sociologie

Bij ruzies op straat grijpen mensen wel in, leren camerabeelden: ‘Dat idee van: we zijn alleen maar bezig met mij-mij-mij is onzin’

Omstanders grijpen wel in bij straatruzies en ook met een mondkapje op houden mensen afstand. Dat ontdekte de Amsterdamse hoogleraar Marie Rosenkrantz Lindegaard door te kijken naar beelden van beveiligingscamera’s.

Maarten Keulemans
null Beeld  Connie Stewart
Beeld Connie Stewart

1. Het mes

Daar was ineens het geweld, in al zijn afzichtelijkheid. In de gedaante van een overvaller, die haar de pas afsneed toen ze in een stille straat naar haar voordeur liep en haar een mes tegen de buik zette.

Met een schok besefte Marie Rosenkrantz Lindegaard wat dat betekende. De man zou haar beroven, verkrachten, misschien vermoorden. Zij was immers een aantrekkelijke, jonge antropologiestudent op veldwerk in het buitenland. En dit was Kaapstad. Een van de gewelddadigste steden ter wereld.

Lindegaard begon haar bezittingen te geven, terwijl ze, doodsbang, herhaalde dat ze maar een student was. Haar portemonnee. Haar ringen, net geërfd van haar oma. ‘Outside’, beval de overvaller. Ongetwijfeld zou hij haar naar een stille plek dwingen en haar verkrachten, besefte ze. Ze zette haar laatste troef in. Haar telefoon, die ze in haar tas verborgen had gehouden. De overvaller griste hem uit haar hand, en spurtte er vandoor. Zomaar.

‘Voor mij was die gebeurtenis echt een heel grote omslag’, vertelt Lindegaard, twintig jaar ouder inmiddels. Als student zag ze criminaliteit altijd als academisch vraagstuk, een abstract concept dat vooral in de hoofden van witte Zuid-Afrikanen zit. En toen overkwam het haarzelf.

‘Hoe kan iemand mij zo kwaad doen? Drie weken lang durfde ik niet naar buiten’, vertelt ze. ‘En ik reageerde echt zoals je dat leest van vrouwen die verkracht zijn. Drie keer per dag ging ik onder de douche, wisselde ik van kleren. Allemaal onbewust hè?’

Toch was er ook die andere, knagende vraag. Waarom was het niet sléchter afgelopen? ‘Ik had het gevoel dat ik mij eruit had onderhandeld. Dat ik had kunnen voorkomen verkracht te worden. Door iets wat ik zei, allerlei microhandelingen die in dat ene moment plaatsvonden. Ergens was ik toch… powerful geweest. Maar wat gebéúrde er eigenlijk? Wat maakte dat deze man mij niet stak, mij niet verkrachtte?’

Voortaan zou Lindegaard geweld niet langer zien als handeling, verbonden aan een dader: rover overvalt vrouw, ruziezoeker slaat voorbijganger. ‘Wat er gebeurt, wordt bepaald door de interactie. De helft van de slachtoffers van een geweldsdelict zegt achteraf: ik probeerde te onderhandelen. Ik wil begrijpen: hoe gaat zoiets?’

null Beeld  Connie Stewart
Beeld Connie Stewart

2. Een prachtig gevecht

Het verloopt altijd op dezelfde manier, al honderden keren heeft Lindegaard dat gezien. Ergens op straat ontstaat een ruzie, vaak over iets kleins. En dan komt de dans op gang. Volgens vaste patronen.

‘Mensen doen dít’, vertelt ze, en ze zwaait met haar vinger, als een symbolisch knuppeltje. ‘Ze gaan meer bewegen op hun plek. Ze maken zichzelf breed. En ze komen dichter bij elkaar. Dan weet je: er is iets gaande.’

Meestal gaat het goed. De een komt naar voren, de ander deinst terug en maakt zich klein – zo gaat de dans vaak. ‘Dat is het ritme, dat kun je bijna iedere dag zien’, zegt Lindegaard. ‘Tussen kinderen en ouders. Tussen deelnemers aan het verkeer. Dat is het laagste niveau van agressie dat je ziet.’

