Bezuinigen op extern advies kan slimmer

De overheid wil miljoenen bezuinigen op externe adviseurs door een raamcontract met adviesbureaus te sluiten. Omar Ramadan voorziet dat deze poging zal mislukken en suggereert twee andere maatregelen....

Vorig jaar gaf de rijksoverheid 707 miljoen euro uit aan extern advies. En dat is dan nog een voorzichtige schatting, want vaak worden de facturen van externe adviseurs verrekend via andere kostenposten. Nu er fors wordt bezuinigd op eigen personeel lijkt het logisch dat er ook gekort wordt op ingehuurd personeel. Thom de Graaf (D66), minister van Bestuurlijke Vernieuwing, wil tweehonderd miljoen euro besparen op externe adviseurs. Dat lijkt een goede zaak, maar hij pakt het verkeerd aan. Zijn belangrijkste troef lijkt het zogenaamde raamcontract. Dit is een megacontract waarmee de overheid en een adviesbureau afspreken om gedurende enkele jaren een bepaalde hoeveelheid advies in te kopen. Welke adviezen dat precies zijn en onder welke voorwaarde ze worden geleverd, valt nog te bezien. De Graaf hoopt zo kwantumkorting te bedingen, maar zal duurder uit zijn.

Om drie redenen zullen de raamcontracten funest zijn voor goed en niet te duur advies. Ten eerste zullen ze de concurrentie tussen adviesbureaus flink verminderen. Nu al danken adviesbureaus veel klandizie van de overheid aan het feit dat ze al in de adressenklapper zitten. Zij hebben eerder werk gedaan voor de betreffende dienst of afdeling en ambtenaren vinden het wel makkelijk om weer hetzelfde bureau in te schakelen, los van de vraag of het destijds goed werk leverde.

Ook komt het geregeld voor dat bevriende bureaus wordt gevraagd om een advies te leveren dat past in de strategie van de ambtelijke of bestuurlijke top om een reorganisatie of koerswijziging af te dwingen onder het personeel. Dit heeft nu al niets te maken met een gezonde concurrentie tussen adviesbureaus op prijs en kwaliteit, maar met raamcontracten wordt dit niet beter.

De tweede reden is dat zo'n raamovereenkomst ambtenaren nog minder dwingt na te denken over de vraag wat zij zelf kunnendoen en wat zij van buiten moet halen. Met raamcontracten krijgen ambtelijke diensten een soort strippenkaarten om advies in te kopen. Reken er maar niet op dat aan het eind van de geldigheidsduur van zo'n kaart ambtenaren dat werk zelf gaan doen terwijl er nog budget is om externen in te huren.

Een derde nadeel heeft alles te maken met de macht van externe adviseurs. Enkele jaren geleden riep GroenLinks het korps van externe adviseurs uit tot de vijfde macht. Daarmee gaf die partij aan dat er buiten de trias politica - uitvoerende, wetgevende en rechtelijke macht - en de vierde macht der ambtenaren een vijfde groep is met behoorlijk wat invloed op de inrichting van ons staatsbestel: de externe adviseurs. Op zich is dat niet erg. Er zijn checks and balances doordat een ministerie of gemeente adviseurs de laan kan uitsturen. Door de gedwongen winkelnering van de raamcontracten is die hiërarchische relatie tussen opdrachtgever en uitvoerder voor een groot deel verleden tijd. Bovendien bemoeit het begunstigde adviesbureau zich dan op vele manieren met de klant. Dat is niet alleen efficiënt bij de uitvoering van het werk, maar verandert de machtsverhouding ook ten gunste van de externen.

Als het kabinet wil bezuinigen op externe adviseurs doet ze er goed aan twee andere maatregelen te nemen. Ten eerste moeten ambtenaren veel beter afwegen wat zij zelf kunnen doen en wanneer het voordeliger is externen in te huren. Om dat te bepalen kan de overheid wat leren van het bedrijfsleven. Bedrijven maken die afweging zorgvuldiger en verkiezen uiteindelijk vaker dan de overheid flexibel personeel van buiten boven vaste interne medewerkers.

Een tweede maatregel om te bezuinigen op externe adviezen is de uitvoering. Zoals de Algemene Rekenkamer in maart aantoonde is de kloof tussen beleid en uitvoering een algemeen probleem van de overheid. Wat de externe adviezen betreft maakt zij het soms wel erg bont. Veel extern advies wordt met gejuich ontvangen, maar belandt vervolgens in een la. De overheid zou er goed aan doen externen vooral in te huren om resultaten te bereiken, niet om allerlei strategische rapportages te produceren. Zeker bij gemeenten staat het overschot aan interne en externe plannen in schril contrast tot het gebrek aan uitvoering. En intussen culmineren de kosten van al die plannenmakerij. In Amsterdam wordt 145 euro per inwoner uitgegeven aan extern advies, in Utrecht zelfs 168 euro.

Als de overheid deze maatregelen neemt, zal dat vruchten afwerpen. Laat dat een gratis advies aan minister De Graaf zijn. Anders zal deze zoveelste poging om te bezuinigen op extern advies de overheid alleen maar meer geld kosten.

Meer over