Bij een ‘nee’ ga ik lopen

Als kind deed Ester Raats (36) de dingen die ze deed al ‘uit een onafhankelijkheidsdrive‘, als directeur van Bandridge helemaal....

tekst Aimée Kiene

Je bent nu bijna een halfjaar de Zakenvrouw van 2006. Wat heeft het je tot nu toe gebracht?

‘Een ongekende hausse aan publiciteit. Ik had nooit gedacht dat zo veel mensen belangstelling zouden hebben voor vrouwen en zaken doen. Dat heeft me echt verbijsterd. Aan de ene kant is het voor het bedrijf Bandridge en de naamsbekendheid fantastisch. Maar aan de andere kant vind ik het vreemd dat een vrouw in een bedrijf van deze omvang kennelijk nog een hoge nieuwswaarde heeft.’

Heeft het iets opgeleverd voor de zaken?

‘Ons bedrijf groeide al met 15 tot 20 procent jaarlijks. Dat is nog steeds zo. Wat helpt en wat leuk is, is dat ik de naam Bandridge niet meer hoef te spellen en dat ik niet meer hoef uit te leggen wat we doen, dat we accessoires verkopen voor consumentenelektronica. En het heeft mijn netwerk uitgebreid. Staatssecretaris Karien van Gennip heeft mij bijvoorbeeld gevraagd om zakelijk missieleider te worden van, helaas, een vrouwenmissie naar Madrid in november.’

Hoezo helaas?

‘Ik had nog liever een “normale” missie geleid. Ik ben niet zo heel erg van vrouwen om de vrouwen. Maar goed, er staat tegenover dat het juist ook heel erg leuk is er een andere schwung aan te geven. Dat ik als inspirator kan dienen voor andere vrouwen.’

Moet dat nog wel bestaan, de zakenvrouw van het jaar?

‘Dat is een hele reële vraag. Kennelijk wel.’

Waarom?

‘Omdat het kennelijk nog voor veel vrouwen lastig is om naast een zorgtaak een significant bedrijf te runnen. Dat wordt bijzonder gevonden.’

Voel jij je bijzonder?

‘Nee. Het is dat de buitenwereld mij ineens als succesvol heeft bestempeld, omdat ik die prijs heb gewonnen, maar ik heb dat zelf niet zo ervaren. Nog steeds niet. Ik doe gewoon mijn werk. ’

Wat wilde je worden toen je klein was?

‘Een ding is zeker: ik wilde altijd zelfstandig zijn. Dus op mijn dertiende ging ik tomaten plukken omdat ik mijn zakgeld onvoldoende vond. Ik heb altijd een hang naar onafhankelijkheid gehad.’

Geld verdienen kan op heel veel manieren. Had je een beroep voor ogen?

‘Nee, maar ik heb wel altijd heel erg de ambitie gevoeld. Toen Sylvia Tóth met een boek uit kwam, heb ik dat gelijk gekocht. Ik zat net op de hotelschool. Dat inspireerde me vreselijk. Ik dacht: wat zij doet, dat vind ik ook gaaf.’

Was je al een ambitieus meisje op school?

‘Nee, op school helemaal niet. Ik maakte er een potje van. Echt. Het traditionele verhaal, ik ben eindeloos blijven zitten, ik heb half Leiden aan me voorbij zien gaan. Ik kom altijd zo veel mensen tegen bij wie in de klas heb gezeten. ’

Hoe kwam dat? Te veel gezellige dingen eromheen?

‘Omdat ik baantjes had. Ik was altijd dingen aan het regelen. Als vrienden van mijn ouders een zoveel jarig huwelijk hadden, dan regelde ik de catering. Al van jongs af aan had ik die neiging: “oh, dat doe ik wel.” Maar op een gegeven moment had ik die havo gedaan en toen dacht ik: nu is het wel mooi geweest, nu moet ik even gas geven. Want ik vond wel dat ik een bepaalde basis moest hebben om verder te springen. Ik heb niet de neiging gehad om zo’n selfmade schoolverlater te worden. Ik heb gekozen voor een heel praktijkgerichte opleiding, de hotelschool.’

