Bibi's achterban moet de hand ophouden

De Israëlische economie is er belabberd aan toe. Premier Netanyahu heeft meer geld over voor kolonisten dan voor werklozen, bromt zijn teleurgestelde achterban....

door Theo Koelé

YIGAL Hazan, een 30-jarige werkloze Israëli, zit met een vriend op een muurtje in een verwaarloosde straat van Ofakim. Het stadje van 24

duizend inwoners nabij de Negev-woestijn is berucht om zijn armoede en hoge werkloosheid.

Het staat ook bekend als bolwerk van premier Benjamin Netanyahu. Bij de verkiezingen van 1996 kreeg de Likud-politicus driekwart van de stemmen. Ook Yigal steunde hem. 'Dat was een vergissing.'

Netanyahu maakt het vredesproces in het Midden-Oosten tot hét speerpunt van de verkiezingen op 17 mei. Voor Yigal en veel andere Israëli's is de belabberde toestand waarin de economie verkeert, zeker zo belangrijk. Yigal leeft onder de armoedegrens, net als zo'n zesduizend stadgenoten. Ofakim, honderd kilometer ten zuidoosten van Tel Aviv, werd in 1955 uit de grond gestampt om immigranten op te vangen. Caravans zijn vervangen door kleine sobere huizen, flats en wat villa's.

Yigal is een spijtoptant, zijn vriend aarzelt nog of hij opnieuw op Netanyahu zal stemmen. Yigal: 'Bibi heeft meer geld over voor kolonisten dan voor werklozen. Hij beloofde ons van alles, een fabriek voor autobussen bijvoorbeeld, maar we wachten er nog steeds op. Wie uit Ofakim weg kan, vertrekt. Ik blijf, want ik was een paar jaar geleden zo stom om een huis te kopen. Verkopen kan ik het niet, want niemand wil hier wonen.'

Yigal heeft een uitkering van 1300 shekel (bijna 650 gulden) per maand. Ter vergelijking: de bestbetaalde ambtenaar van het land verdient het vijftigvoudige. Yigal is vrijgezel en vreest dat te zullen blijven. 'Geen vrouw wil een man zonder geld en zonder auto.' Het geringe aantal auto's in Ofakim geeft het welvaartspeil aan: 129 per duizend inwoners; in Tel Aviv zijn het er bijna zeshonderd.

Loco-burgemeester Avi Asraf (41) doet manhaftige pogingen het imago van Ofakim en het moreel van de inwoners op te vijzelen. Evenals Yigal is hij van Marokkaanse herkomst, én ex-bouwvakker. Asraf is een

Likudnik, partijgenoot van Netanyahu. In zijn kantoor hangt een gesigneerd portret van de premier.

'Het is oneerlijk alle schuld af te schuiven op Bibi. Onder vorige, linkse regeringen was het hier niet beter. Tot aan de gemeenteraadsverkiezingen van eind vorig jaar hadden we een burgemeester van de Arbeidspartij. Die maakte er niet veel van. Straten werden soms jarenlang niet schoongemaakt. Behoorlijk onderwijs is hier nauwelijks. Er zijn geen parken, geen speelplaatsen. Wie naar een bar, bioscoop of discotheek wil, moet naar Beersheva, meer dan twintig kilometer verderop. We hebben een riolering die in een open plas uitmondt. Ja, het stinkt hier', zegt Asraf.

Netanyahu heeft in elk geval geprobéérd iets voor Ofakim te doen, betoogt Asraf. Eind 1997 vereerde de premier zijn stad met een bliksembezoek, toen dreigende ontslagen leidden tot gewelddadige protesten. Het bezoek van Netanyahu, voor de gelegenheid in een stoer

jack gestoken, leidde tot mooie krantenkoppen als: 'Er worden drie nieuwe fabrieken gebouwd in Ofakim.' Dat is helaas niet gebeurd, zegt

Asraf.

Wel is Netanyahu er volgens de loco-burgemeester in geslaagd de ondergang van een textielfabriek te voorkomen. Dit bedrijf, 'Nieuw Horizon', telt vierhonderd werknemers, en is n de gemeentelijke overheid (650 man personeel), de grootste werkgever.

De regering-Netanyahu stelde onlangs nog een daad: Ofakim krijgt geld

om het begrotingstekort te halveren. Niettemin moet het stadhuis wegens geldgebrek 120 mensen ontslaan. De gedupeerden zullen niet zomaar op straat gezet worden, 'ze kunnen terecht bij geprivatiseerde

overheidsdiensten of zich laten omscholen', aldus Asraf. Als de werkloze Yigal dat hoort, lacht hij schamper: 'Cursussen genoeg. Weet

je wat de populairste is? ''Hoe vind ik werk''.'

Wie zich meldt voor een of andere training, valt buiten de werkloosheidsstatistieken. Op het stadhuis wordt gefluisterd dat er een forse verborgen werkloosheid bestaat. Officieel bedraagt het werkloosheidscijfer 9,3 procent, ongeveer het landelijk gemiddelde. In werkelijkheid ligt het cijfer in Ofakim 4 of 5 procent hoger.

De werkloosheid in Israël is onder Netanyahu sterk gestegen. Nehamia Strasler, commentator van de gezaghebbende krant Ha'aretz, zette onlangs de oorzaken op een rijtje. Netanyahu sneed in de overheidsuitgaven. Daarnaast stelde hij nieuwe prioriteiten, onder druk van religieuze en ultra-rechtse partijen: méér geld voor kolonisten en vrome studenten, mínder voor wegenbouw en andere infrastructurele projecten. De hoge rentestand is ook een belangrijke

factor. Tenslotte, volgens Strasler, veroorzaakte de stagnatie van het vredesproces een economische teruggang. 'De economie groeide imposant en de werkloosheid daalde toen het vredesproces floreerde in

de jaren 1994-'96.'

