Bij Bergsma is van toeval geen sprake

Een fenomeen geraakte 10 km voor de finish alleen op kop, omdat zijn beoogde vluchtmakker hem niet kon volgen. Dan maar in zijn eentje.

MARK MISÉRUS

EMMEN - schaatsen

nk natuurijs

Jorrit Bergsma verheft zelden zijn stem. En op gewaagde uitspraken zal niemand hem betrappen. De beste schaatser van Nederland staat in zijn ploeg als een 'zachte jongen' bekend. Maar zet een stel ijzers onder hem en de Fries verandert in een vulkaan. Op de Grote Rietplas in Emmen werd Bergsma (26) gisteren met speels gemak voor de tweede keer Nederlands kampioen op natuurijs. Hij evenaarde er recordhouder Dries van Wijhe mee.

In een stijl die nog het best zijn eigen naam kan dragen, knokte hij zich naar de finish. Op z'n Bergsma's ging het, toen hij merkte dat een uitgelezen kans zich aandiende. Hij had eigenlijk later willen demarreren, want 10 kilometer is een eind als er geen rug is om achter te schuilen.

Het liep anders. Vanuit een groepje maakte hij de sprong naar de koplopers. Hij besloot stevig door te trekken en vroeg Ralf Zwitser hem te vergezellen. 'Maar ik ging er zo hard langs dat hij er niet meer bij kwam.'

Dus zat er niets anders op dan doorrijden. Bergsma deed het uit alle macht en hield, gemakkelijker dan hij dacht, stand. De sprint achter hem won Simon Schouten, die zijn tweede plaats op zijn eerste NK vierde als een hoofdprijs.

Zodoende gingen er vier armen de lucht in, al zag de camera de ellebogen van Bergsma. Die had besloten achteruit schaatsend over de streep te komen. 'Maar eigenlijk zat er geen gedachte achter', zei hij. Het was een opwelling, zoals spontaniteit het kompas lijkt waarop hij naar steeds grotere hoogten schaatst.

Bergsma is simpelweg te goed om zijn zeges op te hangen aan geluk en toeval alleen. Bij de BAM-ploeg staat hij bekend als een kilometervreter. Rick Smit behoort met de Renault-ploeg tot de vaste trainingskern van BAM. 'Van Jorrit leer ik pas wat afzien is', zei de nummer drie van het NK. Schouten: 'Het is een klasbak.'

De voormalige fietsenmaker uit Oldeboorn is van alle markten thuis. Zonder enige moeite wisselt hij marathons af met de langebaan. Op de 5 en 10 kilometer geldt hij als de grote uitdager van Sven Kramer. Hij gaf hem dit seizoen al twee keer in wereldbekerwedstrijden het nakijken.

'Een betere 10-kilometerrijder ga je op de wereld niet vinden', durfde zijn ploegleider Jillert Anema gisteren zelfs te zeggen. De 12.50,33 die Bergsma bij de wereldbeker in Heerenveen noteerde op de 10 kilometer, was een halve seconde te traag om Kramers baanrecord te evenaren.

Bergsma is er nog niet achter waar de beperkingen van zijn lichaam liggen, zei hij. 10, 100 of 200 kilometer: hij verteert de drie cruciale afstanden met verve. Het maakt van hem een langebaankampioen die in wedstrijden van NK-achtige duur én de ultieme krachtproeven van de marathon tot de sterksten behoort.

Mocht die er alsnog komen, dan hoeft de lengte van een Elfstedentocht niet het probleem voor hem te zijn. Toch behoort hij door zijn stijl allerminst tot de uitgesproken favorieten voor het 200 kilometer lange fenomeen, zei Anema. 'De Elfstedentocht is smal, geschikt voor skee- leraars. Dan krijgt Jorrit het lastig.'

Bergsma kon het moeilijk ontkennen. Andere marathonrijders blinken misschien ook als skeeleraar uit, maar voor hem gaat dat niet op. Vervang de ijzers onder zijn schoenen door wieltjes en er blijft weinig over van de soepele krachtmens.

Als er in de zomer vier uur met de ploeg wordt geskeelerd bij wijze van training, zit hij na een uur al stuk. 'Skeeleren is krachtsport. Ik moet het meer van souplesse hebben. Ik kan het gewoon niet.'

Degenen die hem op het NK-podium flankeerden, hoorden het geamuseerd aan. De sensatie van het schaatspeloton heeft dus toch een achilleshiel, moeten ze gedacht hebben. Daarvan was zeventien ronden lang weinig te zien geweest.

Wat er ook gebeurde, Bergsma was overal bij betrokken. Hij reed vooraan, in het middenrif en vormde de staart van het peloton na een vroege val. De rook van het startpistool was nog niet opgetrokken of hij lag op de grond na een duw van een collega.

Toch leek zijn inhaalrace hem amper krachten te kosten. Toen de wedstrijd ontplofte, was hij zelfs de enige pion die BAM nog in stelling kon brengen. De sprinters De Vries en Stroetinga waren weggevallen of uit beeld geraakt. En waar concurrent SOS Kinderdorpen zich geen raad wist met de buitenkans, was die zonder meer aan Bergsma besteed.

undefined

Meer over