Waarom?

‘Omdat ik hou van dienstverlening. En ik was er ook van overtuigd dat ik internationaal wilde werken. Nederland was niet groot genoeg voor mij, dat had ik snel door.

‘Op de hotelschool heb ik weer veel gewerkt, partijen gerund. Elke zomer heb je in de buurt van Leiden de Kaagweek, een zeilevenement. Ik werkte dan ergens, en dacht: volgens mij heb jij een probleem als jij in je horecagelegenheid in één week duizenden bezoekers krijgt. Dus werd ik de bemiddelaar. Ik had een soort uitzendbureauformule bedacht. Dan regelde ik twintig mensen van die hotelschool, van wie ik wist dat ze goed konden werken. Daar verdiende ik een hoop geld mee. Door het regelen, maar ook doordat ik keihard meewerkte. Ik heb dat altijd als voorwaarde gehad: zelf meewerken.’

Waarom is dat belangrijk?

‘Omdat ik niet vies ben van werken. Ik doe dingen uit een onafhankelijkheidsdrive, maar nooit om mijn zakken te vullen. Voor mij was het geld het middel, voor de onafhankelijkheid, maar nooit het doel.’

Was het logisch dat je na de hotelschool met je echtgenoot mee ging naar Aruba?

‘Ja, voor mij wel. Aan de ene kant omdat ik ervan overtuigd was dat hij de man was waar ik verder mee wilde en aan de andere kant was het een uitgelezen kans om in het buitenland te gaan werken.

‘Ik heb er allerlei functies gehad in hotels. Ik begon als manusje-van-alles en al snel verving ik de general manager. Dat heb ik altijd gehad, dat ik snel de verantwoordelijkheid naar mezelf trek. Toen onze oudste dochter werd geboren op Aruba moesten we een keuze maken. Blijven we hier en gaan we ons echt settelen? Of is het mooi geweest en gaan we terug? We hebben gekozen voor het laatste.’

Je werd verkoopassistente bij Micro-Mel, het bedrijf van je vader in consumentenelektronica. Had je daar iets mee?

‘Nee. Helemaal niet. Nog steeds niet. Als ik een product uit de verpakking haal, kan ik niet zeggen, goh, wat word ik daar opgewonden van. Nee. Maar als je kijkt naar een wand met een assortiment producten en je weet dat je er als leverancier voor zorgt dat de klant meer geld verdient, dan gaat mijn hart wel sneller kloppen.’

Ging het verkopen je makkelijk af?

‘Ik heb op de één of andere manier een commerciële knobbel. En ik vind het heel leuk om te verkopen. Ik vind het leuk om een dienst en een mogelijke koper bij elkaar te brengen. Langzamerhand ontdekte ik dat Micro-Mel, in mijn ogen, kansen liet liggen. Dat gaf wrijving. Mensen vonden het helemaal niet fijn. Die dachten: joh, waar bemoei jij je mee?’

Hoe kwam het dat jij die kansen wel zag?

‘Ik denk dat dat een combinatie is. Je moet je huiswerk doen, je verdiepen in de markt, analyses maken. Dat is puur saai dood cijfermateriaal. Aan de andere kant is het een kwestie van de ogen openhouden: zien wat er gebeurt, luisteren naar mensen en veel vragen stellen. En als derde zal het wel een soort talent zijn.’

Daarna ging het hard. Je werd directeur van het moederbedrijf Bandridge. Waarom vroegen de aandeelhouders jou?

