Bij de baard of de borst houdt de carrière op

Twee Nederlandse kinderkoren kunnen zich op een groot (internationaal) succes beroepen, maar hun repertoire loopt zeer uiteen. Kinderen voor Kinderen zingt de prettig in het gehoorliggende popsong en het Nationaal Kinderkoor bekwaamt zich in Bartòk of Grieg....

Als de blaadjes van de bomen vallen en in het verre Spanje de Sint zich opmaakt voor een lange overtocht, dan ligt in de platenwinkels en warenhuizen de gloednieuwe Kinderen voor Kinderen-cd al op hem te wachten. Dit jaar zingen de lieverds uit Hilversum en omstreken onder meer Het tietenlied, Klerewekker, Hij wil niet meer naar school en Vieze praatjes op tekst en muziek van Bennie (Normaal) Jolink. En ook van deze zeventiende editie met solisten als Maartje, Ferry en Karina zullen er naar verwachting duizenden worden verkocht. Sinds televisiemaakster Flory Anstadt in 1980 Kinderen voor Kinderen bij de VARA lanceerde, is het programma een regelrechte hit geworden.

Uitgangspunt van deze succesformule was in de eerste plaats repertoirevernieuwing, zegt Majel Lustenhouwer, vanaf het begin repetitor en koordirigent. Hij heeft ze tijdens zijn opleiding schoolmuziek allemaal geleerd, liedjes als Het paard van de waard in Bolswderen voor Kinderen sluit aan op de belevingsweerste prijs in de categorie jeugdkoren, maar ook de speciale Bartòkprijs voor hun uitvoering van diens Kussen-danslied Párnás Táncdal.

Daarmee hebben Van Lieshout en de kinderen geschiedenis geschreven, want de Hongaarse koren behoren al jaren tot de top. Alleen zijn er maar weinigen van dit wapenfeit op de hoogte. 'De naamsbekendheid van dit koor is veel te gering in verhouding tot de kwaliteit', stelt een vader van één van de zangers zondagmiddag aan het eind van een repetitie-weekeinde in Vught.

Na het inzingen wordt die zondagochtend in Vught begonnen met de Passionsmusik uit 1973 van Anton Heiller. Ze zingen over de Geheimnis des Glaubens en de Übeltäter bij de Grabstätte. Niet bepaald een tekst die aansluit bij de belevingsw, krijgt meer inhoud wanneer ze er 'deinen Tod, O Herr' van maken. Blijmoedig breken ze hun tong over het Duits, glijden ze uit over moeilijke intervallen en wagen ze een noodlanding op een grote drieklank.

Er gaat een vinger omhoog: 'Eerst gaat het over de Heer en dan staat er ''Missetat meines Volkes''. Hoe zit dat?' Van Lieshout mompelt iets over directe rede en een citaat. 'Dat heeft nog nooit iemand gevraagd', zegt hij verbaasd. En dan mag Simone een verzoeknummer kiezen voor haar verjaardag. Het koor springt op en zingt plechtig en zuiver driestemmig Hymnusz, het Hongaarse volkslied. 'Dat hebben we geleerd voor Hongarije', fluistert de 19-jarige Rosalie Verburg, vroeger lid en nu verzorgster van het koor. Ze is er voor de koffie en de thee, de builen, de schrammen, de pleisters en de tranen. En ze studeert koordirectie en zang aan het Conservatorium in Rotterdam. 'Dat kan niet missen', vindt ze zelf.

Kan niet missen, vindt ook Maria Goetze die is toegelaten tot de vooropleiding zang aan het Conservatorium in Den Haag. Een muzikaal beroepsperspectief is in dit gezelschap niet ongebruikelijk. Het Nationaal Kinderkoor is dan ook niet zomaar een koor. Het heeft een voorbeeldfunctie om, zoals Van Lieshout stelt, 'het ambachtelijke dat hier in Nederland verloren is gegaan, terug te brengen'. Het gaat hem niet zozeer om een eindprodukt in de vorm van een cd of concert, het koor is voor hem vooral een opstapje voor kinderen om verder te komen. Hij wil hen vertrouwd maken met niet alleen met de meest voor de hand liggende muziek.

De kinderen moeten een auditie doen waarbij 'goeie oren', een goed aansprekende stem en enige vaardigheid in het notenlezen basisvoorwaarden zijn. Van de ongeveer dertig aanmeldingen per jaar wordt één op drie, soms één op de vier aangenomen. Wekelijks wordt er gerepeteerd in de lesplaatsen (Zuidwolde, Eindhoven, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht) en degenen die hun solfège onder de knie hebben gaan ook één keer per maand naar de studiedagen en -weekeinden. Zoals Susanna ten Wolde die over een paar nachtjes negen wordt en er dit weekeinde voor het eerst bij is. 'De advendsmoeziek en de pasioonsmoeziek vind ik wel heel moeilijk want ik kan het niet zo goed bijhouden', schrijft ze in het koordagboek.

De Kinderen voor Kinderen worstelen op een dinsdagmiddag na school in de Vara-kantine met moeilijkheden van heel andere aard. De cd is opgenomen en nu moeten de choreografieën voor de tv-uitzending op 23 november worden ingestudeerd. Er moet geschuifeld worden bij het liedje Voorlopig niet verliefd. Onder veel hilariteit en met rode hoofden omarmen de veel grotere meiden de veel kleinere jongens en bewegen onhandig over de vloer. Choreografe Wilma Hoornstra heeft alle overredingskracht nodig om één van de meisjes zover te krijgen. 'Jullie zijn artiesten, dit is acteren', roept ze.

