Bezoekregeling gewenst

VROEGER BIKTEN DAGJESMENSEN WEL EENS EEN STUKJE VAN DE TAJ MAHAL. NU TAST LOUTER HUN AANWEZIGHEID HET MAUSOLEUM AL AAN....

Aan weinig verzoeken wordt in India zo gretig voldaan als aan de aansporing die op de achterkant van vrijwel elke vrachtwagen staat geschilderd: Horn Please. Toeteren doen ze, de Indiase bestuurders van alles wat rijdt. Als het nodig is, maar vooral ook als het niet nodig is en het de verwarring in het toch al onoverzichtelijke verkeer alleen maar vergroot. Met de taxi van New Delhi naar het zuidelijker gelegen Agra, stad van de Taj Mahal, is vier uur toeteren.

De claxon zwijgt pas als de chauffeur aankomt bij het punt waar hij niet verder mag; midden in de drukte van Agra verspert een hek de weg. India's bekendste attractie is omgeven door een zone waar alleen fietsen en voertuigen met elektromotor zijn toegestaan. Dit om aantasting van het monument door luchtvervuiling tegen te gaan. De wandeling naar de toegangspoort wordt begeleid door de lokroep van souvenirverkopers en andere handelaren, die er eer in lijken te leggen de bezoeker zo lang mogelijk van zijn reisdoel af te houden.

Het bezoek aan de Taj Mahal is een verjaardagsvisite: India herdenkt dat het monument 350 jaar gelegen werd voltooid. Het bouwwerk is een eerbetoon van Mogolkeizer Shah Jahan aan zijn tweede vrouw, de Perzische prinses Mumtaz Mahal, die overleed bij de geboorte van hun veertiende kind. Aan haar sterfbed beloofde de bedroefde keizer het mooiste en grootste monument voor de liefde op te richten dat de wereld zou kennen. Een romantische geschiedenis, die het marmeren mausoleum tot een symbool van ultieme toewijding heeft gemaakt. In de woorden van de Bengaalse dichter Rabindranath Tagore, 'een traan op de wang van de eeuwigheid'.

Bij het loket voor de kaartverkoop gelden niettemin nuchtere economische wetten: de buitenlandse toerist moet aanzienlijk meer - 37,5 keer meer om precies te zijn - voor de entree betalen dan de Indiase bezoeker. Wie een gids wil, heeft de keuze uit vele en moet stevig onderhandelen over de prijs.

Overeenstemming wordt bereikt met Javed, een slungelige student met bril en plakhaar. Zodra de veiligheidscontrole is gepasseerd begint hij plichtgetrouw aan zijn opsomming: twintigduizend arbeiders werkten in de zeventiende eeuw 22 jaar lang aan het architectonische meesterstuk, de enorme hoeveelheden marmer werden van verre op olifanten aangevoerd, edelstenen, tapijten en vaklieden werden geïmporteerd uit China, Afghanistan en zelfs uit Europa.

De schoonheid van de Taj Mahal is in de loop der jaren al met zoveel superlatieven bejubeld dat een teleurstelling onvermijdelijk lijkt. Maar de aanblik is indrukwekkend. Het witte mausoleum met zijn gracieus gevormde koepel en de vier minaretten staat elegant afgetekend tegen de blauwe lucht. Schaduwwerking geeft de ruimten achter de bogen extra diepte. Het bouwwerk imponeert niet met zijn maten, maar verleidt met zijn vormen.

De kleur van het marmer verandert met het moment van de dag, vertelt Javed. 'Net als de stemmingen van de vrouw.' Vroeg in de ochtend is het melkwit, kort voor het ondergaan van de zon krijgt het een roze gloed. En in het maanlicht glinsteren de patronen van de ingelegde halfedelstenen. De gids legt uit dat de minaretten ietsje naar buiten hellen, zodat ze, bij een aardbeving of ander onheil, niet op het mausoleum vallen. De koranteksten op de buitenmuren zijn zo aangebracht dat het perspectief wordt gecompenseerd en ze voor het menselijk oog overal even groot lijken.

Binnen drommen de bezoekers samen om door een scherm van sierlijk uitgesneden marmer een glimp op te vangen van de tombes van Mumtaz Mahal en haar echtgenoot. De tombe van de keizer, geplaatst naast die van zijn grote liefde, is de enige inbreuk op de symmetrie van het mausoleum. Overigens: het publiek staart naar nep-graven; de echte bevinden zich in de kelder. En die is afgesloten.

Voor veel Indiërs heeft een bezoek aan de Taj Mahal het karakter van een bedevaart. Ze moeten het monument zien, al is het maar eens in hun leven. Zij vormen dan ook het overgrote deel van de dagelijkse toeristenstroom. Ook vandaag, een zaterdag, is het druk. Gezinnen en groepen wandelen door de tuin, verliefde stelletjes knuffelen op de bankjes, iedereen fotografeert iedereen, en bij voorkeur zodanig dat het lijkt alsof het topje van de koepel tussen duim en wijsvinger wordt vastgehouden.

