REPORTAGEVakantie in eigen land

Bewaker Bennie wil ‘altijd blijven praten’, ook al wordt er ‘s nachts geknokt op de camping

Op jongerencamping Dennenoord komt een groepje jongens samen om vakantie te vieren.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Kaya Bouma en Hassan Bahara beschrijven vanaf campings en vakantieparken hoe Nederland deze zomer ‘noodgedwongen’ vakantie in eigen land viert. In deze aflevering: op de meestal donders gezellige jongerencamping is het vannacht knokken. 

Bennie, de 62-jarige knuffelbeer-bewaker van camping Dennenoord, straalt zoveel rust uit dat conflicten voor zijn ogen lijken te smelten. Dreigt een jongen te ‘flippen’ nadat hij een reprimande heeft gekregen, slaat hij gewoon een arm om hem heen, trekt hem vaderlijk tegen zijn grote lijf aan. Kom maar hier jongen, komt wel goed.

Acht jaar werkt bewaker Bennie (liever geen achternaam, ‘anders gaan ze me opzoeken op Facebook’) nu op de jongerencamping buiten Ommen. Credo: praten werkt altijd het best. Je hebt van die bewakers in discotheken, zegt Bennie, ‘die slaan er direct op’. Houdt hij niet van, daar wordt het alleen maar erger van.

Bennie ziet er op toe dat andere bewakers ook zo te werk gaan. ‘Altijd eerst met de zachte hand.’ En als het rustig is: de jeugd leren kennen, zodat ze weten wie je bent. Het is misschien wel aan die werkwijze te danken dat de sfeer hier meestal net zo gemoedelijk is als de slogan van de camping: ‘donders gezellig’. Dat de politie hier naar eigen zeggen zelden komt. En dat het hier niet zo uit de hand loopt als in Albufeira of Knokke-Heist.

Knokken

Vanavond is de methode-Bennie hard nodig. Het is donderdagavond, de laatste avond voor veel jongeren en reden om de drankvoorraad op te maken. Het overtreden van de regels heeft minder grote gevolgen dan anders. Ze kunnen wel van de camping gezet worden, maar ze gingen toch al weg.

Het begint even na twaalven. Omdat de campingclub vooralsnog niet open mag vanwege coronamaatregelen, worden er een paar keer per week feesten gegeven in de open lucht. Als de dj nog een laatste opzwepend hitje voorbij laat komen, voorspelt een van de bewakers het al: dat wordt knokken na zo’n nummer.

Minuten later, als de muziek uit gaat en de jongeren terug moeten naar de tenten, begint een groepje jongens inderdaad te vechten. De bewakers krijgen ze met moeite uit elkaar. ‘Ik zweer het je’, briest een beschramde jongen, ‘ik zoek die gast weer op, hij komt er niet levend vanaf’. Even later zal Bennie een arm slaan om zijn vriend, een kleine jongen op klompen, die ook nog boos staat te grommen. ‘Zo jongen, gaat het een beetje?’

Als de boel enigszins gekalmeerd is, krijgen de bewakers een tip waar ze van schrikken. Een groep jongens heeft een taser meegenomen naar de camping. Nu proberen ze het stroomstootwapen uit  – op elkaar. Meteen wordt de politie gebeld en leveren de jongeren het wapen tegensputterend in. ‘Jullie hebben geluk dat we het hierbij laten’, zegt een agent tegen de jongens. ‘Je treft een ander en je hebt een strafblad.’

Spijt

Dan: koortsachtig overleg tussen de bewakers. Ze hebben een zero tolerance-beleid als het om wapens gaat. Aan de andere kant: deze jongens zien er niet uit alsof ze kwaad in de zin hebben en ze zijn hier pas net. Maar een wapen, op de camping – dat is nog nooit gebeurd. En dus besluiten ze dat de jongens naar huis moeten. Vannacht nog.

Bennie voert het woord, de jongens stribbelen tegen. Ze hadden er niet over nagedacht, het was alleen voor de grap. En nu hebben ze spijt, veel spijt. Bovendien: het is twee uur ’s nachts. ‘Hoe moeten we thuis komen? Onze ouders slapen al.’

Bennie luistert naar de bezwaren. Oppert dat ze hun ouders toch wakker moeten bellen, of anders een taxi terug naar Almelo. ‘Weet u wat dat kost?’, klinkt het klagelijk. ‘Ja jongens’, zegt Bennie vaderlijk. ‘Het is jammer voor jullie, maar het was een gigantisch domme zet om met een wapen hiernaartoe te komen.’

Een uur later komen hun ouders ze toch ophalen. De volgende dag vertrekken ook de vechtende jongeren, zonder verder gedoe. Hun week zit erop. ‘Zie je?’, zegt Bennie. ‘Altijd blijven praten. Dat werkt het best.’ En als die middag de nieuwe groepen jongeren aankomen is dat ook precies wat hij staat te doen. Praatjes maken. 

EERDERE AFLEVERINGEN UIT DE VAKANTIESERIE

Op de camping uitpuffen van de afgelopen maanden. ‘Ik geloof dat we nu op de achttien doden zitten.’

Vakantie vieren betekent dit jaar ook regels volgen. Een combinatie die tot grote boosheid kan leiden. 

Drie weken Mexico was het plan, nu staan ze in de regen op de camping. ‘Het is even omschakelen.’

‘Of je nou in Benidorm zit of hier in Center Parcs, uiteindelijk moet je er zelf wat van maken

Geen metalfestivals deze zomer? Dan maar naar Center Parcs

Op jongerencamping Dennenoord staan dit jaar ook 50-plussers. ‘We houden wel van een feestje

Ook zorgmedewerkers en docenten kunnen ontladentussen de hossende jongeren op camping Dennenoord

Meer over