Nieuws

Bij Gurnah, winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur, staat de worsteling met identiteit en migratie centraal

De Nobelprijs voor de Literatuur 2021 is toegekend aan de Tanzaniaanse auteur Abdulrazak Gurnah. Het Nobelcomité prees hem donderdag ‘voor zijn compromisloze en meedogende doordringing in de effecten van kolonialisme en het lot van de vluchteling op de golf tussen culturen en continenten’.

Abdulrazak Gurnah geldt als een verrassende winnaar. Beeld Getty
Abdulrazak Gurnah geldt als een verrassende winnaar.Beeld Getty

Met Gurnah koos het Nobelcomité wederom voor een verrassende winnaar. Tussen de namen die dit jaar kansrijk werden geacht kwam zijn naam niet voor. Veel van zijn werk gaat over de worsteling met identiteit en migratie.

Abdulrazak Gurnah werd in 1948 op Zanzibar geboren. Eind 1967 ontvluchtte hij het eiland, waarna hij in Groot-Brittannië ging studeren. In 1982 promoveerde hij aan de University of Kent en niet veel later begon hij bij de faculteit Engels van diezelfde universiteit literatuur te doceren. Sinds de late jaren tachtig heeft hij ruim een dozijn romans, verhalen- en essaybundels op zijn naam staan.

Opleiding tot ingenieur

Voordat Gurnah als schrijver actief werd, kwam hij eind 1967 op een toeristenvisum naar Engeland. Op advies van een neef schreef hij zich, zonder studentenvisum of verblijfsvergunning, in aan het Tech College in Canterbury, waar hij zich vooral op de bètavakken richtte met het idee tot ingenieur te worden opgeleid. Om aan geld te komen nam hij een baantje in een ziekenhuis. Pas vier jaar later, op 22-jarige leeftijd, realiseerde hij zich dat hij helemaal geen ingenieur wilde worden. Daarop schreef hij zich in voor een studie Engels aan Christ Church University in Canterbury. Tien jaar later promoveerde hij in diezelfde stad aan de University of Kent en werd docent literatuur bij de faculteit Engels.

Gurnah debuteerde in 1987 met Memory of Departure, de roman waarmee hij een ontroerend portret schetst van Hassan, een tienerjongen die opgroeit in een gefingeerd plaatsje in een Oost-Afrikaans land dat sterk doet denken aan het Tanzania van na de Britse overheersing. Na voltooiing van zijn opleiding begint hij te graven in zijn familiegeschiedenis en ontdekt hoe corruptie en hypocrisie zijn omgeving hebben beïnvloed. Het leidt tot een treurigstemmende analyse van de postkoloniale conditie waarin ook het moederland van de auteur op dat moment verkeerde.

Desertion

Zelf merkte Gurnah eens op dat het hem bij het schrijven niet gaat om een specifieke locatie, zoals Zanzibar, maar dat hij een ‘paradigma van menselijke relaties’ onderzoekt. Zo portretteerde hij in Desertion, zijn zevende roman die in 2005 verscheen en als een van zijn meest succesvolle boeken wordt gezien, niet alleen het verdwijnen van de Oost-Afrikaanse moslimcultuur, maar was hij vooral geïnteresseerd in hoe het komt dat de meest onderdrukte personen in de wereld bijna altijd vrouwen zijn. Daarbij had hij vooral aandacht voor hoe die onderdrukking vaak op slinkse wijze, bijvoorbeeld door middel van liefde, werkt; hoe onder het mom van zorg vrouwen verplicht worden thuis te blijven.

Een ander, belangrijk onderdeel van het paradigma dat Gurnah verkent, betreft de belofte van communicatie en hoe die soms onvervuld blijft. In Desertion komt dit naar voren in de verboden relatie tussen Rehana en Pearce, een Arabisch sprekende moslima en een Engelsman. Geen van beiden heeft echt toegang tot de belevingswereld van de ander. De taalbarrière blijkt uiteindelijk onoverkomelijk.

Ook in Paradise, Gurnahs beroemdste boek dat genomineerd werd voor de Booker Prize en dat in 1994 door Tinke Davids in het Nederlands werd vertaald, speelt die taalbarrière een grote rol. Telkens als de protagonist (opnieuw een jonge jongen) op reis gaat, stuit hij op de grens van zijn taalbegrip, waardoor hij een beroep moet doen op een vertaler. Daarmee ontstaat echter een nieuw probleem, omdat niemand kan controleren of die vertaler wel de waarheid spreekt. Het is een probleem dat al sinds Cervantes’ Don Quichot de wereldliteratuur bepaalt: de vertaler als onbetrouwbare ander.

Gissen naar betekenis woorden

Ook in By the Sea uit 2001 speelt mislukte communicatie een grote rol. In dat boek gaat het over de ontmoeting tussen twee vluchtelingen in Engeland en over hun totaal verschillende pogingen een leven op te bouwen in de Britse maatschappij. Deze vluchtelingen, merkte Gurnah zelf in een interview op, spreken geen Engels, terwijl zo veel in het intermenselijk verkeer wordt bepaald door taal en door het ontzettend weinig weten over het succes van wat we zeggen. ‘Wat ik bedoel,’ aldus Gurnah, ‘is dat mensen slechts naar de betekenis van elkaars woorden kunnen gissen.’

Eén reactie op dat wantrouwen jegens de taal bestaat uit zwijgen. Dat is wat Saleh Omar, een van de protagonisten in By the Sea, doet. Ten overstaan van de immigratiedienst kiest hij ervoor te zwijgen, zoals hem dat eerder ook te verstaan was gegeven. Maar Gurnahs personages zwijgen ook om andere redenen. Zelfbehoud is er één van, de waardigheid bewaren een andere. Soms zwijgen zijn personages uit angst voor onderdrukking, soms uit angst om fouten te maken, uit de vrees voor afkeuring. Maar zwijgen is ook, wanneer dit op het juiste moment wordt ingezet, een sterker instrument dan spreken. Zelf heeft Gurnah duidelijk een andere strategie gekozen, één die ertoe heeft geleid dat hij donderdag de Nobelprijs voor de Literatuur 2021 kreeg toegekend.

Meer over