Bezoekers melden betrekkelijk weinig ondervoeding te hebben gezien; Twijfels over hongersnood in N-Korea

Heerst er wel een hongersnood in Noord-Korea? Deskundigen breken zich het hoofd over de vraag of de onheilsvoorspellingen van de afgelopen maanden - voor honderdduizenden Noord-Koreanen dreigde de hongerdood - stroken met de werkelijkheid....

The New York Times

TOKYO

Misschien zijn er hier en daar nog streken met voedseltekort, maar het oogsten is begonnen en honderdduizenden ton voedselhulp uit het buitenland hebben de ergste nood gelenigd, naar het zich laat aanzien. Voor zolang als het duurt.

Het bekende beeld van Noord-Korea is nog steeds dat van uitgehongerde kinderen in weeshuizen, maar dat klopt niet met de indrukken waarmee bezoekers terugkeren. Alle commotie over de naderende ramp heeft die ramp waarschijnlijk voorkomen.

'De mensen zien er veel beter uit dan we verwachtten', zei Namanga Ngongi, een onderdirecteur van het VN-Wereldvoedselprogramma (WFP) na een bezoek. 'De mensen zien er niet geweldig gezond uit, maar ze vallen ook niet om.'

Stephen Linton, een Korea-kenner en hulpverlener, merkte dat de omstandigheden tijdens zijn jongste bezoek, eind vorige maand, zienderogen waren verbeterd. 'Het was beter dan toen ik er in augustus was, augustus was beter dan juni en juni beter dan mei. Ik ben nogal in de war van al die aandacht die de hongersnood heeft gekregen, want dit is juist de periode van het jaar dat de situatie op z'n best is, met een overschot aan voedsel.'

Het is moeilijk vast te stellen wat waar is, omdat slechts zeer weinig buitenlanders de provincies in mogen reizen. Daarom zijn er vele verhalen.

Aan de ene kant zijn er de berichten die vanuit het noorden China bereiken: de honger zou er zo erg zijn dat mensen tot kannibalisme vervallen. Uit een onofficieel onderzoek zou blijken dat in sommige Noord-Koreaanse steden al 15 procent van de inwoners is omgekomen. Een hulporganisatie schatte vorige maand dat een half miljoen mensen waren gestorven aan honger of ziekten.

Aan de andere kant beweerde een overloper uit Noord-Korea vorige maand dat de hongersnood een verzinsel is, bedoeld om internationale hulp aan te trekken.

'Het is niet waar dat het hele land zal sterven van de honger', zei Jung Sook Koh, een Amerikaanse van Koreaanse afkomst die Noord-Korea regelmatig bezoekt als medewerkster van een hulporganisatie. 'Toen ik Noord-Korea onlangs bezocht, herinnerde alles mij aan mijn jeugdjaren: het is werkelijk heel beroerd, aan alles is gebrek, maar ze halen het wel.'

Het lijdt geen twijfel dat er ernstige ondervoeding heerst, want hulpverleners hebben foto's van uitgehongerde kinderen genomen en iedereen erkent dat er mensen van de honger zijn gestorven. De onzekerheid bestaat over de schaal en over de vraag of het zoveel erger is dan in andere ontwikkelingslanden.

Sommige bezoekers beschuldigen de hulporganisaties van overdrijving om financiële bijdragen los te peuteren. Maar het moet gezegd dat een totalitair regime de hongersnood aan het gezicht van bezoekers kan onttrekken. Ook tijdens de grote hongersnood in China (1958-'61), waarbij ongeveer dertig miljoen doden vielen, trok een reeks buitenlanders door het land zonder iets verontrustends waar te nemen.

Een verklaring voor de tegenstrijdige berichten kan zijn dat er grote regionale verschillen bestaan. Het is mogelijk dat voedsel het grootste deel van het land bereikt (daar waar vrachtwagens kunnen komen) en dat er daarnaast geïsoleerde, moeilijk bereikbare rampgebieden bestaan, bijvoorbeeld in het bergachtige gebied aan de grens met China. Dat kan verklaren waarom de Koreaanse vluchtelingen daar met zulke verschrikkelijke verhalen komen.

Omdat er geen statistische gegevens zijn, alleen ooggetuigenverslagen, is de toestand moeilijk te vergelijken met andere landen. Een WFP-onderzoek onder vierduizend Noord-Koreaanse kinderen wees uit dat 17 procent van hen leed aan ernstige ondervoeding. Ter vergelijking: volgens een Wereldbankrapport leed in het begin van de jaren negentig 43 procent van de Indiase kinderen aan ondervoeding.

'In India is het veel erger', aldus Ellsworth Culver, medewerker van een Amerikaanse hulporganisatie na een bezoek aan Noord-Korea waar hij ondervoeding onder kinderen vaststelde. Maar hij waarschuwde opnieuw dat de toestand in Noord-Korea uit de hand kan lopen. De huidige voorraden zouden binnen een half jaar op kunnen zijn.

'Het is nu niet zó verschrikkelijk omdat er actie is ondernomen', zei Culver (hij verwees naar de 800 duizend ton voedsel die dit jaar naar Noord-Korea is gestuurd). 'Maar als de aandacht verslapt, zal het zichtbaar slechter worden.'

Meer over