‘Ze hadden gezien dat Micro-Mel in Nederland marktleider was geworden. En ze zagen dat ik een bepaald ambitieniveau had dat ik nooit onder stoelen of banken heb gestoken. Niet dat ik de hele dag riep: Ik wil meer, ik wil meer. Maar ze voelden wel die energie. Langzaam maar zeker groei je in zo’n rol. Toen kwam ik al heel snel tot de conclusie dat als ik wilde dat het bedrijf echt zou kunnen exploderen, in de positieve zin, dat ik daarvoor stappen zou moeten zetten die op dat moment niet pasten bij wat de aandeelhouders in gedachten hadden.’

Dus die heb je uitgekocht.

‘Ja. Ik had een soort gespleten persoonlijkheid, toen. Ik was gewoon aan het werk voor de eigenaren, als directeur. En aan de andere kant was ik bezig met het overnametraject. Met hulp van adviseurs.’

Om hoeveel geld ging het?

‘Om veel geld. Ja. Het heeft geen zin om te zeggen hoeveel. Ik ben nu volop bezig met afbetalen. Ik werk nu voor de bank. En dat is prima. Want zonder de bank had ik het nooit kunnen doen.’

Je hebt het directieteam vervangen. Waarom?

‘Het team dat er zat was deels ongeschikt en wilde niet mee met de veranderingen. Nu kan ik er vrij objectief op terug kijken, maar op dat moment voelde ik me wel persoonlijk aangevallen. Als iemand het niet zag zitten, dacht ik: “o jee, hij ziet mij niet zitten.”

‘Mijn nieuwe team vult mij aan. Ik heb geleerd dat er dingen zijn die ik leuk vind en dat zijn vaak de dingen waar ik dus ook redelijk goed in ben. En er zijn dingen waar ik echt niet aan moet denken. Bijvoorbeeld financiën, fiscale zaken, cashflow-beheersing. Ik vind het leuk om me bezig te houden met de ontwikkeling van het bedrijf, met groter worden, nieuwe ideeën inbrengen, pionieren, dan moet je bij mij zijn. Maar als het gaat om het uitwerken daarvan, dan moet je eigenlijk niet bij mij zijn. Ik heb geleerd dat ik mensen om me heen moest verzamelen die niet zoals ik zijn, maar die mij juist kunnen aanvullen.’

Wat zijn eigenschappen die je gebracht hebben waar je nu bent?

‘Ja, jeetje. Doorzettingsvermogen, enthousiasme en nooit willen opgeven. Als iemand “nee” tegen me zegt dan ga ik pas lopen. Als iemand zegt: “dat gaat niet lukken”, heerlijk! Een decaan op de havo zei tegen mij: “Vergeet het maar, dat red jij nooit, die hotelschool.” Oh, dat is heerlijk! Dat is de beste gangmaker. En dan na een jaar je propedeuse halen en even een kopietje opsturen.’

En wat is een eigenschap waarvan je denkt: dat moest ik maar eens afleren?

‘Ik ben ongeduldig. Dat is af en toe wel vermoeiend. En ik zou wel willen leren te genieten van het moment. Ik ben niet heel goed in kijken naar wat wel gelukt is. Ik denk dan: dát hebben we nog niet bereikt.’

Het is je veel gevraagd de afgelopen tijd, maar ik vraag het je ook. Hoe combineer je werk en privé?

‘Ken jij de Chinese bordjesact? Op van die stokken? Dat is ongeveer hoe ik dat doe. Tien draaiende paaltjes en dan oooooh, heel hard terug rennen.

‘Het is gewoon lastig. We hebben drie kinderen en het is een heel gedoe om te dat allemaal te organiseren en te zorgen dat iedereen aan zijn aandacht komt. Maar het is wel heel leuk dat het lukt. Ik heb een onwijs leuke vent, die daar heel erg supportive in is. Hij vindt het geweldig wat ik doe en stimuleert me er heel erg in.’

Heb jij gezegd: Ik wil dit bedrijf gaan runnen, en dat gaat me gewoon heel veel tijd kosten?

