InterviewCees Roels

‘Bij het besluit over het vertrek uit Kabul speelden politieke overwegingen mee. Dat is gevaarlijk’

Cees Roels Beeld Linelle Deunk
Cees RoelsBeeld Linelle Deunk

Cees Roels was als plaatsvervangend ambassadeur de belangrijkste Nederlandse gezant toen Kabul viel. Hem werd verweten als ‘dief in de nacht’ te zijn vertrokken. Nu hij met pensioen is, deelt hij zijn kant van het verhaal. ‘Het kwam gewoon heel slecht uit, die crisis.’

Arnout Brouwers en Natalie Righton

De nacht voor de val van Kabul ligt diplomaat Cees Roels net in bed in de hoog ommuurde Nederlandse ambassade als de telefoon gaat. De opmars van de Taliban verloopt zo snel dat de Amerikanen de nog bemande ambassades afbellen om diplomaten te waarschuwen. Ga naar het vliegveld, zeggen ze. Roels doet dat, want hij en zijn team zijn voor hun veiligheid volledig afhankelijk van de Amerikanen; ze hebben geen eigen militairen bij zich, alleen persoonsbeveiligers.

‘Hun signaal was behoorlijk alarmistisch’, zegt de 67-jarige Roels vier maanden later. ‘De Amerikanen voerden toen zelf een enorme logistieke operatie uit om hun eigen diplomaten snel weg te krijgen. Ik zie het beeld nog voor me: helikopters die vanuit de bewaakte Green Zone af en aan vlogen naar het vliegveld. Dat hebben ze heel snel gedaan – nog voordat wij überhaupt op zondag 15 augustus op het vliegveld aankwamen. Van sommige andere landen waren de diplomaten zelfs allemaal het land uit.’

Op het vliegveld proberen tienduizenden Afghanen door de hekken heen te breken om het land te kunnen ontvluchten. De Afghaanse strijdkrachten geven zich over aan de Taliban. Chaos dreigt. De VS kunnen de veiligheid van het Nederlandse team niet meer garanderen. Den Haag heeft nog geen militairen gestuurd. De Amerikanen adviseren hem te vertrekken, wat Roels anderhalve dag later ook doet. Hij wordt erom aangevallen in Nederlandse media, hij zou volgens ‘ingewijden’ in De Telegraaf uit angst ‘als een dief in de nacht’ zijn vertrokken.

‘Dat was verrassend. Niet alleen ikzelf, maar het hele team werd weggezet als mensen die bang waren weggevlucht. Terwijl de realiteit totaal anders was. We waren helemaal niet bang. We waren ons werk aan het doen totdat het niet meer kon. Het plan was om vanaf het vliegveld een nieuw provisorisch kantoortje op te zetten en vanaf daar alsnog Afghanen te evacueren. Maar als ambtenaar is het moeilijk jezelf te verdedigen in de pers; ik had verwacht dat mijn werkgever dat zou doen.’

Nu hij met pensioen is, kan Roels voor het eerst publiekelijk vertellen waarom de evacuatie van Kabul volgens hem een vertrek met veel verliezers is geworden. ‘De dingen die misgaan hebben grotendeels te maken met een combinatie van twee factoren: dat niemand uiteindelijk impopulaire beslissingen durft te nemen en dat iedereen maar nadenkt over de vraag: hoe komt het over, hoe kom ik er zelf uit?’

De val van Kabul was voor Roels het slotstuk van een lange carrière als diplomaat. Hij was als plaatsvervangend ambassadeur afgelopen jaar de belangrijkste Nederlandse gezant in Afghanistan en verzond een reeks berichten naar Den Haag over de snel verslechterende toestand. Dat bleek uit de honderden pagina’s aan e-mailverkeer die het ministerie van Buitenlandse Zaken onlangs op verzoek van de Tweede Kamer openbaarde. Het vormde de aanleiding voor de Volkskrant om hem op te zoeken.

