Beurs ontmoedigt levenslang leren

Het huidige beurzenstelsel is geënt op de onwenselijke situatie waarbij een beperkte groep mensen gedurende een beperkt aantal jaren een beperkt aantal vaardigheden opdeed....

JONGEREN kunnen niet meer zeker zijn van een baan voor het leven. Velen zullen gedurende hun werkzame leven in verschillende sectoren van de samenleving activiteiten ontplooien. Immers: de oprukkende globalisering en digitalisering van de economie veranderen de inhoud van veel beroepen, en eisen een groter aanpassingsvermogen van bedrijven en werknemers.

Werknemers moeten inspelen op nieuwe, onverwachte ontwikkelingen. Zo zullen bedrijfseconomen die werken als effectenmakelaars in de toekomst markten op het internet tot wasdom brengen. Dit geldt ook voor kunstenaars, kunsthistorici, chirurgen, makelaars en wetenschappers. In de toekomst is het werk van hoger opgeleiden steeds minder aan cultuur, plaats of tijd gebonden.

De arbeidsmarkt voor afgestudeerden wordt steeds dynamischer. Hopelijk wordt een groterekans op ontslag ruimschoots gecompenseerd door een groterekans op het vinden van een nieuwe baan. De toekomst vereist daarom afgestudeerden die flexibel, weerbaar en multi-inzetbaar zijn en zich permanent bij- en omscholen.

Voor afgestudeerden draait alles om werkzekerheid, niet noodzakelijk baanzekerheid. Daarom zet de regering hoog in op employability: het vermogen van mensen om oud werk te behouden en nieuw werk te vinden.

Levenslang leren is de wortel van economisch succes. Kennis verliest steeds sneller haar waarde, waardoor de noodzaak voor bij- en omscholing van afgestudeerden toeneemt.

Het huidige stelsel van hoger onderwijs biedt te veel eenheidsworst. Studenten - schoolverlaters, bij- en omscholers - hebben recht op een flexibel stelsel van hoger onderwijs. Dit vereist een veel grotere variëteit aan studies voor basis- en vervolgopleidingen met meer (tussen)diploma's. Twee of drie jaar (basis)studie moet men kunnen afsluiten met bijvoorbeeld een bachelor-bul. Om direct of enige jaren daarna een andere (vervolg)studie - wellicht aan een andere instelling - af te ronden met bijvoorbeeld een master-bul.

Zo'n stelsel van hoger onderwijs stimuleert levenslang en wederkerend leren, de interdisciplinaire vorming van afgestudeerden, de concurrentie tussen instellingen, en de overstap naar buitenlandse opleidingen. Een ander voordeel van tussendiploma's en stapeling van kortere basis- en vervolgstudies is dat de beslissing om te gaan studeren overzichtelijker wordt.

Helaas staat het huidige stelsel van studiefinanciering verdere ontwikkeling van het stelsel van hoger onderwijs in de weg. Grootste struikelblok voor het levenslang leren is de regel dat studenten ouder dan 27 jaar niet in aanmerking komen voor studiefinanciering. Het huidige stelsel van studiefinanciering is complex, straft stapelen van studies af en heeft zichzelf overleefd.

Studenten van vandaag hebben vooral baat bij leerrechten (of onderwijsvouchers): een knipkaart voor de studiefinanciering. Studenten worden nog steeds op prestaties afgerekend, maar de lening wordt bij het behalen van een erkend tussendiploma eerder omgezet in een gift zonder het recht op een prestatiebeurs voor een vervolgstudie te verspelen. Levenslang leren vereist meer leenfaciliteiten voor vervolgstudies en sabbats- en studieverlof voor afgestudeerden die inmiddels werken.

De toegankelijkheid van het hoger onderwijs voor kinderen uit kansarme milieus speelt eerder aan de poort van de basisschool en de scholengemeenschap dan aan de poort van de universiteit of hogeschool.

Kinderen van hoger opgeleide ouders studeren veel vaker dan kinderen van lager opgeleide ouders. Bovendien heeft het basis- en het voortgezet onderwijs meer het karakter van een publiek goed dan het hoger onderwijs. Daarom moeten de schaarse financiële middelen voor het onderwijs vooral worden ingezet in het basis- en voortgezet onderwijs.

Bij verhogingen van het collegegeld en andere ingrepen is de aanvullende beurs voor kinderen van ouders met lagere inkomens telkens verhoogd. Toch zijn er signalen dat het schort aan de toegankelijkheid van het hoger onderwijs voor kinderen uit minder draagkrachtige gezinnen.

Een stelsel van leerrechten en stapelen van tussendiploma's vermindert de uitval uit het hoger onderwijs. Een verkeerde studiekeuze betekent dan minder snel het einde van de studiekansen. