Column

Bij de NAVO wordt Turkije een vreemde eend in de bijt

null Beeld De Volkskrant
Beeld De Volkskrant

Hoeveel interne onmin kan de NAVO zich veroorloven? Op het eerste gezicht zou je zeggen: redelijk wat. In de 68-jarige geschiedenis van de verdragsorganisatie hebben zich meer dan eens conflicten tussen lidstaten of tussen het Brusselse hoofdkwartier en een balsturige bondgenoot voorgedaan.

De territoriale afbakening in de Egeïsche Zee was jarenlang een twistappel tussen Griekenland en Turkije. Daar kwam ook nog eens de kwestie Cyprus bij. Spanjes toetreding in 1982 voltrok zich hoewel het Brits-Spaanse geschil over Gibraltar een steen des aanstoots bleef. Frankrijk trok zich in 1966 hooghartig terug uit de militaire samenwerkingsstructuur van de NAVO, om pas weer tijdens het presidentschap van Sarkozy het volledige lidmaatschap in ere te herstellen.

Maar nooit is een NAVO-lidstaat zo tekeer gegaan tegen bondgenoten als nu Turkije doet met zijn scheldpartij aan het adres van Duitsland en vooral Nederland. Volgens de Turkse regering zijn beide landen in handen van fascisten en nazisympathisanten. Nederland heeft de slachting van achtduizend moslims in Srebrenica op zijn geweten. Heel Europa is trouwens verdorven en zou willens en wetens afstevenen op een 'heilige oorlog'.

Er is ook sprake van een onbeschaamde inmenging in de Duitse en Nederlandse aangelegenheden: Turkse Duitsers en Nederlanders dienen bepaalde politieke partijen te mijden en in de eerste plaats loyaliteit te betonen aan hun oude vaderland, aldus de boodschap uit Ankara. President Erdogan spreekt zonder omhaal van 'mijn burgers'.

Geconfronteerd met het spervuur van schimpscheuten nam het NAVO-hoofdkwartier zijn toevlucht tot een beproefde omtrekkende beweging: een oproep aan alle betrokken hoofdsteden om de zaken niet op de spits te drijven en elkaar met respect te bejegenen. Een openlijke afkeuring van het Turkse gedrag, die elders in Brussel wel uit de mond van EU-prominenten kon worden opgetekend, bleef achterwege. Off the record zeiden NAVO-diplomaten erop te rekenen dat de woede in Ankara wel zou wegebben als het referendum over het beoogde presidentiële stelsel eenmaal achter de rug is en de buitenwereld hopelijk weer met een zakelijker blik wordt bezien.

Tja, je mag inderdaad verwachten dat de gemoederen zullen bedaren als Erdogan in april zijn binnenlandse doel heeft bereikt (wat overigens nog geen zekerheid is). Maar ook dan valt moeilijk te verbloemen dat de verbintenis tussen de NAVO en Turkije een zeer ongemakkelijke is geworden.

Een vergelijking met de relatie EU-Turkije dringt zich op. Officieel zijn Brussel en Ankara vlijtig met elkaar in gesprek over toetreding van Turkije tot de Europese Unie, waartoe de Europeanen in 1999 de principiële bereidheid hebben uitgesproken door het land de status van kandidaat-lidstaat toe te kennen. Bij het sluiten van het vluchtelingenakkoord vorig jaar kreeg dat streven hernieuwd reliëf door de afspraak om de toetredingsonderhandelingen te intensiveren.

Maar iedereen weet dat die besprekingen tot niets zullen leiden in de afzienbare toekomst. Omdat toetreding van het grote Turkije een te zware belasting voor de Europese constructie zou zijn; en omdat Ankara steeds minder voldoet aan de democratische normen. Maar een heldere streep zetten ligt niet in de Brusselse aard. Liever pappen en nathouden.

Met de NAVO en Turkije gaat het dezelfde kant op. De Turkse buitenlands-politieke koers verwijdert zich steeds meer van de lijn van de Atlantische partners. In Syrië wordt militaire actie ondernomen tegen strijdgroepen die het Westen juist ziet als bondgenoot, zoals de Koerden. Er wordt innig samengewerkt met Moskou, waarbij de westerse hoofdsteden het nakijken hebben. Hoge Turkse militairen die het klappen van de zweep kennen in de NAVO, zijn uitgerangeerd. Voor gezamenlijke oefeningen bestaat nauwelijks nog belangstelling in Ankara.

Net zoals bij de EU, geldt voor de NAVO: een langdurige verbintenis verbreek je niet zo snel. Turkije was tijdens de Koude Oorlog een cruciale hoeksteen van het Atlantische defensiebeleid. Het kon (en kan) bogen op de grootste strijdmacht van de NAVO. Vanwege de combinatie van islamitische identiteit en pro-westerse oriëntatie kon Turkije zowel de functie van brug als die van buffer vervullen in het Midden-Oosten.

Anno 2017 is er van die rol zeer weinig over. Sterker, de twijfel groeit over de loyaliteit van de Turken. Een omineuze ontwikkeling, want anders dan het geval is bij de EU, waar zakelijke belangen veel onbehagen kunnen temperen, komt het in een militaire organisatie als de NAVO in hoge mate aan op onderling vertrouwen. Dat slinkt nog dramatischer dan de Tweede Kamerfractie van de PvdA na de verkiezingen van woensdag.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant. Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over