Reportage

Bewoners van het Jongerenklooster hebben wat uit te leggen: dat ze niet christelijk hoeven te zijn, bijvoorbeeld

Een jongere gebruikt zijn skateboard om van zijn slaapkamer naar de leefruimte in het klooster in Deventer te gaan.
 Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Een jongere gebruikt zijn skateboard om van zijn slaapkamer naar de leefruimte in het klooster in Deventer te gaan.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Een gereformeerde met een atheïstisch verleden stichtte voor het eerst sinds mensenheugenis een klooster. Voor jongeren nota bene. ‘Wie wil vluchten, moet hier niet zijn.’

Het woord ‘jongerenklooster’ lijkt een onverenigbare tegenstelling in zich te bergen. Want kloosters – voor zover die nog bestaan in Nederland – zouden uitsluitend door (hoog)bejaarde monniken en zusters worden bewoond. De bewoners van het Jongerenklooster in Deventer hebben dus heel wat uit te leggen aan familieleden, vrienden en collega’s.

Bijvoorbeeld dat ze bij binnenkomst geen geloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid hoefden af te leggen. Dat ze zich niet van de buitenwereld hoeven af te zonderen. Dat zij worden geacht hooguit twee jaar in het klooster te verblijven. En dat van de bewoners niet wordt verlangd dat zij christelijk of anderszins gelovig zijn – al zíjn de meesten dat wel.

Maar evengoed beschouwen zij zichzelf als kloosterlingen. Ook al gaan zij overdag de deur uit om elders te werken of om onderwijs te volgen. Aan het basisprincipe van het monastieke leven doet dit tenslotte niets af: ‘Door de wereld klein te maken, wordt hij oneindig groot.’

Tussen 2018 en 2020 werd dit monastieke ideaal beleden in een monastieke omgeving: de voormalige Cisterciënzer abdij Nieuw Sion in Diepenveen, gemeente Deventer. Maar die abdij – koud in elk seizoen en kampend met achterstallig onderhoud – wilde de contemplatieve toewijding van de bewoners nog weleens in de weg staan.

Mede om die reden werd het Jongerenklooster verplaatst naar een gebouw aan de rand van Deventer dat allerminst monastiek aandoet: een bakstenen residu uit de jaren tachtig – de minst glorieuze periode uit de Nederlandse bouwgeschiedenis – dat eerder dienst heeft gedaan als onderkomen voor verstandelijk gehandicapten en statushouders.

Voor oud-kloosterling Hannah, student Geneeskunde, heeft deze verhuizing echter geen afbreuk gedaan aan de bekoring van het Jongerenklooster. ‘Ik ben gekomen vanwege de plek, maar ik ben gebleven vanwege de mensen die ik er trof.’

Sinds 1 juni wordt het Jongerenklooster op zijn nieuwe plek bewoond door zes (betalende) kloosterlingen, die geregeld gezelschap krijgen van zogenoemde reisgenoten (begeleiders) en alumni (kloosterlingen van de vorige lichting). Het ritme van hun dagen wordt bepaald door vier getijdengebeden.

Daarvan maken in elk geval zeven minuten stilte deel uit. ‘28 minuten stilte per dag, 196 minuten per week, 840 minuten per maand, 10.220 minuten per jaar’, rekende een alumnus uit in een boek (Kloosterkoffers) over de eerste twee jaren van het Jongerenklooster. ‘Als je vier keer per dag bidt, wordt het getijdengebed bijna een soort ademhaling’, schreef een ander.

Kousenvoeten

In het huidige klooster doet een kleine ruimte – formaat logeerkamer – dienst als kapel. Op een dekenkist branden twee kaarsen. Daarvoor staan lage bankjes waarop kloosterlingen en alumni devoot zwijgend en op kousenvoeten plaatsnemen.

Tijdens de middagviering van deze dag bestaat de liturgie – afgezien van de zeven minuten stilte – uit liederen die meerstemmig worden gezongen, een korte schriftlezing, een gebed van Maarten Luther (‘Help ons niet in Uw naam te liegen en bedriegen’) en het gezongen Onze Vader. Uit de buitenwereld dringen gedempt de geluiden door van kinderen die op een enorm springkussen het schooljaar feestelijk afsluiten.

Kloosterlingen in gebed. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Kloosterlingen in gebed.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

‘Het Jongerenklooster heeft wel een christelijke, maar geen kerkelijke bedding’, zegt initiatiefnemer Catharinus van den Berg (51). Dat wil zeggen: alle christelijke geloofstradities worden er geëerbiedigd, maar het is geen onderdeel van een kerkelijke organisatie. Het kloostergebouw is eigendom van een Deventer woningbouwvereniging.

De gedachte aan een klooster drong zich aan hem op toen hij hoorde dat zo’n 20 procent van de deelnemers aan retraites inmiddels twintigers zijn. ‘Dat zijn, veronderstelde ik zomaar, overwegend mensen die met burn out-achtige klachten kampen. Tot de resterende 80 procent zullen ongetwijfeld mensen behoren die ook onder druk staan. Ik wilde hun niet zozeer een vluchtroute aanbieden, want een klooster lost niets voor je op. Wel hoopte ik dat van een kloosterlijke setting de aanmoediging zou uitgaan om anders te gaan leven.’

Relativeren

Voor de ene oud-kloosterling betekende dit dat zij het belang van haar werk een beetje – maar ook weer niet te veel – ging relativeren. Voor een andere dat ze beter weerstand kon bieden aan de angst om ‘iets’ te missen in een rijk sociaal leven: the fear of missing out.

En Tim, ook een alumnus, merkte tot zijn verbazing dat hij op zijn motorfiets – waarmee hij altijd elke snelheidslimiet tartte – ineens links werd ingehaald. Hij had de rust van het gebed dus ‘geïnternaliseerd’.

Wat het geloofsleven van Catharinus van den Berg zelf betreft: hij heeft een lange ‘atheïstische cesuur’ achter de rug. ‘Ik kwam tot de rationele conclusie dat God niet bestaat. Dat was super bevrijdend. Ik kan het iedereen nog steeds van harte aanbevelen. Ik heb heerlijk de atheïst kunnen uithangen, en heb gelovigen op hun dwaling gewezen. Als een omgekeerde gereformeerde. Totdat iemand tegen mij begon te praten, en ik besefte dat dit alleen maar God kon zijn. Nee, dat vond ik niet prettig, want ik wist al jaren dat Hij niet bestond.’

Toch sloop de twijfel erin. ‘Ik geloofde mijn eigen ongeloof niet meer, om Willem Jan Otten de citeren. En op den duur valt zoiets niet te negeren.’

Intussen is Van den Berg een gereformeerd predikant en stichter van het eerste Nederlandse klooster sinds mensenheugenis. ‘Alles wat hier gebeurt, staat in de traditie van 2000 jaar christendom’, zegt hij. ‘Daarin kun je vrij ademhalen.’

Meer over