Bezuinigingen in de kunstsector

Het ongenoegen over de gesubsidieerde kunstsector - in zichzelf gekeerd, elitair, niet publieksgericht - bestaat al jaren, en niet het minst in de kunstwereld zelf. Die kwam bij herhaling met argumenten om eens flink aangepakt te worden. Neem Second Opinion, het boek van de twee fondsen die samen bijna 40 miljoen euro per jaar te verdelen hebben, pardon: hadden.

De Mondriaan Stichting en het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst constateerden drie jaar geleden dat het subsidiesysteem leidt tot middelmatige kunst. Bovendien vergroot het de kloof tussen de vakwereld en het grote publiek.


Dat ging over beeldende kunst. Al eerder pakte een commissie onder leiding van oud-minister van Cultuur Hedy d'Ancona de podiumkunsten aan. Daar een soortgelijk geluid: te veel aanbod, een versnippering van middelen, te weinig doorstroming, en moeite om een breed publiek te vinden en vast te houden.


Dat de kunstwereld zich doof heeft gehouden voor verwijten, kan dan ook moeilijk worden beweerd. En sinds een paar jaar bestaat Observatorium, een netwerkorganisatie van instellingen uit de kunstwereld. Die wil heel graag in contact komen met de politiek, om samen te kijken hoe het anders en beter kan.


In juli was er een duinberaad, waar de volgende oproep uit voortkwam: 'Wanneer er bezuinigd moet worden willen wij overlegpartij zijn. Wij gaan dan budgetkrimp en hervormingen aan elkaar verbinden en wij hebben daarvoor een aantal ijkpunten in het vizier.'


In het verleden heeft de politiek niet echt naar de kunstwereld geluisterd. En omgekeerd. Staatssecretaris Medy van der Laan pakte een vastgelopen subsidiesysteem aan, dat moet haar worden nagegeven. Maar het bleef grotendeels bij een vormwijziging. Haar opvolger, minister Ronald Plasterk, verhoogde de norm voor eigen inkomsten voor kunstinstellingen, maar liet verder beleid grotendeels over aan de sector.


Aan de kunstwereld zelf vragen om te veranderen en te bezuinigen - zich aan de eigen haren uit het moeras te trekken - is veelgevraagd. Het is ook een bureaucratie, en die zijn er uiteindelijk vooral om zichzelf in stand te houden.


De verhouding tussen kunst en politiek is gecompliceerd. Wie als politicus problemen wil aanpakken, krijgt uit de kunstwereld al snel het verwijt de onafhankelijkheid van de kunstenaar te willen aantasten, of hem te willen gebruiken om politieke doeleinden te verwezenlijken.


Nu de kunstwereld er eindelijk van doordrongen is dat hij niet buiten schot kan blijven - kunst is niet langer heilig - komt er een kabinet dat helemaal geen visie heeft op het subsidiëren van kunst, en dat alleen maar kan hakken. Als er ooit een kans was om echt kunstbeleid te voeren, en grote problemen aan te pakken, zou het nu wel zijn geweest.


De bezuinigingen die het komende kabinet heeft aangekondigd, zijn buiten proporties, en zullen daardoor grote schade aanrichten. De protesten uit de kunstwereld zijn terecht. Er wordt ongemotiveerd gehakt. En er wordt niet geluisterd. Het tragische is dat juist nu de kunstwereld tot zelfinzicht is gekomen, de politiek zich doof houdt.


Meer over