Hij heeft vaker op hotspots gezeten, zegt hij in zijn tijdelijke woning in West-Nederland. Roels zat eerder in Tanzania tijdens de Grote Merencrisis in 1994, hield zich daarna bezig met de Balkanoorlog en was vanaf het begin betrokken bij de westerse interventie in Afghanistan. Vanaf 2002 zat hij vier jaar in Islamabad, de hoofdstad van Pakistan, vanwaaruit na jaren weer een post in Afghanistan werd opgezet. Dat was, zegt Roels, toen je in Kabul ‘nog gewoon naar de Italiaan kon fietsen om een pizza te kopen’. De onveiligheid nam volgens hem weer toe toen de Amerikanen in 2003 afgeleid raakten door de Irakoorlog. ‘Dat was het eerste omslagpunt. Daarna begonnen de Taliban zich langzaam weer te hergroeperen.’

In 2010 keerde Roels een jaar terug in Afghanistan als politiek adviseur bij de Navo-missie in Kandahar, en van 2012 tot 2014 zat hij op de ambassade in Kabul. Daar beleefde hij ‘het tweede omslagpunt’: westerse landen gingen zich op de training van Afghaanse troepen richten en probeerden de verantwoordelijkheid voor het bestuur en de veiligheid over te dragen aan de Afghaanse regering.

‘Tot die tijd deden Navo-troepen al het vuile werk. Draagvlak kun je alleen creëren als je lokale capaciteit ontwikkelt. Maar op tactisch niveau kwam die overdracht niet van de grond. Want dan moet je ook risico’s nemen door samen met Afghaanse militairen te patrouilleren en de bijbehorende instituties te vernieuwen. Maar dat deden we niet. We didn’t walk the talk.

Wanneer zag u aankomen dat het een aflopende zaak was in Afghanistan?

‘Iedereen was bij de val van Kabul verbaasd: waarom zijn al die Afghaanse militairen weggerend? Het antwoord is deels dat de overdracht aan de Afghanen niet effectief is geweest. Zelfs in het meest optimistische scenario, van vrede met de Taliban, was het systeem ingestort. Omdat het financieel niet vol te houden was voor de Afghaanse regering en het systeem aan elkaar hing van ingehuurde buitenlandse krachten die nu juist weggingen. De legitimiteit van de Afghaanse regering was ook een probleem. Toen ik in juni 2020 terugkwam, schrok ik echt van de georganiseerde en gecentraliseerde corruptie.’

Hoe zag u dat dan?

‘Je had rond de president een aantal adviseurs, die werden de Whiskey Boys genoemd. Die concentreerden de macht, waardoor het afromen van geldstromen centraal gebeurde. Er was een heel spooksysteem, met niet-bestaande militairen en ambtenaren die op de payroll stonden. Je zag dat de steun vanuit de provincie voor president Ghani steeds minder werd.’

Had Nederland de val van Kabul kunnen zien aankomen?

‘In alle bescheidenheid: ja. Niet alleen Nederland, ook de EU en de Navo hadden in Kabul het zwarte scenario – ‘het gaat compleet mis’ – als optie bedacht. Aanmodderen was nog het meest optimistische scenario. Ik was door die twintig jaar ervaring in dergelijke gebieden al ongeruster geworden, ook omdat ik signalen kreeg van onze lokale staf. Toen ik in 2020 weer terugkwam, vertelden ze allemaal dat het verkeerd ging.’

Maar ministers Kaag en Bijleveld hebben juist gezegd dat de hele internationale gemeenschap verrast was. ‘We hebben dit echt niet zien aankomen’, zei Kaag.

‘Het verbaast mij dat die verbazing er was. Misschien heeft de snelheid iedereen verrast, maar er heeft nooit een misverstand over bestaan dat dit scenario reëel was. Toen Biden zei: ‘We gaan weg’, is de druk enorm toegenomen, ook bij de militairen. Het was het steeds: ‘Jongens, wees voorbereid op het slechtste.’ Dat was in maart en april. Militairen, en zeker Amerikanen en Britten, hebben een andere manier van denken. Die gaan zich gewoon voorbereiden op het ergste scenario.’

