'Beveiliging had moordenaar allang in de gaten gehad'

'Voor mijn gevoel is lichtvaardig met de beveiliging van Pim Fortuyn omgesprongen', zegt Egbert Spierenburg, die gedurende negentien jaar hoofd Beveiliging Koninklijk Huis was....

Spierenburg en andere deskundigen op het gebied van persoonsbeveiliging menen dat de overheid de LPF-lijsttrekker had moeten laten beveiligen. Een onafhankelijke commissie onder voorzitterschap van oud-rechter Harry van den Haak onderzoekt momenteel waarom dat niet is gebeurd.

De belangrijkste fout, menen de deskundigen, is dat de maatschappelijke gevolgen van een eventuele moordaanslag niet zijn meegewogen. Dit zeggen ze op basis van de nu bekende feiten. En met de aantekening dat het gemakkelijk is om achteraf de wijsneus uit te hangen.

De aanslag op Fortuyn had kunnen worden verhinderd. Beveiligingsexpert Arjo de Jong: 'Bij dit type aanslag hadden professionele beveiligers voldoende mogelijkheden gehad om tijdig maatregelen te treffen.'

De Jong is directeur van beveiligingsbedrijf Interseco. Gedurende zijn loopbaan was hij commandant van het Amsterdamse arrestatieteam, stafofficier van de dienst Beveiliging Koninklijk Huis en hoofd van de beveiliging van biermagnaat Freddy Heineken.

Hij stelt dat professionele beveiligers de dader allang in de gaten hadden gehad. 'Iemand die zoiets doet, is meerdere keren in de buurt van het slachtoffer. Die bijzondere aandacht kun je onderkennen.'

Fortuyn ontving vrijwel dagelijks bedreigingen, die vervolgens werden voorgelegd aan de Rotterdamse politie. Volgens minister De Vries van Binnenlandse zaken leverde de informatie geen situatie op die beveiliging noodzakelijk maakte.

De Jong zou anders hebben geconcludeerd. 'Als je het uitgesproken profiel bekijkt van Fortuyn, die uitspraken deed als ''de islam is een achterlijke cultuur'', zie je dat hij boosheid en spanning opriep. Twijfel bij de overheid over de ernst van de dreiging had zich, gezien het maatschappelijk belang, moeten vertalen in het kiezen van zekerheid en dus beveiliging.'

Hij vraagt zich af of het ook zo zou hebben gewerkt bij bijvoorbeeld Ad Melkert, iemand die wel deel uitmaakt van de politieke elite.

Als aankomend politicus was Fortuyn nog geen onderdeel van het politieke systeem. De Interseco-directeur kan zich goed voorstellen dat dit de afweging lastiger heeft gemaakt.

Directeur Hans Slaman, directeur van International Security Partners (ISP), die vroeger bij de politie ook hoogwaardigheidsbekleders heeft beschermd, noemt het absurd dat het initiatief voor de beveiliging bij de LPF-lijsttrekker lag.

'Na de aanslagen op 11 september 2001 was er sprake van een toenemende spanning en onrust in de wereld, en ook in Nederland. Er waren reacties van imams, van Marokkanen, en de vijandige reacties over moslims. Fortuyn deed pittige uitspraken over asielzoekers en de islam. Na zijn overwinning in de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam werd de verkiezingsstrijd steeds harder. Iedereen kon aanvoelen dat er iets zou gebeuren.'

Op dat moment was het volgens Slaman niet meer aan Fortuyn om zijn gevaar te beoordelen. 'Een aanslag zou niet gericht zijn op hem, maar op het gedachtegoed dat hij vertegenwoordigt. Een dergelijke daad veroorzaakt dan grote maatschappelijke onrust. Dat is ook gebleken. De overheid had in haar veiligheidsbeleid daarop moeten anticiperen.'

Interseco-directeur De Jong: 'Fortuyn wilde zelf geen beveiliging inhuren. Hij vond dat de overheid hem dat moest aanbieden. Waarom speelt iemand dat spel? Misschien dat hij bang was voor de reacties als hij zich op eigen initiatief door brede kerels liet omringen. Hij zei dappere dingen, wat misschien minder dapper zou lijken met beveiligers. Kom je een lijsttrekkersdebat binnen met een stel bodyguards om je heen, hoe zou dat zijn overgekomen?'

De Jong vermoedt dat Fortuyn minder moeite met beveiliging zou hebben gehad als de overheid hem die had aangeboden.

'Er was dan sprake geweest van een officieel systeem.' Hij vindt overigens wel dat Fortuyn en zijn vrienden, die zich zorgen maakten, of de partijorganisatie ook een eigen verantwoordelijkheid hadden. 'De ernst van de dreigementen hadden ze gemakkelijk ook zelf kunnen laten onderzoeken.'

Nadat Fortuyn op 14 maart in Den Haag was besmeurd met taarten, werd de veiligheid van Pim Fortuyn een zaak van nationaal niveau. Volgens minister Klaas De Vries van Binnenlandse Zaken is toen door de Binnenlandse Veiligheidsdienst, politie en justitie 'een attack-analyse' gemaakt. Vorige week heeft De Vries verklaard dat er geen concrete dreiging was geweest die persoonsbeveiliging noodzakelijk maakte.

Ook de Grote Evaluatiedriehoek, waarin de top van de ministeries van Binnenlandse Zaken, het ministerie van Justitie en de Binnenlandse Veiligheidsdienst zitting hebben, zag geen reden om maatregelen te nemen. Onbekend is welke criteria deze commissie hanteert. Deze richtlijnen zijn, aldus de woordvoerder, 'geclassificeerd'.

Oud-hoofd beveiliging Koninklijk Huis Spierenburg: 'Het wordt duidelijk dat de dader een bekende activist was. De inlichtingendiensten hebben onvoldoende de dreiging van die zijde in kaart gebracht.'

Een ander onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken, het Nationaal Coördinatiecentrum (NCC), waarin eveneens over Fortuyns veiligheid werd gesproken, hield contact met de politie in Rotterdam.

Uit het laatste gesprek dat Fortuyn op 15 april met de politie had, kwamen geen concrete bedreigingen naar voren. De LPF-lijsttrekker zou zich opnieuw melden als hij zich ernstig bedreigd voelde. Volgens De Vries heeft hij niets meer van zich laten horen.

IPS-directeur Slaman: 'Achteraf gezien was de reactie van Fortuyn een veel voorkomende. Er zijn weinig mensen die toegeven dat ze bang zijn. De overheid had hier een eigen verantwoordelijkheid moeten nemen door hem toch een vorm van persoonsbeveiliging op te leggen.'

Meer over