Bewaking na Fortuyn sterk toegenomen

Na een advies van de commissie-Van den Haak, ingesteld na de moord op Fortuyn, is de persoonsbeveiliging door de overheid in een stroomversnelling geraakt....

Twee maanden eerder hadden actievoersters de LPF-voorman een taart in het gezicht gedrukt. De Vries hield die avond evenwel vol dat er geen concrete bedreigingen aan het adres van Fortuyn waren geweest.

Een onafhankelijke commissie onder leiding van oud-rechter Harry van den Haak kwam zeven maanden later evenwel tot een andere conclusie. Gezien allerlei voorvallen rond de lijsttrekker waren er 'op zichzelf voldoende redenen om Fortuyn in de loop van februari-april 2002 te voorzien van een vorm van persoonsbeveiliging'.

Dat was volgens de commissie om twee redenen niet gebeurd: Fortuyn was zelf weinig coöperatief geweest en de overheidsorganisatie inzake de beveiliging van personen was gebrekkig.

Het rapport was de opmaat tot een geheel nieuw stelsel van beveiligen en bewaken, dat in de zomer van 2003 door de ministers Remkes van Binnenlandse Zaken en Donner van Justitie werd ingediend bij de Tweede Kamer.

Voortaan is er één functionaris belast met de regie: de Nationale Coördinator Bewaking en Beveiliging. Hij is de spil tussen de instanties die zijn betrokken bij de bescherming van personen door de overheid.

De bewindslieden hebben een lijst opgesteld van functionarissen die van rijkswege bescherming krijgen, zoals leden van het Koninklijk Huis, ministers, fractievoorzitters, ambassadeurs en andere hooggeplaatste personen. Volgens de twee ministers heeft de rijksoverheid een bijzondere verantwoordelijkheid voor die mensen, omdat met hun veiligheid en ongestoord functioneren het nationale belang is gemoeid.

Alle andere personen vallen onder het zogenoemde decentrale domein. Of er voor hen beveiliging nodig is, hangt af van het oordeel van de lokale driehoek – burgemeester, hoofdofficier van justitie en hoofdcommissaris van politie. Voorwaarde voor het instellen van bewaking is dat de burger de politie op de hoogte heeft gesteld van bedreigingen aan zijn adres. Dat betekent niet dat elk verzoek om beveiliging klakkeloos wordt ingewilligd. Persoonsbeveiliging wordt pas ingezet als 'voor mensenlevens of zeer ernstige delicten valt te vrezen', zo schreven Remkes en Donner.

Een andere vernieuwing waarop de commissie-Van den Haak had aangedrongen, is de introductie van de risico-analyse: een inschatting van het gevaar dat iemand loopt vanwege zijn opvattingen. Die inschatting staat los van de vraag of er daadwerkelijk bedreigingen zijn geweest. Daarmee kan worden beoordeeld of iemand al uit voorzorg bewaking moet krijgen.

Hierbij speelde de vraag of er ook protective intelligence moest komen zoals in de VS. Daar is de inzet van bijzondere opsporingsmethoden toegestaan om te achterhalen of er bijvoorbeeld een dreiging tegen de president bestaat. Het kabinet koos hier uiteindelijk niet voor, omdat dit een grote aantasting van de privacy van betrokkenen zou betekenen. Bij het inventariseren van potentiële dreigingen mag ten hoogste aan inlichtingen-en opsporingsdiensten worden gevraagd of zij informatie hebben over iemand.

Om ervoor te zorgen dat het nieuwe systeem gaat werken, hebben diensten extra mensen gekregen. Er wordt nu sneller tot beveiliging overgegaan, zo valt dagelijks te constateren op het Binnenhof. Ministers die zijn bedreigd, maar ook politici als Hirsi Ali en Wilders, worden voortdurend door lijfwachten omringd.

Kamerlid Geert Wilders met lijfwachten. Premier Balkenende met bewaker. De ministers Donner en Remkes staan de media te woord.

Meer over