Heeft Nederland dat ook gedaan?

‘Nederland besloot eerder dit jaar alle militairen terug te trekken uit de stad Mazar-i-Sharif. Voor ons, simpele diplomaten, was het surrealistisch. Ik dacht: Nederland is groot geworden door 3D: defensie, diplomatie en development – ontwikkelingswerk. Iets waarop we trots moeten zijn. En dan halen we de D van defensie eruit op het moment dat dit misschien wel het allerbelangrijkste element is. Wat als het niet goed gaat? Dan heb je juist militairen nodig en hun logistieke apparaat, hun mentaliteit, hun ogen en oren. Als Nederland, waarschijnlijk op goede gronden, elk risico wil mijden dat het misgaat bij terugtrekking, dan moet je wel die lijn doortrekken.’

Hebben bondgenoten, of de ambassade, gewaarschuwd dat ook de Afghaanse staf en tolken snel moesten worden geëvacueerd?

‘De rol van de Fransen was het meest uitgesproken. Die hebben in mei al besloten een belangrijk deel van hun lokale staf, hun culturele centra en anderen naar Frankrijk te sturen. Het motief was niet alleen ‘de Taliban kunnen komen binnenmarcheren’, maar ook dat je een complete civiele chaos kon krijgen. Er werd een beetje lacherig om gedaan, terwijl het een doordachte benadering was. De Britten begonnen ook al in juni met mensen wegvliegen. Het algemene gevoel was: je moet goed voorbereid zijn.’

Waarom deed Nederland dat niet toen er nog tijd was?

‘Ik denk dat het beeld was: zo lang het nog kan met burgervluchten, is de urgentie minder groot. Een ander argument dat werd gebruikt, was dat het bij ons ging om minder grote aantallen. Maar het uitgangspunt is altijd geweest dat je zo veel mogelijk aan de voorkant tolken en lokale staf moet wegvliegen voordat de echte crisis uitbreekt. Dat is niet direct gebeurd. Misschien zijn we niet in een gitzwart scenario terechtgekomen, maar we zaten er heel dicht tegenaan.’

Kunt u die laatste 24 uur schetsen? U wordt wakker op het vliegveld, en u en uw team willen blijven om mensen te evacueren. Waarom vliegt u dan toch naar Nederland?

‘De middelen ontbraken om onze taak uit te voeren om honderden mensen weg te krijgen. Wij hadden geen vliegtuig met militairen om te helpen en de Amerikanen daarmee het signaal te geven: wij leveren een bijdrage om ook de algemene veiligheid te versterken. Wat de Duitsers wel deden door op die dag zeshonderd extra militairen in te vliegen.

‘Onze afweging was: is het zinvol om te blijven als er een enorme dreiging is en de meest verantwoordelijke op die militaire basis tegen ons zegt: we kunnen niet meer instaan voor de veiligheid van dit terrein, ook niet op het vlak van voeding en medisch voorzieningen? En als die militaire commandanten zeggen: we moeten voorlopig de hekken dichthouden totdat we op sterkte zijn?

Cees Roels Beeld Linelle Deunk
Cees RoelsBeeld Linelle Deunk

‘Wat ook meespeelde, was een gebrek aan eigen inlichtingen. Er ging een gerucht dat de Taliban met negenduizend gevangenen voor de poort stonden. Wij beschikten over een behoorlijk zwart scenario, gevoed door wat andere landen ons vertelden. Daar stond niets aan eigen inlichtingen tegenover. Geen verhaal van: het valt eigenlijk wel mee. En ook niet: er komt militaire hulp.’

Kunt u zich voorstellen dat sommige Afghaanse ambassademedewerkers zich in de steek gelaten voelden, omdat u op maandag wegvloog uit Kabul zonder hen mee te nemen?

