Tegen de 85 duizend vinken noteert Rinse van der Vliet, gesouffleerd door anderen. Hij gebruikt daarvoor een tikteller, waarmee hij dus voortdurend tikt. Hij is ook verantwoordelijk voor de graspiepers, de veldleeuweriken en de rietgorzen. Anderen noteren de spreeuwen en andere soorten. De spreeuwen trekken eindelijk, is de collectieve vaststelling, om en nabij de 65 duizend passeren er vandaag. De spreeuwen waren rijkelijk laat, en het zijn er sowieso veel minder dan vroeger.

Sommige trends zijn enigszins vast te stellen, of in ieder geval te bevestigen door het trektellen. Dat het slecht gaat met veel boerenlandvogels bijvoorbeeld, en dat de najaarstrek structureel later op gang komt. Verder is het ecologische nut van het tellen beperkt, geeft Van der Vliet toe. Toch ziet hij dit als zijn 'eigenlijk werk', de rest van zijn leven bouwt hij eromheen. Hij heeft het zo geregeld dat hij elke dag om half twaalf kan beginnen op zijn echte werk. 'Het is het voorspelbare en het onvoorspelbare tegelijk...,' begint hij zijn fascinatie uit te leggen, maar dan roept hij opeens: 'Grote piep!' en rent weg, naar de rand van de duintop. Daar hoorde hij dus een grote pieper, en dat is wat je noemt een bijzondere waarneming. 'Ik heb geoefende oren,' verklaart hij even later, bijna verontschuldigend.

Rond half twaalf neemt de vliegactiviteit iets af, maar op de duintop wordt het des te drukker. Hardlopers rennen af en aan, een groep IVN-natuurgidsen in spé komt een kijkje nemen en een praatje maken, ook de tellers worden almaar spraakzamer. 'Ik denk dat we flink onderteld hebben, zegt Thijs Sanderink. 'Je mist echt nog heel veel op zo'n dag.'

Op trektellen.nl staat later het resultaat: 167.602 vogels, verdeeld over precies 100 soorten. Met recht een bijzondere dag. En trektellen.nl doet via twitter kond van een record: sinds het bestaan van de database zijn er in heel Nederland en België niet zoveel trekvogels geteld op één dag: meer dan vier miljoen.

Nog even geduld en dan gaan ook de lijsterachtigen, zoals merels, koperwieken en kramsvogels, massaal vliegen. Dat levert, als het weer een beetje meezit, nog meer spektakel op.

undefined

Meer over