‘Dat gesprek hadden we daarvoor al gehad. We hadden bedacht dat we de kinderen voor het merendeel van de tijd zelf op wilden voeden, maar tegelijkertijd hebben we aan het begin geprobeerd om allebei net zo snel carrière te maken. Ik denk dat dat een standaard valkuil is voor jonge ouders. Uiteindelijk zijn we tot de conclusie gekomen dat dat simpelweg niet gaat. We kunnen niet allebei op dezelfde speed en dan ook thuis zijn.

‘De vraag was simpel: wie kan het snelste en het gemakkelijkste carrière maken en heeft daar het meeste zin in? Dat bleek ik te zijn. Maar het had net zo goed Willem kunnen zijn op dat moment. Dan had ik toch echt een stap terug gedaan.’

Wat zou volgens jou de oplossing zijn om meer vrouwen op een hoge positie te krijgen? Moet dat eigenlijk?

‘Ik vind van wel. Nederland is redelijk achterlijk als het gaat om vrouwen, ambitie en carrière in combinatie met zorgtaken. We staan heel laag op de ranking als het gaat om fulltime werkende vrouwen. Maar we staan heel hoog als het gaat om parttime werkende vrouwen. Kinderopvang, dat is echt een issue. Maar ik vind ook dat het als een soort excuus gebruik wordt.’

Hoe dan?

‘Ik baal er van als mensen zeggen: bij jou is het makkelijk, want jij kunt het je veroorloven om goede kinderopvang te regelen. Dan denk ik: wat een onzin, toen ik begon met werken was dat ook niet aan de orde. Ik heb het gezien als een investering. Ik heb goed betaald voor kinderopvang om op die manier uiteindelijk succesvol te worden, waardoor dat salaris vanzelf mee gestegen is.’

Wat verdien je?

‘Dat ga ik niet zeggen. Het hangt ervan af hoe succesvol het bedrijf is. Hoe beter het bedrijf het doet, hoe meer ik in principe verdien.

‘Maar goed, ik zie gewoon zo vaak dat vrouwen hun ambitie loslaten zodra er kinderen worden geboren.’

En wat vind je daarvan?

‘Ik vind dat bijzonder. Ik vind het bijzonder dat vrouwen zich uit de naad werken voor een studie en met een enorm ambitieniveau van die universiteit of hogeschool afkomen, waar ik echt bewondering voor heb. En dat die ambitie dan vier, vijf jaar later als sneeuw voor de zon verdwenen is. Dat vind ik heel bijzonder.’

Want dat hoeft niet, vind jij.

‘Ik vind dat het niet hoeft. Maar dat wordt in Nederland niet echt al gemeen gedragen. Ik denk dat het cultuur is dat het nog niet gebruikelijk is. En ik ervaar een bepaalde vijandigheid bij vrouwen. Want het zijn vaak vrouwen die tegen mij zeggen: ja, voor jou is het makkelijk. Het zijn ook vrouwen die zeggen: mijn man kán niet minder werken, want in zijn bedrijf wordt dat niet geaccepteerd. En voor de duidelijkheid: het maakt mij niet uit als iemand er voor kiest om thuis te blijven, maar kies dan om thuis te blijven. En zoek geen excuses.’

Wat zijn je plannen met het bedrijf de komende tijd?

‘Groter worden, de omzet verdubbelen. We verkopen nu in 57 landen, we willen naar 100.’

En het komende halfjaar als Zakenvrouw van het jaar?

‘Eh, reizen, presentaties geven, het rollenpatroon proberen te doorbreken. Laten zien dat ik niet bijzonder ben. Ik doe gewoon mijn werk. Dat is echt niet zo spectaculair hoor, wat ik doe. Ik ga gewoon ’s ochtends naar mijn werk en ik kom ’s avonds thuis. En tussendoor reis ik. Nou, hoe moeilijk is dat? Dat is niet moeilijk, hoor.’

Meer over