‘Het vertrek vanaf de ambassade naar het vliegveld in de nacht van zaterdag op zondag was heel ongelukkig, want we zouden die volgende ochtend een briefing geven aan de lokale staf over de planning van hun evacuatie. Maar we werden die nacht overvallen door de snelheid waarmee de diplomatieke Green Zone werd ontmanteld. Het plan was om vanaf het vliegveld door te gaan met de planning van hun vertrek. Maar op maandag viel een ander besluit: we zouden die dag al weggaan.

‘Uiteraard was ik liever samen met ze vertrokken. Mijn opvolgers hebben ze alleen een paar dagen later moeten ophalen. Ik heb nooit getwijfeld dat ze eruit zouden komen. We hebben in Nederland een open en emotioneel gesprek gevoerd over hoe het is gelopen.’

Tot op de dag van vandaag is niet helemaal duidelijk wie nu heeft besloten over uw vertrek.

‘Bij het besluit om wel of niet te vertrekken uit Kabul speelden politieke overwegingen mee. Dat is gevaarlijk, want je praat over de veiligheid van mensen. Het is ingewikkeld om daar meer over te zeggen. Er is in de documenten die naar de Tweede Kamer zijn gestuurd informatie met een toelichting weggelakt. Dat is mijn dilemma en ook dat van andere collega’s: we hadden gehoopt dat onze werkgever een duidelijke rol zou spelen om dat verhaal te vertellen.’

U kunt niet alles zeggen?

‘Nee, ik kan niet alles zeggen. Ik heb geen geheimen, maar het probleem is dat niet alle informatie openbaar is die nodig is om een goed beeld te schetsen. Deels omdat het raakt aan de afspraken in het diplomatieke verkeer. Als ik bijvoorbeeld ga vertellen wat de Franse ambassadeur precies heeft gezegd, waarom hij in mei besluit om al zijn mensen uit te vliegen, dan kan dat problemen opleveren.

‘De tweede reden is de veiligheid van de Nederlandse staat. Kennelijk zijn er dus een aantal overwegingen die door ons in open berichten zijn gedeeld, maar die inmiddels toch als staatsgeheim zijn aangemerkt. Tenzij ik politiek verantwoordelijk ben, kan ik daar niets meer over zeggen.

‘Het is uiteindelijk wel belangrijk om precies boven water te krijgen wat er is gebeurd, niet om de schuldvraag te beantwoorden, maar omdat je er dan lessen uit kunt trekken. De wereld wordt met de dag onveiliger; je zou nu maar in Kiev zitten, of in Mali. Als je daar te maken krijgt met dit soort veiligheidssituaties, dan is het gevaarlijk als er niet alleen wordt gehandeld op basis van de feiten en de veiligheidsscenario’s, maar mogelijk politieke overwegingen een rol gaan spelen. Daar is denk ik een beetje de crux in het grijze gebied dat wordt gecreëerd.’

Welke politieke overwegingen?

‘Een van de grote politieke dilemma’s is momenteel het hele migratievraagstuk. Dus de angst dat we precedenten creëren – misschien met heel goede bedoelingen voor Afghanen die zich jarenlang hebben ingezet voor Nederland.

‘We hadden in Afghanistan bijvoorbeeld medewerkers die consulair werk deden met grote risico’s voor zichzelf. Zij keken bij het behandelen van visumaanvragen professioneel: zijn mensen oprecht of aan het frauderen met stukken? Deze mensen hebben het Nederlandse belang gediend, mede door de verkeerde personen tegen te houden, en daar mogen we trots op zijn. Maar als politieke motieven een rol gaan spelen – zo van: toch maar niet te veel Afghanen naar Nederland halen, want dat komt niet goed uit – dan gebeurt het dus niet.

