Bibi maakt de mensen bang

'Mr. Terror' heet Netanyahu in de Israëlische pers. Op het congres van zijn Likud-partij brak deze week opstand uit. Maar Netanyanu weet dat zijn steunpilaren gewone Israëlische burgers zijn....

THEO KOELE

EEN bleke, grimmig kijkende Benjamin Netanyahu weet niet hoe hij het heeft. Partijgenoten klimmen op stoelen, joelen, schreeuwen. Niet uit enthousiasme, maar uit woede. Het voetvolk, verzameld in het Likud-congres, komt in opstand. Muiterij en anarchie, schrijven de kranten een dag later.

Maandagavond, een foeilelijk conferentie-oord aan de rand van Tel Aviv. De premier en Likud-leider moet een opzetje om zijn positie in de partij te versterken, bekopen met een oproer zoals hij nog niet meemaakte. En hij is toch wel enig rumoer en verzet gewend.

Sara, zijn vrouw, klaagt zelfs dat haar 'Bibi' blootstaat aan dezelfde vileine kritiek die wijlen premier Yitschak Rabin ten deel viel. Het gezin heeft onlangs de gerenoveerde ambtswoning in Jeruzalem betrokken, en sindsdien wordt de rust in de Balfourstraat verstoord door lawaaierige demonstranten. Werd Rabin uitgemaakt voor 'nazi' en 'verrader', de huidige premier is volgens de betogers een 'oorlogshitser'. Maar natuurlijk zijn het geen Likudniks, partijgenoten, die zo ver durven te gaan.

Er is een hetze gaande tegen Bibi, zeggen zijn vrouw en anderen, die zich al dan niet verenigd hebben in de fanclub Am Shalem (Eén volk'). Deze organisatie verscheen dit najaar, via paginagrote advertenties in dagbladen, op het toneel na de mislukte moordaanslag van de Mossad, de Israëlische geheime dienst, op een leider van de militante moslimgroep Hamas in Jordanië. Het fiasco kwam de premier, die de verantwoordelijkheid voor de aanslag op zich nam, op scherpe kritiek in binnen- en buitenland te staan. Maar de 'compromisloze strijd' tegen terrorisme die Netanyahu sinds jaar en dag propageert, levert hem ook veel steun op onder de Israëlische bevolking.

De fanclub-in-wording Am Shalem, waarachter vooralsnog anonieme personen schuilgaan, zegt de voortdurende kritiek op Netanyahu beu te zijn. De man heeft één groot doel voor ogen, de veiligheid van Israël, en dat heiligt de middelen. De club pretendeert te spreken namens de 'zwijgende meerderheid'. Feit is dat na de mislukte Mossad-actie in de Jordaanse hoofdstad Amman, ruim zestig procent van de Israëli's vond dat Netanyahu op zijn post kon blijven, terwijl in de media en door de parlementaire oppositie op zijn aftreden werd aandrongen.

Veel krantenlezers lieten merken het met de vernietigende commentaren niet eens te zijn. Typerend is de brief van een zekere Myra Weinbrand uit Haifa. Ze schreef aan de Jerusalem Post dat 'de Arbeiderspartij en de media vergeten dat elke actie van Hamas in Israël tientallen mensenlevens kost', en ze zei 'doodziek' te zijn van de aanvallen op de minister-president. Straatinterviews leverden hetzelfde beeld op. 'De harde aanpak is de beste. Dat is wat ik in Bibi waardeer', zei een vrouw in Rehovot tegen een verslaggever.

'Netanyahu kent die gevoelens en maakt daar handig gebruik van. Zoals de Amerikaanse president Richard Nixon deed: blame the press, en verwijt politieke tegenstanders dat ze opportunisten zijn die het vaderland in diskrediet brengen', zegt Mark A. Heller, een veelgevraagd commentator die als onderzoeker werkt op het Jaffee-instituut voor Strategische Studies aan de universiteit van Tel Aviv. 'De kritiek van de sociale elite, waartoe journalisten en parlementariërs behoren, weerspiegelt nu eenmaal niet de mening van het grote publiek. Netanyahu speelt in op de emoties van dat publiek, op de gevoelens van angst. Hij is een gewiekst politicus.'

De 48-jarige premier mag dan gebrek aan ervaring verweten worden, hij weet de ene crisis na de andere te overleven. De mislukte aanslag op de Hamas-leider in Jordanië was de zoveelste blunder die de premier weliswaar zwaar aangerekend werd, maar hem niet tot aftreden noopte. Netanyahu is een meester in het nemen van 'provocerende beslissingen op het verkeerde moment', zoals het gezaghebbende Britse blad The Economist schreef.