Maar escaleren doet het soms dus ook. ‘Als mannen met mannen vechten, zie je vaak dat ze hun trui of jas uittrekken. Heel grappig om te zien. Er komt echt een soort overeenstemming: oké, nu gaan we vechten, dit is nu de realiteit. Het duurt eventjes voordat mensen doorhebben dat ze een andere rol moeten innemen.’

Zo gaat het steevast, op de beelden van veiligheidscamera’s die ze voor haar onderzoek mag gebruiken. In welke stad je ook komt, overal oogt het ritueel hetzelfde. Voor antropologen een teken dat hier sprake is van iets universeel menselijks, opborrelend vanuit het apeninstinct dat we nog altijd ergens meedragen.

En de reactie van de omstanders, die is dat eigenlijk ook. Al direct blijven ze staan. Ze gaan kijken. Komen dichterbij. Leggen een hand op de arm van de ruziemakers, zachtjes, als om te zeggen: wij zijn er ook. Proberen de ruziemakers af te leiden. Of, als de vechtpartij escaleert: bellen de politie, proberen het slachtoffer weg te trekken.

Heel anders dan wat sociologen lang dachten: dat voorbijgangers niets doen, een idee dat het ‘omstandereffect’ is komen te heten. In geuren en kleuren vertelt Lindegaard over wat ze als haar lievelingsvechtpartij beschouwt, bij een supermarkt in Amsterdam. Een late klant mocht van de beveiliger niet meer naar binnen – waarna de klant en de beveiliger slaags raakten.

‘Een prachtig gevecht’, zegt Lindegaard opgetogen. ‘Je ziet dat de omstanders echt van alles moeten doen om die twee uit elkaar te halen. Het duurt eindeloos, er zijn heel veel handelingen, de omstanders proberen van alles. Dat vind ik prachtig! Wonderlijk om te zien wat een enorme moeite die voorbijgangers doen om het gevecht te sussen.’

Waarom dat belangrijk is om te weten? Simpel. ‘Er is zo’n idee dat de openbare orde iets is dat moet worden bewaakt. Er moet meer blauw op straat, meer geld naar de politie en naar bewakers, dat is de enige manier om de veiligheid te bewaren’, vertelt ze. ‘Dat kun je politiek wel blijven roepen, maar wij zien dat het gewoon niet zo is. Veruit de meeste conflicten worden opgelost door mensen zelf.’

Fel ineens: ‘Dat hele idee van: individualisme, we zijn alleen maar bezig met mij-mij-mij en als je mensen hun gang laat gaan zijn ze alleen bezig met zichzelf, dat is gewoon bullshit. Zo zitten mensen niet in elkaar.’

null Beeld  Connie Stewart
Beeld Connie Stewart

3. Big Brother

Des te wranger dat Lindegaard onlangs het mikpunt werd van coronaprotesten. Ze zou burgers begluren, de grondwet schenden. ‘Mensen zijn nauwlettend gevolgd en hun gedrag is door ambtenaren in detail geanalyseerd’, zoals dat heet, op een van de ronkende protestwebsites die rond corona is verrezen.

Allemaal omdat Lindegaard tijdens corona enkele studies uitvoerde naar hoe mensen zich gedragen met een mondkapje op. Het OMT, met Jaap van Dissel voorop, vermoedde dat mensen geen afstand meer zouden houden als ze eenmaal een mondkapje op hadden. Dat bleek geenszins het geval, zag Lindegaard op de veiligheidscamera’s.

Ach, ze snapt het ook wel, dat zoiets sommige mensen in het verkeerde keelgat schiet. ‘Ons covidonderzoek was natuurlijk ook wel erg pro state’, zegt ze. ‘De zorg van deze critici is dat de staat te veel ruimte krijgt voor de inmenging in burgerzaken. Het gekke is dat we daarin hetzelfde soort doel hebben. Wij willen bewijs zien, voordat de politiek beslissingen neemt.’

