interviews

Bij achterblijvers in Afghanistan heerst radeloosheid dan wel berusting: ‘Ik geloof de Taliban niet’

Sayyid en Juma stonden op de Nederlandse evacuatielijst, maar bleven achter. Hoe voelen zij zich? En hoe verging het enkele Afghanen die de Volkskrant eerder sprak?

Afghanen kijken begin deze week een transportvliegtuig na dat vertrekt uit Kabul.  Beeld LA Times / Getty
Afghanen kijken begin deze week een transportvliegtuig na dat vertrekt uit Kabul.Beeld LA Times / Getty

Sayyid Kazimi uit Mazar-i-Sharif

‘Ik hoopte op een humanitair gebaar van Nederland’, zegt dokter Sayyid Kazimi vanaf zijn schuiladres in Kabul. Hij is door de Nederlandse hulporganisatie HealthNet TPO op de evacuatielijst gezet van Buitenlandse Zaken. De afgelopen dagen wachtte hij met spanning op een telefoontje dat niet kwam. ‘Nu Nederland stopt met evacueren voel ik mij – euh – heel angstig en hulpeloos en gevangen. Ik heb al drie nachten niet geslapen.’

Kazimi is oprichter van een hulporganisatie in de noordelijke stad Mazar-i-Sharif waar hij onder meer een kliniek met dertig bedden runt. De Taliban trokken daar meteen alle posters met vrouwen van de muren, schilderden foto’s op de gevel over en vroegen naar de directeur. ‘Ik heb afgelopen juni een brief van de Taliban genegeerd; dat was een soort belastingaanslag.’ Samen met HealthNet organiseerde Kazimi trainingen aan meer dan drieduizend zorgwerkers (60 procent vrouw) over hygiëne, voeding of gezinsplanning. Ook organiseerde hij Engelse les en social media-workshops voor koranschoolstudenten. ‘Hoe meer die begrijpen van de buitenwereld, hoe groter de kans op vrede in Afghanistan.’

Vanwege al deze inspanningen, vreest Kazimi, willen de Taliban zich op hem wreken. De amnestie die de Talibanleiding belooft te geven aan Afghanen die met buitenlanders hebben samengewerkt, neemt hij niet serieus. ‘Ik geloof geen woord van wat ze zeggen. Daarvoor heb ik te veel meegemaakt.’ Vlak voor de inname van Mazar-i-Sharif vluchtte Kazimi met zijn gezin naar het huis van een vriend in miljoenenstad Kabul. Daar laat hij zich niet zien. Ook niet toen de Taliban voor zijn deur stopten om diens witte Land Cruiser te bekijken. ‘Ze trokken de hoes eraf, kraakten de startcode met hulp van een technicus en reden weg met mijn auto.’ De komende dagen wacht Kazimi in spanning af wat er gaat gebeuren. ‘We leven nog, dat is het belangrijkste.’

Juma Jalat uit Uruzgan

‘We wachten nog steeds met z’n allen in het Serena Hotel’, zegt de 45-jarige Afghaan Juma Jalat die door Duitsland zou worden geëvacueerd. Hij kreeg een visum voor zijn werk bij de Duitse hulporganisatie GIZ voor wie hij projecten in zijn thuisprovincie Uruzgan uitvoerde met Nederlands geld. Bijna leek zijn vertrek te lukken, toen Jalat met 50 landgenoten werd verdeeld over tien taxi’s en richting de luchthaven reed. Dat was een dag voor de bomaanslag. ‘Halverwege belde de organisator: allemaal weer terug.’ Bijna alle Afghanen op de Duitse evacuatielijst, werden afgelopen week weggedrukt door Duitsers die op familiebezoek waren en accuut geëvacueerd wensten te worden.

Nu wacht Jalat op verdere instructies uit Duitsland. ‘Ik sta hoog genoeg op hun lijst dat ik met mijn gezin naar dit hotel mocht komen. Dus ik vertrouw erop dat ze voor ons een andere oplossing zoeken.’ De rekening voor het luxe hotel betaalt het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken (kamer en ontbijt). Eenmaal bestelde Jalat diner en lunch, maar dat kostte meteen 250 dollar. In de lobby wachten volgens hem ook Afghanen en hun gezinnen die voor Canada, Verenigd Koninkrijk, Australië, Frankrijk en Nederland hebben gewerkt. ‘Voor alle uitgangen staan Talibanstrijders. Maar ik voel mij niet onveilig. Ze laten ons met rust. Ze houden vooral een enorme menigte tegen die ook hier naar binnen wil.’

Alle namen van achterblijvers zijn gefingeerd voor hun veiligheid.

Vier afghanen die eerder de krant haalden

Journalistiek assistent Najibullah Sahibzada uit Uruzgan, die onder meer de Volkskrant hielp en onlangs zelf een profiel kreeg in de krant, is door het Australische leger geëvacueerd. Hij bevindt zich in een militair kamp in Dubai met 38 familieleden.

De jongste parlementariër van het land, Gulali Mohammadi, die eerder door de Volkskrant is geïnterviewd over vrouwenrechten in Afghanistan, was getuige van de bomaanslag voor de luchthaven. Zij heeft zich verstopt, want de Taliban hebben haar verboden het land te verlaten en bewaken haar huis.

Directrice Maryam van de meisjesschool in Uruzgan, tevens voorzitter van een vrouwennetwerk, arriveerde te laat met haar kinderen in Kabul om nog geëvacueerd te kunnen worden. Zij appt radeloos dat zij niet meer weet wat zij nu moet doen.

De arts in Kabul die veel dorpsklinieken heeft opgezet voor de Nederlanders in Uruzgan, reageert gelaten op de laatste evacuatievlucht. ‘Ik wacht de volgende mogelijkheid af.’ Hij gaat sinds kort weer naar zijn werk, een Afghaanse hulporganisatie, ook al heeft de Taliban hem dat expliciet verboden in een dreigtelefoontje.

Alle namen van achterblijvers zijn gefingeerd voor hun veiligheid.

PODCAST

Oud-Afghanistan correspondent Natalie Righton vertelt op bloedstollende wijze hoe ze deze week via telefoons en Google Maps tientallen Nederlanders, tolken en hun familie in Kabul naar het vliegveld wist te loodsen. Waarom lukte dat Buitenlandse Zaken zelf niet? Luister de politieke podcast De kamer van Klok met Natalie Righton, Sheila Sitalsing, Pieter Klok, Raoul du Pré en Gijs Groenteman.

Meer over