De opening van een tunnel in bezet Oost-Jeruzalem leidde tot bloedige gevechten tussen Palestijnen en Israëli's. Een explosieve situatie ontstond ook door de bouw van een joodse wijk aan de rand van de stad, waaraan de premier zijn fiat gaf. 'Bibi-gate', een schandaal rond de benoeming van een bevriende procureur-generaal, bracht Netanyahu in het nauw, maar kostte hem politiek niet de kop.

In het vredesproces is, tot wanhoop van de VS - Israëls machtige bondgenoot - amper vooruitgang geboekt sinds het aantreden van Netanyahu in mei 1996. Hij is dan ook een fervent tegenstander van de vredesakkoorden van Oslo, zoals bijvoorbeeld blijkt uit zijn boek Fighting Terrorism, dat kort voor zijn premierschap verscheen bij een Amerikaanse uitgever. In Oslo werd 'terrorisme beloond', schreef Netanyahu, doelend op de afspraken tussen de toenmalige premier Rabin en PLO-leider Jasser Arafat. Het boek (dat nog niet eens zijn felste geschrift is) is een tirade tegen een softe benadering van terrorisme. Dat is een houding die Netanyahu ook de door hem zo bewonderde Amerikanen verwijt.

'Mr. Terror', heet Netanyahu in de Israëlische pers. De premier beschouwt dat als een compliment. Hij claimt een der eersten te zijn die het gevaar van moslim-extremisme onderkende. Wrang is dan ook dat hij, na de mislukte aanslag in Jordanië, de geestelijk leider van de militante Hamas-beweging, sjeik Ahmed Yassin, moest vrijlaten uit een Israëlische cel, in ruil voor de terugkeer van de falende Mossad-agenten. Maar zelfs deze concessie, geheel in tegenspraak met de 'leer van Netanyahu', bracht de premier niet aan het wankelen. De Mossad-affaire deed hem in opiniepeilingen geen kwaad, integendeel.

De premier kan het zich zelfs veroorloven de halve bevolking te beledigen, zo bleek onlangs. Hij fluisterde in het oor van een hoogbejaarde rabbijn dat 'links' in Israël 'vergeten is wat het betekent jood te zijn.' Links is bereid de veiligheid van Israël toe te vertrouwen aan de Arabieren, voegde hij daaraan toe, niet wetend dat een openstaande microfoon zijn opmerkingen registreerde. Er stak een storm van protest op, die nog altijd niet is gaan liggen.

Deze week, op het partijcongres, deed de premier een poging tot verzoening in de richting van 'links'. Maar zijn grote politieke opponent, aanvoerder Ehud Barak van de Arbeiderspartij, reageerde terughoudend. In de trant van: eerst zien, dan geloven. Netanyahu heeft niet bepaald de reputatie woorden in daden om te zetten, behalve dan als het gaat om 'zijn' thema, bestrijding van terrorisme.

Hij voelt zich onkwetsbaar, schreef een commentator. Zijn politieke tegenstanders - en die bevinden zich in toenemende mate ook in eigen gelederen - lijken er langzaam maar zeker van overtuigd dat Netanyahu met geen stok weg te krijgen is. Wetenschapper Heller: 'De partij mort over zijn eigenzinnig optreden, over het schofferen van ministers, over gebrekkige leiding, over minachtig voor de mensen die hem in het zadel hielpen. Maar wie durft of kan hem laten vallen?'

Netanyahu is de eerste premier in de bijna vijftigjarige staat Israël die rechtstreeks werd gekozen. Er gaan steeds meer stemmen op om de wet die dat mogelijk maakte, te veranderen. Een van de pleitbezorgers van dit standpunt is oud-minister van Buitenlandse Zaken en Defensie Moshe Arens, tevens oud-ambassadeur in de VS, waar Netanyahu zijn tweede man was. Hoe je ook over Netanyahu denkt, de wet deugt niet, schreef Arens onlangs. 'De minister-president, eenmaal gekozen voor een periode van vier jaar, is in feite immuum voor kritiek, of die nu afkomstig is van de parlementaire oppositie of uit zijn eigen partij.' En: 'De macht van de Knesset om de minister-president te vervangen, ontbreekt vrijwel. Er is een meerderheid van 80 leden van de 120 nodig om hem te verwijderen.'

