analyse

Bij de ontgroening van Rutte IV stuit de nieuwe bestuurscultuur meteen op grenzen

Er zouden meer dualisme en openheid komen, maar bij het debat over de Sywertdeal stond de coalitie als één blok achter minister Hugo de Jonge. Iedereen wil een ‘nieuwe bestuurscultuur’. Nu blijkt hoe moeilijk dat is als de spanning oploopt.

Frank Hendrickx
Minister van Defensie Kajsa Ollongren, premier Mark Rutte en minister van Buitenlandse Zaken Wopke Hoekstra,  eerder dit voorjaar tijdens een debat over de invasie van Oekraïne door Rusland.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Minister van Defensie Kajsa Ollongren, premier Mark Rutte en minister van Buitenlandse Zaken Wopke Hoekstra, eerder dit voorjaar tijdens een debat over de invasie van Oekraïne door Rusland.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Hoe was het ook alweer in december, toen VVD, D66, CDA en ChristenUnie na de langste formatie uit de geschiedenis toch weer een regeerakkoord met elkaar sloten? Premier Mark Rutte beloofde ‘een nieuwe start’, vicepremier Sigrid Kaag was de predikant van ‘de nieuwe bestuurscultuur’ en ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers deelde zijn visioen van ‘een echte omslag’. ‘Met een grotere openheid en meer dualisme.’

Niet iedereen die donderdag het debat volgde met Hugo de Jonge (‘Ik was niet betrokken bij de deal van Sywert van Lienden, maar heb wel betrokkenheid gehad’) zal het nieuwe elan van Rutte IV meteen herkend hebben. Vanaf de eerste minuut was duidelijk dat de coalitie de CDA-minister nooit zou laten vallen.

Er is in Den Haag altijd een school gebleven die met ongemak keek naar de plechtige beloften over een nieuwe bestuurscultuur. Gelouterde politici en secondanten die menen dat het land bovenal een stabiel bestuur moet hebben. Als het niet mooi kan, dan maar lelijk – ‘politieke cultuur’ is franje. Tot zijn plotselinge bekering na het ‘functie elders’-debat een jaar geleden behoorde ook premier Rutte tot die school.

Echo’s van Rutte III

De ‘realisten’ zagen hun gelijk bevestigd in het debat over de Sywertaffaire. Als vanouds verdrongen de Kamerleden van de oppositie zich achter de interruptiemicrofoon, terwijl de leden van de regeringspartijen in hun bankjes hingen. Rutte IV leek verdacht veel op Rutte III.

Toen de Volkskrant twee weken geleden onthulde dat De Jonge veel intensiever betrokken was bij de mondkapjesdeal dan eerder gemeld, was er binnen de regeringspartijen nog wel enige verontwaardiging te bespeuren. ‘Net als bij de oppositie is er in de coalitie twijfel of De Jonge wel de waarheid heeft gesproken’, meldde RTL Nieuws na een rondgang. Er werd zelfs de vraag gesteld of de CDA’er kon aanblijven.

Verwonderlijk was die stemming binnen de coalitie niet. Een van de Kamerleden die vorig jaar onvolledig werden geïnformeerd over de betrokkenheid van De Jonge, was coalitiekopstuk Jan Paternotte. De huidige D66-fractievoorzitter stelde destijds tal van kritische vragen, maar kreeg nooit te horen dat de CDA-bewindspersoon een rol speelde bij de totstandkoming van de deal.

Toch bleek de verontwaardiging vervlogen toen het debat met De Jonge donderdag op gang kwam. Paternotte liet het debat over aan de onervaren Wieke Paulusma. Die zei ‘iets te vinden’ van de gebrekkige informatievoorziening richting de Kamer, maar wilde bij navragen door de oppositie niet zeggen wat ze er dan van vond. Net als VVD en CDA stelde D66 amper kritische vragen – dat veranderde slechts even toen oppositie-Kamerlid Pieter Omtzigt aan de tand kon worden gevoeld over zijn rol bij de affaire.

Waar is de ‘nieuwe bestuurscultuur’, vroeg de oppositie zich verwonderd af. Achter de schermen valt te horen dat de coalitie al blij was dat De Jonge überhaupt bereid was om excuses aan te bieden. Niet iedereen geloofde vooraf dat hij daartoe in staat was. Vooral omdat de CDA’er meent dat hem bitter weinig te verwijten valt.

Diep gekrenkt

‘Ik was niet betrokken bij de deal’, bleef De Jonge ook donderdag volhouden. Hij had wel ‘completer’ en ‘vollediger’ moeten zijn in de antwoorden op Kamer- en mediavragen. Maar ‘feitelijk was het echt wel correct’ wat hij vorig jaar had gezegd over de gang van zaken.

De Jonge is zelf juist diep gekrenkt dat zijn integriteit in twijfel is getrokken. De coalitie wilde de getergde CDA’er niet verder in het nauw brengen, daar werd de zaak niet belangrijk genoeg voor geacht. De Jonge was tenslotte, net als iedereen, ‘een loer gedraaid door Van Lienden’, zoals hij het zelf zei.

De afloop van het Sywertdebat roept onder Kamerleden van de oppositie de vraag op wanneer er dan wel meer dualisme te zien zal zijn. Ook binnen de coalitie heeft niet iedereen daar al te hoge verwachtingen van. De afgelopen formatie speelt daarbij een belangrijke rol. In Rutte III viel de coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie over het toeslagenschandaal. Na 271 dagen formeren resulteerde dat in een coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. Niemand is eropuit om dat proces op korte termijn te herhalen.

Samen in de loopgraven

Een confrontatie met de strijdlustige De Jonge was een risico geweest voor de stabiliteit van het kabinet. Dat bleek ook uit de nagenoeg onvoorwaardelijke steun van de CDA-fractie voor de eigen bewindspersoon. Kamerlid Joba van den Berg ontpopte zich tijdens het debat tot ‘woordvoerder van minister De Jonge’, aldus een schamperende oppositie.

De coalitie wordt juist verenigd in een afkeer voor een groot deel van de oppositie. Het gros van de zestien oppositiefracties – van de PVV tot Bij1 – maakt in hun ogen geen enkele aanstalten om ooit regeringsverantwoordelijkheid te nemen en zou er vooral op uit zijn publiciteit te vergaren via aanvallen op het kabinet. In dat wereldbeeld zitten de coalitiepartijen samen in de loopgraven waar ze zich moeten verweren tegen inkomend vuur van oppositie en media.

De ontgroening van Rutte IV tijdens het Sywertdebat heeft de nieuwe bestuurscultuur waarschijnlijk niet dichterbij gebracht. De eerste rekening staat nu open binnen de coalitie. VVD, D66 en ChristenUnie zijn coulant geweest voor CDA’er Hugo de Jonge. Als straks een bewindspersoon van een andere partij wankelt, zal CDA-leider Wopke Hoekstra er fijntjes aan herinnerd worden: dualisme is mooi, maar nu even niet.

Meer over