Bevolking stemde vaker tegen

De volksraadplegingen over de Grondwet zijn niet de eerste referenda over de EU. Burgers stemden eerder over toetreding, de euro en verdragsteksten; soms voor, soms ook tegen....

Voor Nederland is het de eerste keer dat de bevolking zich direct kan uitspreken over een Europese kwestie. Maar de reeks volksraadplegingen over de Europese Grondwet zijn zeker geen primeur. Enkele tientallen referenda zijn er sinds 1972 al gehouden.

Vijftien van de 25 huidige lidstaten hadden een volksraadpleging over de toetreding tot de Europese Unie (tot 1993 Europese Gemeenschap): de Denen en Ieren in 1972, de Oostenrijkers, Zweden en Finnen in 1994. Ook de tien nieuwkomers die sinds 1 mei 2004 lid zijn, consulteerden hun bevolking vooraf.

Geen referendum over de toetreding was er in Griekenland (lid sinds 1981), Spanje en Portugal (beide sinds 1986). Evenmin hebben de zes grondleggers (waaronder Nederland) in de jaren vijftig referenda georganiseerd over hun eigen deelname.

Ook in Groot-Brittannië werd, onder de Conservatieve premier Edward Heath, zonder volksraadpleging besloten tot lidmaatschap. Maar de toetreding per 1 januari 1973 verdeelde het land diep. Labourleider Harold Wilson beloofde in de verkiezingscampagne alsnog een referendum.

Wilson won de verkiezingen en legde in 1975 de vraag voor. Van de Britten die naar de stembus kwamen, wilde 67 procent het lidmaatschap behouden.

Maar een volksraadpleging in Frankrijk had de Britse toetreding al veel eerder kunnen fnuiken. De Franse president Charles de Gaulle (1958-1969) had jarenlang een veto uitgesproken tegen mogelijk lidmaatschap van Groot-Brittannië. Zijn opvolger Georges Pompidou zocht wel toenadering tot Londen, maar liet zijn bevolking in april 1972 beslissen of de Britten welkom waren.

Het liep voor de Britten met een sisser af: 68 procent van de Fransen bleek voor. Het was de eerste en laatste keer dat een regering haar bevolking vroeg of nieuwkomers (in dit geval de Denen, Britten en Ieren) welkom waren, maar het precedent wordt soms opgevoerd als argument voor een referendum over de toetreding van Turkije.

De Noren beslisten zelf in september 1972 met 53,5 procent tegen aansluiting bij wat toen nog de Europese Gemeenschap heette. De regering haalde bakzeil. In 1992 vroeg Oslo opnieuw aan Brussel of Noorwegen mocht toetreden.

Maar het land moest zijn verzoek twee jaar later andermaal intrekken. In een referendum werd de regering opnieuw door de eigen bevolking teruggefloten: 52,2 procent stemde tegen, de opkomst was liefst 89 procent.

Nog nooit heeft een land dat eenmaal lid was, zich in een volksraadpleging uitgesproken. Al komt Groenland in de buurt. Het eiland, dat een status aparte heeft binnen Denemarken weekte zich in 1982 per referendum los uit de EG.

Diverse lidstaten hielden referenda over mijlpalen in de Europese integratie. Dat gebeurde onder meer bij de Verdragen van Maastricht (1991), Amsterdam (1997) en Nice (2001) en de invoering van de euro.

Zo spraken de Denen (in 1986) en de Ieren (in 1987) zich positief uit over de eenwording van de Europese markt. Maar het ‘nee’ overwon in de Deense (2000) en Zweedse (2003) referenda over de euro. Die landen hebben daardoor hun eigen munt behouden (net als Groot-Brittannië, maar daar ging geen referendum aan vooraf).

Ook domineerde het ‘nee’ in 1992 in Denemarken. Een nipte 50,7 procent van de Denen was tegen het Verdrag van Maastricht. In 2001 keerde 54 procent van de Ieren zich tegen het Verdrag van Nice.

‘Over die tegenstemmen werd destijds niet al te dramatisch gedaan’, herinnert een EU-ambassadeur zich. ‘Het heeft Denemarken en Ierland destijds in Brussel niet geschaad in hun onderhandelingspositie. Het werd opgevat als een collectief probleem dat we samen moesten oplossen. Er was zeker geen sfeer van: jullie schuld, zoek het maar uit.’

In ruil voor enkele uitzonderingen stemde 58 procent van de Denen in 1993 alsnog in met het Verdrag van Maastricht. In 2003 stemde 63 procent van de Ieren toch in met ‘Nice’.

Over de Europese Grondwet mag de bevolking van negen landen zich per referendum uitspreken; mogelijk sluit Tsjechië zich nog bij dat rijtje aan. Dit keer lijkt men bij de Grondwet minder lichtzinnig over een ‘nee’-stem heen te stappen.

De Franse premier Jean-Pierre Raffarin heeft al gezegd dat zijn land bij een ‘nee’ op zondag geen nieuw referendum uitschrijft. Een Deens of Iers scenario – een herkansing in een tweede raadpleging – lijkt daarmee bij voorbaat uitgesloten.

‘De aard van een nee tegen de Grondwet zal complexer zijn dan bij het eerdere nee van Denemarken en Ierland’, zegt de Brusselse diplomaat. ‘Je kunt niet enkele maanden later vrolijk een nieuw referendum organiseren en dan verwachten dat het dan wel een ja wordt. Het zal immers amper zijn na te gaan waarom mensen precies tegen de Grondwet stemmen en wat er moet veranderen.’

De reeks Grondwet-referenda is op 20 februari in Spanje begonnen en zal ergens in 2006 eindigen in Groot-Brittannië. Toch beten de Spanjaarden niet helemaal het spits af. Rome schreef al in 1989 een grondwetsreferendum uit. De Italianen werd gevraagd of ze het er in principe mee eens waren als er ooit een Europese Grondwet zou komen. Ja, luidde het antwoord zestien jaar geleden. Echter, nu er een Grondwet is gemaakt, worden de Italianen niet alsnog naar hun mening gevraagd over de inhoud. De Kamer en de Senaat in Rome hebben de Grondwet al goedgekeurd.

Meer over