Zo'n meerderheid is ver te zoeken, beaamt Heller. Maar hij acht Arens' voorstel onhaalbaar, ook al bestaat er een algemeen onbehagen over de wet, die tijdens de ambtsperiode van Rabin door het parlement werd aangenomen. Heller: 'Rabin en Netanyahu voelden zich beiden populairder dan hun partij, respectievelijk de Arbeiderspartij en Likud. Netanyahu koestert dat gevoel nog steeds, en ook aanvoerder Ehud Barak van de Arbeiderspartij denkt, waarschijnlijk terecht, dat hij beter ligt bij de kiezers dan de partij als geheel. Ik zie daarom geen wijziging van de wet in de nabije toekomst.'

Toch lijkt de macht van Netanyahu niet onbegrensd. Aan de vooravond van het Likud-congres lanceerde hij voorstellen om zijn greep op de partij te versterken. Zo wilde hij via het centrale comité van de partij een grotere invloed krijgen op de kandidatenlijst voor de Knesset. Heller: 'Hij vindt het onverteerbaar dat partijgenoten niet slaafs de regering volgen. Ze stemmen met de oppositie mee, of dreigen dat te doen.'

Ook wilde Netanyahu alvast de waarborg dat hij bij de volgende verkiezingen weer kandidaat voor het premierschap zal zijn. De voorstellen leidden tot fel verzet onder Likud-prominenten, aangevoerd door ex-generaal Ariel Sharon, thans minister van infrastructuur. De premier moest buigen voor de populaire 'Arik', en beloofde de voorstellen in te trekken. Maar hij kon zijn verlies niet verkroppen. In het openbaar klaagde hij over de manier waarop men hem beentje had gelicht.

Daarop volgde de muiterij op het Likud-congres. De pers had dan ook in schrille termen de gevolgen van Netanyahu's snode opzet beschreven. Hij wordt 'een keizer Caligula', waarschuwde een commentator. Anderen maakten een vergelijking met Afrikaanse despoten en communistische leiders in Oost-Europa voor de val van de Berlijnse Muur. Vooralsnog lijkt Netanyahu toch zijn zin te krijgen: gewone partijleden worden buitenspel gezet bij de samenstelling van de kandidatenlijst voor de Knesset. Maar Netanyahu's streven naar nóg meer macht is riskant. Hoe lang pikken ministers als Sharon en trouwe kaderleden het dat ze als voetveeg worden behandeld? Dreigt een scheuring in de partij?

Veel kritiek is er op enkele vertrouwelingen van de premier, die gemakkelijker toegang tot hem hebben dan menig minister. Netanyahu's naaste medewerker, de uit Rusland afkomstige Avigdor Lieberman, wordt gezien als een soort Raspoetin. Hij zou het brein zijn achter de voorstellen voor Netanyahu's 'coup' in de partij. En dan is er nog de Amerikaanse 'goeroe' Arthur Finkelstein, die zijn verkiezingscampagne regisseerde en die de premier sindsdien à raison van 2000 dollar per uur adviseert op moeilijke momenten, zoals na het Mossad-fiasco in Jordanië.

Netanyahu minacht het parlement (zo verscheen hij niet in de Knesset toen daar een spoeddebat gewijd werd aan de Mossad-affaire), en vreest het allerminst. Moties van wantrouwen, die om de haverklap worden ingediend, deren hem geenszins. Ook de steun van Israëls grote broer, de VS, lijkt voor de premier niet van wezenlijk belang. Hij riskeerde onlangs, met voorstellen voor strenge religieuze wetgeving, een botsing met de invloedrijke liberale joodse gemeenschap in de VS. De plannen zijn tijdelijk in een la verdwenen; er wordt gewerkt aan nieuwe teksten.

Als het vraagstuk straks weer op de politieke agenda prijkt, kunnen de betrekkingen tussen de VS en Israël alsnog geschaad worden. Betrekkingen die toch al niet best zijn, omdat Washington de Israëlische premier in hoge mate verantwoordelijk houdt voor het haperende vredesproces. Heller: 'Netanyahu moet bedelen om president Clinton te spreken als hij binnenkort naar de VS reist om joodse organisaties toe te spreken.'

Netanyahu beseft dat zijn steunpilaren gewone Israëlische burgers zijn. Mensen die zich, uit vrees voor bomaanslagen, dagelijks afvragen of ze wel de bus zullen nemen en of ze drukke winkelstraten moeten mijden. Cynici zeggen dat Bibi die angst 'cultiveert'. Netanyahu is niet geneigd het vredesoverleg met de Palestijnen vooruit te helpen, omdat hij de vrees van het volk in stand moet houden, wil hij herkozen worden. En dat wil hij.

Meer over