'Bij het afdalen denk je zeker niet aan de dood'

Zoals de meeste renners droeg Fabio Casartelli gisteren geen valhelm in de Touretappe die hem fataal werd. Op de dag van een slopende bergrit fietst het peloton het liefst blootshoofds, om de hitte te kunnen trotseren....

Van onze verslaggever

Jaap Visser

CAUTERETS

Maar of een hoofddeksel het leven van de Italiaanse renner had kunnen redden, lijkt onwaarschijnlijk. Het hoofd van Casartelli raakte bij zijn val in de afdaling van de Col de Portet d'Aspet het zwaarst beschadigd aan de zijkant. De Olympische kampioen, derdejaars beroepscoureur, verloor in een flauwe bocht de macht over zijn stuur, sloeg tegen het wegdek en raakte een betonblok dat als vangrail voor de afgrond lag.

Dalende renners storten zich met ware doodsverachting van een berg en kunnen snelheden bereiken tot over de honderd kilometer per uur. Maar er is bijna niemand die stil staat bij het gevaar. Oud-renner Paul Sherwin, publiciteitsman van Casartelli's ploeg Motorola: 'Bij het afdalen geniet je van de snelheid en denk je verder nergens aan, zeker niet aan de dood.'

Zelf ging Sherwin tijdens de Tour eens onderuit in de afdaling van de Aubisque. 'In een bocht die leek op die waar Casartelli crashte. Daar lagen ook van die typische Pyreneeënblokken langs de kant van de weg. Die hebben mijn val gebroken. Ik krabbelde overeind en kon mijn weg vervolgen. Vallen in een afdaling beschouw je als iets dat er bij hoort. Je kunt er een stuk vel bij verliezen of, in het ergste geval, een paar botten breken.'

Maar bij de val van Casartelli barstte diens schedel waardoor de 25-jarige Italiaan de vierde Tourrenner werd die tijdens de Ronde het leven liet. In 1910 verdronk de Fransman Héliere toen hij zich tijdens een rustdag bij Nice in de Middellandse Zee begaf. Vijfentwintig jaar later stortte de Spanjaard Zepeda in de zevende rit van de Tour de France in een ravijn bij Bourg d'Oissons. Hij overleed aan een schedelbreuk.

De Brit Simpson bezweek, in 1967, aan een combinatie van uitputting en gebruik van alcohol en amfetamines die hem noodlottig werd tijdens de beklimming van de Mont Ventoux. Zijn landgenoot Hoban mocht een dag later, als eerbewijs aan Simpson, de etappe Carpentras - Sète winnen.

Vergeefs heeft de internationale wielrenunie UCI vier jaar geleden geprobeerd het dragen van helmen verplicht te stellen. De halsstarrige houding van de beroepsrenners bleek een te groot obstakel. Omdat de UCI het peloton niet tegen zich in het harnas wilde jagen, haalde de UCI-voorzitter Verbruggen bakzeil.

'Nu zal de discussie in alle hevigheid opnieuw losbarsten', vermoedt Kuiper, 'maar we moeten ons niet te zeer door emoties laten leiden.' De ploegleider, die in 1976 zijn kansen op een Tourzege verspeelde door een zware val, zegt het wielrennen nooit als een gevaarlijke sport te hebben beschouwd. 'En dat doe ik ondanks dit verschrikkelijke ongeval nog steeds niet.

'In het wielrennen worden soms risico's genomen, maar die zijn niet zo onverantwoord als in het autoracen. Als prof weet je waar je aan begint. Je bent een soort trapezewerker en heel soms is er geen vangnet. Maar je weet ook dat, wanneer je valt, het in negenennegentig van de honderd gevallen een paar dagen schroeit en dat het daarna over is. We zijn niet van suiker, vinden we.'

Fabio Casartelli werd drie jaar geleden Olympisch kampioen op de weg, vóór de Nederlander Dekker, en een mooie loopbaan als professional lag voor hem in het verschiet. Giancarlo Ferretti, ploegleider van grote Ariostea, lijfde hem in, maar in de harde leerschool van 'de professor' boekte het talent uit Como nauwelijks progressie.

