BIBLIOTHEEK EXPOSEERT OUDE VERSLAGEN VAN ONTDEKKINGSREIZIGERS

De Royal Society, het oudste wetenschappelijk genootschap van Groot-Brittannië (opgericht in 1660), heeft vanaf het eerste moment van zijn bestaan een inspirerende rol gespeeld bij de verbreiding van nieuwe wetenschappelijke inzichten....

Degene die in dat opzicht volledig aan de verwachtingen van de Royal Society beantwoordde, was een spraakmakende cartograaf en astronoom: James Cook (1728-1779). Het genootschap liet Cook vanaf 1768 drie grote reizen maken, die hem onder meer naar Nieuw-Zeeland, Australië en de westkust van Amerika voerden. Hij werd op zijn reizen vergezeld door wetenschappelijke onderzoekers, die tal van ontdekkingen op velerlei gebied deden. In 1779, toen hij op de terugreis Hawaii aandeed, werd hij in een gevecht met inboorlingen gedood.

'Van James Cook kan worden gezegd dat hij, op vreedzame wijze, meer dan wie ook veranderingen op de wereldkaart heeft aangebracht', zo staat het in Reistogten om den aardkloot - De ontdekking van de wereld door kooplui en geleerden (Bibliotheek Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Amsterdam; ¿ 20,-). 'Afgezien van zijn grote ontdekkingen, die mede de grondslag voor het Britse Imperium in Australië en Oceanië leggen, berust Cook's roem op zijn prestaties op nautisch, astronomisch en cartografisch gebied en op het feit dat hij als eerste doeltreffende dieetmaatregelen (zuurkool) tegen scheurbuik weet te vinden.'

Het boekje - met een inleidend essay van de historicus P.W. Klein - begeleidt een gelijknamige tentoonstelling, die van 9 mei tot en met 9 juli wordt gehouden in de bibliotheek van de KNAW in Amsterdam. Op de tentoonstelling worden ruim veertig banden met reisverslagen van beroemde Engelse, Franse en Nederlandse ontdekkingsreizigers vanaf de zestiende eeuw getoond. Daartoe behoren ook gedrukte verslagen van de reizen van James Cook. Een van de oudste getoonde werken is Begin ende Voortgangh van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde Oost-Indische Compagnie, dat dateert uit 1646 en uit twee delen bestaat. Het werk bevat 28 reisverslagen van onder anderen Willem Barents, Jacob van Heemskerk, Cornelis de Houtman, Olivier van Noort en Joris van Spilbergen.

Interessant zijn de verslagen van particulieren die in de zeventiende en achttiende eeuw op reis gingen, puur uit eigen belangstelling. Vooral de flora en fauna van verre streken zijn intrek, maar ook godsdienstige gebruiken, zeden en gewoonten, en natuurwetenschappelijke onderwerpen. 'De reizigers hebben een goede opleiding genoten en zijn over het algemeen scherpe waarnemers', aldus Reistogten om den aardkloot. 'Hun belangstelling is breed en zij lichten hun verslagen toe met nauwgezette tekeningen. Vele hiervan zijn ook in wetenschappelijke zin van betekenis.'

Daarnaast zijn er veel reisverslagen van mensen die in dienst van de Verenigde Oostindische Compagnie op pad gingen. Tot hen behoort opperchirurgijn Wouter Schouten, die in 1676 een verslag van zijn 'Oost-Indische voyagie' publiceerde, dat veel succes had.

Met het boekje en de tentoonstelling wil de bibliotheek de aandacht vestigen op de historisch waardevolle oude drukken die zij in bezit heeft. De bibliotheek werd in 1808 gesticht door koning Lodewijk Napoleon en kwam tot grote bloei onder de voortvarende leiding van David van Lennep, die van 1817 tot 1851 de scepter zwaaide.

In die periode verwierf de bibliotheek door schenkingen of anderszins bijzondere collecties, zoals die van Lodewijk Napoleon zelf, vlootvoogd Jan Hendrik van Kinsbergen, Willem Bilderdijk, Jacob van Lennep en Constantijn en Christiaan Huygens. De 'oude' collectie van de bibliotheek omvat ongeveer zestigduizend boeken en handschriften. Han van Gessel

Meer over