Buitenlandse investeerders nemen een afwachtende houding aan, nu het volstrekt onduidelijk is hoe het verder gaat met het door Netanyahu 'bevroren' vredesproces. In 1998 groeide de economie slechts met anderhalf procent - een dieptepunt in het afgelopen decennium.

In het zicht van de verkiezingen wil Netanyahu, naar eigen zeggen, 'de teugels laten vieren'. De recente eenmalige uitkering van de regering aan Ofakim kan gezien worden als een verkiezingsstunt. Israëlische kranten staan bol van berichten over 'verkiezingseconomie'. De regering deelt cadeautjesuit. Begin dit jaar, kort nadat hij in het parlement was gestruikeld, ging Netanyahu

akkoord met gratis peuteronderwijs. Vóór die tijd wilde hij er niets van weten. De premier, die tevens minister van Financiën is sinds de partijloze Yakov Neeman eind vorig jaar het departement verliet, heeft opeens ook extra geld voor bejaarden, boeren en burgers in het noorden des lands die leven onder de dreiging van raketaanvallen vanuit Zuid-Libanon.

De premier sloeg waarschuwingen van financiële deskundigen, onder wie

Neeman en de topman van de Centrale Bank Yacov Frenkel, in de wind. Neeman, die zijn heil zoekt in het bedrijfsleven, zei dat politici een verhoging van de uitgaven zullen 'berouwen'.

Commentatoren voorspellen dat de kiezers binnen een paar maanden de prijs zullen betalen voor de gulheid van Bibi, in de vorm van hogere belastingen.

Het parlement ging gisteren te langen leste akkoord met de rijksbegroting voor dit jaar, waarover een verwoed gevecht gevoerd was. De ultra-orthodoxe partijen eisten extra geld en religieuze opleidingen, de partij van de minister van Handel Nathan Sharansky wilde nieuwe woningen voor Russische immigranten enzovoort. Het is niet alleen Netanyahu die zich schuldig maakt aan 'verkiezingseconomie'.

Voor de loco-burgemeester van Ofakim is verkiezingseconomie geen vies

woord. 'We hebben tegen Bibi gezegd: ''We willen geen beloften, maar cheques. Zo niet, dan stemmen we op een ander''.' Het klinkt dreigend, maar Asraf zegt het lachend. Hij gelooft niet dat Ofakim 'Bibi laat vallen'. Ook al verloor diens Likud-partij bij de gemeenteraadsverkiezingen in november twee van de vijf zetels, 'de Likud-familie zal niet uiteen vallen'. Het verlies van de grote partijen was een landelijke trend. Naar verwachting zet die zich voort bij de aanstaande parlementsverkiezingen, die samenvallen met de strijd om het premierschap.

In de Israëlische media wordt uitgebreid gefilosofeerd over de aantrekkingskracht van Netanyahu's uitdager, de in Iraks Koerdistan geboren oud-generaal Yitzhak Mordechai, op de mizrahim. Deze Israëli's van Noord-Afrikaanse en Aziatische herkomst zijn in Ofakim veruit in de meerderheid. Maar Mordechai heeft de kiezers nog niet in

z'n zak. 'Hij denkt slechts aan zijn eigenbelang. Mordechai heeft vals gespeeld door met links te flirten. Het is goed dat Bibi hem als

minister van Defensie ontslagen heeft', zegt de lokale fotohandelaar Swissa. Hij blijft de premier trouw, 'al gaan de zaken slecht' omdat het Ofakim nu eenmaal slecht gaat.

Netanyahu's rivaal Ehud Barak van de Arbeidspartij heeft hier ook een

probleem. Een prominent parlementslid van de Arbeidspartij, Orri Orr,

ontketende vorig jaar een storm van protest met laatdunkende opmerkingen over Israëli's van Marokkaanse origine. Orr toog naar Ofakim om boete te doen. In de ogen van middenstander Swissa, zelf afkomstig uit Marokko, was het een vergeefse missie.

Israël telt 32 plaatsen als Ofakim, die ontwikkelingssteden worden genoemd. Twaalf daarvan voeren de werkloosheidsstatistieken aan. Volgens deskundigen zijn dat gemeenten die niet geïnvesteerd hebben in goed onderwijs, maar kozen voor het aantrekken van bedrijven. Veelal kleine bedrijven in sectoren die het de laatste tijd zwaar te verduren kregen onder buitenlandse concurrentie (metaal, textiel).

Je ziet in Ofakim geen bedelaars op straat, zoals in Tel Aviv. Maar verveeld kijkende werklozen op een winderig terras bieden een even trieste aanblik. De eigenaresse van een snackbar maakt een wegwerpgebaar als haar gevraagd wordt 'hoe de zaak loopt'. Alles wat ze kwijt wil: 'Slechter kan het niet'. Een passerende verkoper van schroevendraaiers en scheerapparaten valt haar bij: 'Hier valt niets te halen. Zelfs als ik de prijzen met de helft verlaag, vind ik geen kopers. Ik reis met mijn spullen het halve land door, maar Ofakim. . . Ik denk dat ik maar niet meer terugkom.'

Meer over