‘Ook het tolkenverhaal werd ongelofelijk politiek. Toen op het laatste moment bleek dat de veiligheid een groot probleem was geworden en veel tolken weg wilden, werden die politieke motieven doorslaggevend. Toen werd er gezegd: we houden die ambassade zo lang mogelijk open, omdat die tolken moeten worden geholpen. Dan is het motief niet meer: er is een veiligheidscontext die dat mogelijk maakt. Nee, dan wordt het motief: het is politiek opportuun om de post open te houden voor die tolken.’

Waarom stuurde Nederland niet eerder ondersteuning om u te helpen bij de evacuatie?

‘Ik heb er twee verklaringen voor. In Nederland was de urgentie van Afghanistan gaandeweg afgenomen. Afghanistan was niet zo sexy meer. Nederland was militair vertrokken. Dan neemt de aandacht nog verder af, ook politiek.

‘Daarnaast hadden we in Europa covid. Als ik naar Nederland keek vanuit Kabul, zag ik een land dat helemaal naar binnen was gekeerd. Er was een politieke formatie gaande en de vakantieperiode brak ook nog eens aan na lange lockdowns, dus iedereen was blij dat-ie weer eens naar Frankrijk mocht – de human factor. Het kwam gewoon heel slecht uit, die crisis.

‘Veel collega’s in Den Haag waren uiteindelijk dag en nacht bezig, dus het is niet om hun tekort te doen. Het ging alleen van het ene uiterste naar het andere. Toen de crisis echt volop was uitgebroken, bleek dat er een enorme groep ambtenaren op Buitenlandse Zaken was die ooit in Kabul had gezeten, die aan de telefoon hingen met Afghanen die geëvacueerd wilden worden. Zij zeiden vaak: ‘Stuur maar een appbericht direct naar mij’, omdat ze wisten dat die formele overheidsaanpak van een mailtje sturen absoluut niet werkte. Voor sommigen moet het een traumatische ervaring zijn geweest.’

Waarom is er niet direct militaire hulp gestuurd in het weekend dat de Taliban Kabul innamen en het ambassadeteam op het vliegveld zat?

‘Het uitgangspunt van Nederland was lang om zo veel mogelijk mensen met burgervluchten uit te vliegen. Ik las achteraf dat er kennelijk zorgen waren om weer een militaire missie te starten. Waar het ons in eerste instantie om ging was force protection van de logistieke operatie, om tolken en lokale staf uit te vliegen. Toen de Duitsers maandag de 16de aankwamen op het vliegveld, was het eerste wat ze deden toen ze het vliegtuig uitkwamen: om het toestel heen staan om te zorgen dat de mensen die weg moeten veilig aan boord konden. Omdat ze elk moment konden worden aangevallen. Maar in Nederland werd de beslissing om militair te beveiligen lang niet genomen.

‘De politieke vraag die wel op tafel lag: mogen al die lokale stafleden en hun gezinnen wel naar Nederland? Ik had medewerkers die bij mij kwamen en zeiden: ‘Cees, het is gewoon klaar hier. Voordat ik het weet, moet ik keuzen maken die levensbepalend zijn.’ Dat waren dus lokale medewerkers, ook vrouwen, die zeiden: ik trek het niet meer. Kijk, als mensen suïcidaal worden, omdat ze weten dat het risico zó groot wordt dat er iets vreselijks met ze gaat gebeuren… Die druk voelde de hele ambassade.

‘Ik denk dat de Haagse discussie enorm veel energie heeft gekost ten nadele van het professioneel nadenken over de vraag: hoe kunnen we zo slim en tijdig mogelijk zaken voor elkaar krijgen?’

Wat moet Nederland voortaan anders doen?