Van schimmig of zelfs illegaal gespioneer is in elk geval geen sprake. Ze somt op wat er allemaal bij komt kijken voordat ze de beelden van de veiligheidscamera’s kan zien: dat mag alleen na toestemming van het Openbaar Ministerie, in een volledig geblindeerde kamer, en onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat wat ze te zien krijgt, strikt geanonimiseerd blijft.

‘Als wetenschapper heb je sommige privileges. Dat geldt natuurlijk voor meer onderzoek’, zegt ze. ‘Als we kennis willen hebben over menselijke gedragingen, of bijvoorbeeld over bepaalde ziektes, dan heb je nu eenmaal dit soort data nodig.’

null Beeld  Connie Stewart
Beeld Connie Stewart

4. Kleinere broer

Oekraïne. Ze fantaseert er weleens over: wat zou daar allemaal gebeuren? Zou ze daarmee niet ook aan de slag kunnen, op de een of andere manier? ‘Dit is de oorlog waarvan we de meeste videodocumentatie hebben. En ngo’s zijn die nu aan het verzamelen. Een enorme bron aan observaties.’

Want wat zou er gebeuren áchter het grote schieten en bombarderen, in de haarvaatjes van het conflict? Zou geweld ook daar verkruimelen tot een tamelijk overzichtelijke reeks menselijke interacties, zoals ooit gebeurde tussen haar en de overvaller? En wat bepaalt dan de afloop, die in Oekraïne vaak zo afgrijselijk is?

‘Je ziet een aantal plekken waar het uit de hand is gelopen, en een aantal plekken waar dat niet is gebeurd. Waarom schiet men in Boetsja al die burgers neer en elders niet? Wat is daar precies gebeurd?’, vraagt ze zich dan af. ‘Dat kun je strategie noemen, maar ik weet bijna zeker dat er ook daar veel toevalligheden bij zitten. We denken graag: geweld overkomt ons. Maar zelfs in een oorlog zijn er interacties. Daar gebéúrt iets.’

Enkele dagen na het gesprek mailt ze, een en al vrolijkheid en smileys. Ze heeft nog eens nagedacht over een vraag waarop ze niet direct het antwoord had. Wat geeft haar het vertrouwen dat al dat onderzoek naar camerabeelden niet geleidelijk ontspoort tot een bigbrothersamenleving waar de staat zijn burgers ongemakkelijk dicht op de huid zit?

‘De reden voor mijn optimisme is dat Smaller Brother, namelijk de burgers, ook video’s gebruikt, om Big Brother te bekijken en de onrechtvaardige onderdelen van het sociale leven te documenteren die we graag willen veranderen’, schrijft ze. ‘Denk maar aan politiegeweld in de VS. De reden dat dit nu serieus wordt genomen, is omdat het tegenwoordig wordt vastgelegd met videocamera’s.’

Zo doet haar groep onder meer onderzoek naar politiegeweld, gevangenissen en etnisch profileren – projecten waar ze nog niet te veel over kwijt wil. ‘De realiteit is dat er nu eenmaal overal camera’s zijn. Dus kun je ze maar beter gebruiken voor sociale verandering :-)’, mailt ze.

Marie Rosenkrantz Lindegaard  Beeld Ivar Pel
Marie Rosenkrantz LindegaardBeeld Ivar Pel

Marie Rosenkrantz Lindegaard (Denemarken, 1976)

2004 Afgestudeerd culturele antropologie, Universiteit van Kopenhagen

2009 Proefschrift over Zuid-Afrikaanse straatbendes, Universiteit van Amsterdam

2009 Criminaliteitsonderzoeker, Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving

2020 Hoogleraar sociologie UvA, leeropdracht: dynamiek van misdaad en geweld

2022 Oratie: Geweld in actie, wat we weten en wat we zien

Meer over