Bewierookt door Breton

Beroemd worden, 't maakt niet uit waarmee. Dat is het doel van Sebastian Zer, begin dertig, schnabbelend kunstcriticus en hoofdfiguur in Ik en Kaminski van de jonge schrijver Daniel Kehlmann (1976)....

Toen Sebastian naam probeerde te maken met een vernietigende kritiek op het fotorealisme, en daarna toch liever met een verdediging van het fotorealisme, was dat hele fotorealisme alweer uit de mode. Dus moest er maar een grote biografie komen over de oude avant-gardekunstenaar Manuel Kaminski; een verzonnen figuur, die enkele trekken gemeen heeft met de schilder Balthus.

De enige keer dat Sebastian iets zinnigs zegt over een schilderij, toont hij zich ontroerd door de afbeelding van een oude boer met een zeis in zijn hand, die op het sjofele kamertje van zijn Alpen-pension hangt. Hij is een opschepper en een parasiet.

Kaminski was de laatste leerling van Matisse, Andrreton schreef een enthousiast artikel over hem, Picasso kocht drie schilderijen. Beroemd werd hij echter pas toen een gewiekste galeriehouder een van Kaminski's zwakste werken tentoonstelde en 'painted by a blind man' aan de titel toevoegde.

Dit soort dingen doet het goed in het kunstbedrijf, en toen men Kaminski, die herhaaldelijk verklaarde heus nog wel wat te zien, eindelijk geloofde, was hij al wereldberoemd. Hoogbejaard en nu misschien echt bijna blind heeft hij zich in zijn huis in een bergdorp teruggetrokken, waar zijn dochter Miriam over hem waakt. Zij probeert haar vader juist tegen lieden als Sebastian te beschermen

Toch lukt het de volhardende biograaf met Kaminski op reis te gaan, al is het de vraag of dat niet precies was wat de oude man wilde. Hij koestert namelijk de wens zijn grote jeugdliefde Therese nog een keer te zien. De journalist wil de ontmoeting tussen de twee oud-geliefden als hoogtepunt van zijn boek gebruiken en aast op intieme bekentenissen van de oude schilder. Die slaagt er echter in louter algemeenheden los te laten, terwijl hij tegenover anderen best spraakzaam is. Therese blijkt gewoon een oude vrouw die Manuel consequent Miguel noemt.

Sebastian is de egomane ikverteller van deze roman. Zijn gebrek aan vakkennis maakt hij wel weer goed door zijn brutaliteit. Hoopt-ie zelf.

Aan het eind van de reis ziet alles er tamelijk anders uit. De weg daarheen, die samenvalt met die van de Alpen naar de zee, beschrijft Daniel Kehlmann buitengewoon onderhoudend. Al bij de eerste ontmoeting heeft Kaminski de jonge man door, die tegen Miriam zegt:

''Ik ben een grote fan van uw vader, zijn schilderijen hebben mijn kijk. . . op de dingen veranderd.''

''Maar dat klopt toch niet'', zei Kaminski.

'Ik begon te zweten. Natuurlijk klopte dat niet, maar ik was nog nooit een kunstenaar tegengekomen die deze zin niet geloofde. ''Ik zweer het u!'' Ik legde een hand op mijn hart, bedacht dat dit gebaar op hem geen uitwerking kon hebben, en trok haar snel weer terug. ''Een grotere bewonderaar dan Sebastian Zer hebt u niet.'' ''Wie?'' ''Ik.'' ''Ach ja.'''

De keuze voor een onsympathieke ikverteller is altijd riskant. Kehlmann heeft dit risico genomen omdat hij een agressief-grappige toon ambieerde: het gaat hem om de wederzijdse manipulatie en het vreemde spanningsveld tussen een biograaf en zijn levende object.

Daniel Kehlmann studeert filosofie en literatuurwetenschap in Wenen en heeft al vier boeken op zijn naam staan, die zwaarder van toon zijn dan Ik en Kaminski. Die roman maakt zo'n luchtige indruk, dat je haast over het hoofd ziet hoe goed Kehlmann schrijft. Zijn fijnzinnige ironie manifesteert zich in heldere beschrijvingen en droge dialogen.

Naast allerlei varianten van menselijk gedrag neemt Kehlmann ook de kunstwereld genadeloos op de hak. Na verloop van tijd weet je zelf ook niet meer of Kaminski nu een oplichter is of niet. Wie hier wie manipuleert, wordt niet geheel duidelijk, en dat geeft het verhaal een bijzonder vermakelijke extra dimensie.

Meer over