'Daaraan kun je zien dat die tekst echt leeft', vindt Lustenhouwer. Een vrijgevochten stel is het, maar als ze dan een liedje over verliefdheid moeten zingen, zijn het ineens toch weer kindertjes. Zo moet het ook blijven en dan ontstaat het dilemma van elk kinderkoor: kleine kinderen worden onherroepelijk te groot. Dráma's heeft producente Heleen Ter Burg meegemaakt. In principe kunnen de kinderen tot hun twaalfde, dertiende jaar blijven; bij de jongens is de stemmutatie de grens en bij meisjes geldt dat ze geen al te 'volwassen' uitstraling mogen hebben. Zodra ze borsten krijgen is het afgelopen, al valt er met wijde truien nog wat te verhelpen.

Maar met die baard kan het in één zomer gebeurd zijn. Lustenhouwer pikte er na de vakantie eentje uit bij wie het echt niet meer kon. Tranen met tuiten en een baard-in-de-keel-liedje was er niet. 'Omdat ze verdorie geen kind meer zijn, mogen ze niet meer zingen', concludeerde Lustenhouwer en richtte dus het jeugdkoor Nonstop op. 'Allemaal ex-kinderen die echt niet kunnen stoppen met zingen.' Ook Van Lieshout is bij gebrek aan vervolg voor zijn senioren een jeugdkoor begonnen, want bij het Nationaal Kinderkoor ligt de grens onverbiddelijk bij zestien jaar.

Voor Ferry Hendrikse zal het nog even duren voor hij daar naartoe gaat. Hoornstra oefent Hij kan niet tegen zijn verlies waarin hij de solo's zingt. Stap-tik naar links, stap-tik naar rechts met het koor dat ondertussen wijst naar Ferry. Om tot de vijf à vijftien kinderen te behoren die per jaar uit de bijna duizend aanmeldingen worden geselecteerd moeten ze - behalve goede oren, van blad lezen hoeft niet per se - niet zozeer een makkelijk aansprekende, maar vooral een aparte stem hebben. Zoals het blueszangeresje dat vorig jaar Mama is morgen van mij zong. Of zoals Ferry, die bij zijn aanmelding schreef dat hij in de kroeg van zijn vader voor de gasten André Hazes zong en daar z'n zakgeld aan overhield.

Wie een minder aparte stem heeft, of gewoon niet goed genoeg is, heeft pech en er zijn ouders die het daar moeilijker mee hebben dan hun kinderen. Om het nog maar niet te hebben over de kinderen die niet willen, maar door hun ouders naar de auditie worden gestuurd.

Natuurlijk zijn er ook solisten in het Nationaal Kinderkoor. Tijdens de repetities in Vught neemt Sten Verpalen (10) de soli in enkele koorwerken van Grieg voor zijn rekening. Hij moet ongeveer zingend geboren zijn en met een uitgesproken smaak: de kinderliedjes van zijn eerste lerares vond hij niks en zijn ouders (vader doctor sociale wetenschap, moeder logopediste) hadden toevallig geen café, dus het levenslied viel ook af. Op z'n negende kwam hij bij Wout Oosterkamp op het Conservatorium in Groningen waar hij Händel en Purcell zong. Sinds dit schooljaar volgt hij de gecombineerde school/vooropleiding aan het Conservatorium in Den Haag.

Zowel Kinderen voor Kinderen als het Nationaal Kinderkoor zijn, de één voor lichte muziek en de ander voor klassieke muziek, succesvolle topprodukten. De ruim tweehonderdvijftig liedjes van Kinderen voor Kinderen vinden gretig aftrek in de koren door het hele land en ook het 'Chorliederbuch für Kinder und Jugend' dat in Europees samenwerkingsverband is opgesteld vindt z'n weg naar de klassieke kinderkoren. Maar terwijl Kinderen voor Kinderen ook in financieel opzicht goed draait, is het Nationaal Kinderkoor afhankelijk van de subsidie dat het via de SNK ontvangt. Juist nu de werkwijze van Van Lieshout vruchten begint af te werpen en internationaal erkenning vindt, heeft de Raad voor Cultuur in de laatste nota geadviseerd het koor op te heffen en de functies over te hevelen naar de regio's. 'Daar zijn ze niet voor toegerust en er is geen geld voor', zegt Van Lieshout.

Vooralsnog telt in Vught alleen de directe toekomst: er wordt gerepeteerd voor een derde cd en voor de concerten op 16 november met het plaatselijke kinderkoor in Putten en op 23 november in Utrecht. Het lijdensverhaal heeft plaatsgemaakt voor de enerverende avonturen van een verdwaalde hond, de tragiek van een dood vogeltje en de grillen van een eigenwijze stofzuiger. Met bewegingen, tableaux vivants en, uiteraard, meerstemmig.

Een weekeinde stevig doorzingen begint z'n tol te eisen: bij het ene lied zakt het koor tot enkele tonen onder de beginnoot en bij een ander lied stijgen de sopranen weer ongecontroleerd tot onvoorziene hoogten. Rosalie zet alvast koffie voor de ouders die hun kinderen komen halen. Het koor zingt tot slot de lievelingshymne uit Hongarije en terwijl Van Lieshout de ouders begroet leeft de jongere garde zich uit op het elektrische toetsenbord. 'Mijn laatste studieweekeinde', zegt Maria op weg naar de trein. Rogier Simonis knikt. Hij speelt cello, heeft een absoluut gehoor en de bruine band judo. En hij heeft, maar alleen nog af en toe, een beetje de baard in zijn keel.

Meer over