Dat de 'Taj' zijn 350ste verjaardag heeft gehaald, mag een wonder heten. De eerste Britse gouverneur van India was van plan het bouwwerk af te breken en het marmer te verkopen. Dat ging niet door, al beroofden Britten en Indiërs gezamenlijk het momument van zijn kostbare juwelen, zilveren deuren en tapijten. Dagjestoeristen namen in de negentiende eeuw niet zelden hamer en beitel mee in de picknickmand om een souvenir uit te hakken. Later hebben de Britten zich ingespannen om de schade aan gebouw, tuin en de ingenieuze ondergrondse waterleiding voor de vijvers te herstellen.

Maar al had het 'gedicht in steen' de Britse heerschappij overleefd, daarmee was zijn toekomst niet veilig. Door de vuile lucht in het uitdijende Agra, dat momenteel anderhalf miljoen inwoners telt, verkleurde het witte marmer. Het duurde enige tijd voordat de Indiase autoriteiten zich daadwerkelijk zorgen gingen maken en het Hooggerechtshof eind jaren negentig opdracht gaf een aantal nabijgelegen fabrieken te verplaatsen. Inmiddels wordt ook het verkeer, althans voertuigen die rijden op diesel of benzine, uit de directe omgeving geweerd.

Toch houden de berichten over de aftakeling van de Taj Mahal aan. Het monument zou verzakken, de minaretten zouden steeds schever komen te staan, het marmer zou niet alleen verkleuren, maar ook barsten. Doraiswamy Dayalan, onderzoeker van de Archeologische Dienst van India, maakt in zijn kantoor in Agra korte metten met de meeste rampverhalen. Het fundament van de Taj Mahal staat stevig op een ondergrond van klei, zand en rots en zakt niet weg in de blubber, zoals wel is beweerd. De vrees dat de minaretten steeds verder naar buiten buigen, komt volgens Dalayan voort uit metingen in de jaren vijftig die achteraf niet blijken te kloppen. De afgelopen zestig jaar is geen centimeter verschuiving geconstateerd .

De aantasting van het marmer door luchtverontreiniging wordt tegengegaan met het polijsten van ruwe plekken, en de verkleuring wordt verholpen door het marmer schoon te maken. En de barsten? Die herstellen we, zegt Dayalan. Ze ontstaan door het roesten van de muurankers. Deze worden vervangen en de kloofjes worden gedicht met marmerpoeder.

Niet de elementen of de vieze lucht, maar de toeristen vormen volgens Dayalan de grootste bedreiging van de Taj Mahal. Jaarlijks trekt het mausoleum zeker 2,2 miljoen bezoekers. Ze raken de wanden aan, brengen een hoge luchtvochtigheid teweeg in de koepelzaal en laten graffiti achter. Er wordt overwogen paal en perk te stellen aan het aantal bezoekers. 'Maar dat ligt gevoelig', zegt directeurD. K. Bur -man van het toeristenbureau van de deelstaat Uttar Pradesh. 'Veel mensen in Agra zijn afhankelijk van het toerisme en voelen niets voor beperking. Er bestaat spanning tussen monumentenbehoud en de belangen van de bevolking.'

Die spanning is er ook rond de plannen om de schone-lucht-zone rond de Taj Mahal de komende jaren fors uit te breiden. 'Wat doen we met de tienduizenden mensen die een auto hebben? Het is lastiger dan je denkt', verzucht Burman. 'Toch kan het niet zo zijn dat de bevolking de vruchten plukt van het toerisme zonder ook de nadelen te accepteren.'

Dat de lokale middenstand niet altijd op legale wijze profiteert van de belangstelling, bezorgde Agra enige jaren geleden een bedenkelijke naam. Toeristen kregen wel erg vaak last van maagstoornissen na een maaltijd in een restaurant en vervolgens een verwijzing naar een plaatselijke arts. Reisgidsen begonnen zelfs te waarschuwen voor opzettelijke voedselvergiftiging.

Burman: 'Het kon geen toeval meer zijn; telkens dezelfde restaurants en dezelfde artsen. Er werden deals gesloten. Eén arts is bestraft en enkele anderen zijn aangesproken. Sindsdien is deze praktijk niet meer voorgekomen.'

De smet op de reputatie van Agra heeft nooit afbreuk gedaan aan de aantrekkingskracht van de Taj Mahal. In een van India's armste en dichtstbevolkte deelstaten herinnert het monument aan de gloriedagen van de islam, aan de machtige moslim-keizers die India bestuurden van de 16de tot de 18de eeuw. De Taj Mahal is voortgekomen uit een beschaving die megalomanie en meedogenloosheid kende (Rudyard Kipling schreef dat het leven van de werklieden bij de Taj Mahal evenveel waard was als dat van het vee), maar ook grote vooruitgang bracht in kunst, architectuur en wetenschap.

Gids Javed begint na een uur het heilige vuur te verliezen. Hij wordt minder spraakzaam en loopt met steeds grotere passen richting uitgang. Als hij heeft afgerekend, is hij snel verdwenen. Weer op jacht naar de volgende toerist, die alles wil weten over liefde en edelstenen. n

Meer over