Bij de neus genomen

Het doet een beetje denken aan dat onfortuinlijke egeltje dat gulzig zijn kop in een milkshakebeker duwde en daar bleef steken tot hij verhongerd en wel werd opgeraapt en opgezet voor een Rotterdamse collectie verongelukte stadsdieren. Dit tafereel speelt zich af onder de microscoop, en het is geen egel, maar een wormpje: C. elegans van nog geen millimeter lang. Verder lijkt het opnieuw een gevalletje van vragen om moeilijkheden. De worm die zich klem zwom.

Alleen treft de worm hier geen blaam. Zij is erin geluisd. Erin gezogen eigenlijk. Opgeslorpt tot zij in een laboratorium in Zuid-Engeland klem zat in een ragdun kanaaltje op een vloeistofchip van nieuwsgierige neurowetenschappers. De neus, voor alle duidelijkheid, zit rechts, in iets wat een trechter lijkt. Het betreft, zeggen de kenners, een vrouwtje, of althans: het is geen mannetje. Die hebben een wat stompere staart.

Een microscopische labworm, keurig uitgestrekt, alle organen in zicht en roerloos: het is de droom van iedere onderzoeker die wel eens met C. elegans heeft gewerkt. Ideale beestjes zijn het, in bijna alle opzichten. Met precies 959 lichaamscellen zijn ze lekker overzichtelijk. Hun hele genoom is bekend. Hun brein in kaart gebracht. En het is een micro-organisme, waardoor er voor proeven minder lastige vergunningen nodig zijn.

Ideaal, behalve dat C. elegans nooit stil zit. Ze wriemelen en wringen van nature maar door, tenzij ze verdoofd worden. Maar dat stuurt dan vaak weer de beoogde proef in de war.

Vandaar de microscopische bankschroef. Niet groter dan een microscoopglaasje, met erin geëtst een stelsel van fijne kanaaltjes waarin vloeistoffen kunnen worden rondgepompt. Op de foto zien we het resultaat, voor alle duidelijkheid met het glasachtige lichaam roze ingekleurd: een volwassen C. elegans die is klemgezet in een microkanaaltje, met haar neus netjes in de trechter. Klaar, in dit geval, voor blootstelling aan bestrijdingsmiddelen. Om te zien wat die in het wormenbrein doen.

Je zou denken: het gif komt via de trechter rechts. Maar nee. Het komt uit het driehoekige reservoir aan de bovenkant, door een reeks gaatjes die de worm aan de bovenkant dat vreemde geribbelde aanzien geven.

De neus hebben de onderzoekers nodig omdat die zo lekker dicht bij het wormenbrein ligt. Met een stroomsensor net onder de chip pikken ze contactloos de zwakke elektrische signalen van het minibrein op.

Dierenmishandeling? Mogelijk, maar de intenties zijn goed. Dat onderste kanaal zit er niet voor niets. Als de proeven klaar zijn, zuigt dat de worm uit haar benarde positie en deponeert haar terug in de relatieve vrijheid van haar eigen petrischaaltje. Op naar een volgende rondje in de toxicologische mallemolen.

Uitleg:

Rik Korswagen (Hubrecht laboratorium) en Lindy Holden-Dye (Southampton).

undefined

Meer over