‘De Rijksoverheid of Buitenlandse Zaken zou het fenomeen Red Team moeten introduceren, een team van mensen dat tegen de club rondom een minister durft te zeggen: dit is allemaal apekool wat jullie vertellen. Of: dat stuk wat ik nu lees, is een beetje categorie fabeltjeskrant. Ik denk dat contrair denken had geholpen op het moment dat defensie besloot zijn militairen terug te trekken. Toen had zo’n team een signaal kunnen afgeven: ‘Maar minister, u haalt alle militairen weg, en die diplomaten en ontwikkelingswerkers gaan het probleem oplossen? Come on, be serious!

‘Het is essentieel om meer mensen te hebben die contrair durven denken, en niet allemaal volgzame ambtenaren die denken: de minister wil dit of dat horen. Ja, so what? Je kunt die minister misschien beter beschermen door met een contrair verhaal te komen.

Cees Roels Beeld Linelle Deunk
Cees RoelsBeeld Linelle Deunk

‘Het is opvallend dat er een feitenrelaas over de evacuatie naar de Tweede Kamer is gestuurd zonder dat daarin de rapportages van de ambassade zijn opgenomen. Welke sukkel bedenkt dat? Daarmee houd je schimmigheid in stand. Je schept de mogelijkheid voor de minister en het apparaat om in elke context opportunistisch te handelen. Om te zeggen: nu komt het even goed uit en nu niet. Dat is natuurlijk heel onhandig, want daarmee loop je juist het risico dat de minister in de problemen komt.

‘Mijn stelling: het uit de wind houden van een minister doe je niet door alsmaar de harde werkelijkheid weg te duwen, nee, die moet je juist binnenhalen. Zo ben ik als jonge ambtenaar opgevoed. (Oud-buitenlandminister en VN-ambassadeur, red.) Max van der Stoel en dat soort mensen zeiden: ‘Je moet gewoon het slechte nieuws brengen. Ik wil weten: wat gebeurt er werkelijk, en dan beslis ik, politicus, wat ik moet doen.’ Dit is helemaal weggevaagd door de façadesamenleving: aan de buitenkant moet alles mooi zijn en aan de achterkant kan het deep shit zijn, maar dat maakt niet uit, als je het maar goed verkoopt. Nou, dan krijg je dit.’

Hoe moet het nu verder met Afghanistan?

‘Ik hoop dat we voorbij de evacuatieperiode kunnen kijken. Veel landen, inclusief Nederland, zijn nog te veel bezig met de nasleep van de evacuaties. Het grootste risico is dat je nu concessies gaat doen aan de Taliban om nog een paar honderd mensen te redden, maar dan lever je wel zo’n 35 miljoen mensen uit aan de ellende. Ontwikkelingsgeld geven aan de Taliban? Ik heb grote twijfels over de effectiviteit daarvan, mede door een gebrek aan hulporganisaties en een neutraal bestuur. Het is een levensgroot dilemma.

‘Er volgt een ongekende humanitaire crisis nu het Westen zijn handen ervan aftrekt. Veel mensen hebben honger, gaan dood, er is geen gezondheidszorg. De economie en het staatsbestel zijn ingestort. Daar komt de opkomst van terreurbeweging IS nog bij. De Taliban krijgen in feite een koekje van eigen deeg. IS gaat dezelfde middelen hanteren als de Taliban, zoals het plegen van aanslagen.’

Even advocaat van de duivel: wat zal Nederlanders dat interesseren?

‘Uiteindelijk heeft het een enorme impact op onze veiligheid. Waarom zijn we ooit begonnen aan het avontuur? Vanwege terroristische dreiging, migratie en regionale instabiliteit. We moeten niet denken dat die problemen nu zijn opgelost. Het is geen ver-van-mijn-bedshow. Terrorisme, en vooral migratie, dat wordt volgend jaar nog veel erger, voorspel ik. Ik zie nog eens aankomen dat we denken: misschien moeten we opnieuw gaan interveniëren.’

Het ministerie van Buitenlandse Zaken wilde niet reageren op de uitspraken van Roels over het gebrek aan openbare uitleg uit Den Haag over het vertrek van het ambassadeteam op 16 augustus.

Meer over