Casartelli's carrière bevond zich op een dood spoor toen dokter Testa, zijn stadgenoot en ploegarts van Motorola, zich over hem ontfermde. Kuiper: 'We hebben Fabio opgevist toen hij dreigde te verdrinken. Hij wilde zelfs met fietsen stoppen. Maar bij ons heeft hij zich ontwikkeld tot de veelzijdige renner die hij in aanleg al was. Hij werd weer geweldig ambitieus, begon zelfs Engels te leren en lag heel goed in de groep. Hij was echt wat je noemt one of the guy's.'

Maar gisteren, na de beklimming van de eerste van zes cols op het parkoers naar Cauterets, kwam een abrupt einde aan het beloftevolle leven van de jonge vader. In de afdaling van de Col de Portet d'Aspet vloog Casartelli uit de bocht, net als de Duitser Baldinger en de Fransman Rezze. Die kwamen er genadig vanaf met respectievelijk een bekkenbreuk en zware kneuzingen.

De dood van hun ploegmaat werd stil gehouden voor de renners van Motorola. Pas na hun aankomst op de Pyreneeënflank boven Cauterets vernamen zij het tragische nieuws waardoor zich tussen de ploegleiderswagens op het parkeerterrein achter de finish emotionele taferelen afspeelden.

Het lichaam van Casartelli zal vandaag worden overgebracht naar Como waar het morgen wordt begraven. De zes renners van Motorola die gisteren in Cauterets over de meet kwamen, zetten de Tour vandaag voort. 'Omdat afstappen Fabio niet terugbrengt', meldde Sherwin gisteravond namens hen.

Kuiper beseft dat het waanzin is om door te fietsen, 'maar stoppen is net zo waanzinnig', vindt de ploegleider. 'Ik heb veel meegemaakt in het wielrennen, zoals de moord op de Israëli's tijdens de Olympische Spelen in München. Ik heb er toen geen moment aan gedacht om weg te gaan uit het Olympisch dorp. Als jonge sporter ga je zo in jezelf op dat je geen oog meer voor je omgeving hebt.

'Dat wordt anders als er opeens een ploeggenoot sterft. Maar ook dan is het waarschijnlijk beter om gewoon door te gaan met waar je mee bezig bent. Ook al denk je misschien heel even anders, de wereld draait uiteindelijk toch door.'

Lijst van de bekendste dodelijke ongelukken tijdens wielerwedstrijden:

1910: Adolphe Heliere (Fr), na val tijdens de Tour de France. 1935: Francisco Cepeda (Sp), na een val in een ravijn bij Bourg-d'Oisans tijdens de Tour de France. 1937: André Raynaud (Fr), wereldkampioen stayers, tijdens baanwedstrijden in Antwerpen. 1950: Camille Danguillaume (Fr), aangereden door een motor tijdens het Franse kampioenschap op de weg in Monthléry. 1951: Serse Coppi (It), broer van Fausto Coppi, gevallen tijdens de laatste kilometer van de Ronde van Piémont. 1956: Stan Ockers (Bel), wereldkampioen op de weg, tijdens baanwedstrijden in Antwerpen. 1967: Tom Simpson (Eng), wereldkampioen op de weg, tijdens de Tour de France slachtoffer van een kransslagaderbreuk op de Mont Ventoux als gevolg van hitte in combinatie met dopegebruik. 1969: Jose Samyn (Fr), na een botsing met een verkoper van programmaboekjes tijdens een kermiskoers in Zingem (Bel). 1970: Jean-Pierre Monseré (Bel), wereldkampioen op de weg, na een botsing met een auto tijdens een kermiskoers in Retie (België). 1972: Manuel Galera (Sp), na een valpartij tijdens de Ronde van Andalusië. 1976: Juan Manuel Santisteban (Sp), na een valpartij in de eerste etappe van de Ronde van Italië op Sicilië. 1984: Joaquim Agostinho (Por), na een val over een hond tijdens een etappe in de Ronde van de Algarve (Por). 1986: Emilio Ravasio (It), na een val tijdens de eerste etappe van de Ronde van Italië op Sicilië. 1987: Vicente Mata (Sp), na een botsing met een auto tijdens de Grote Prijs Luis Puig in Valencia. Michel Goffin (Bel), na een val in de Ronde van Haut-Var. 1995: Fabio Casartelli (It), na een val tijdens de vijftiende etappe van de Tour de France in de afdaling van de Portet-d'Aspet.

Meer over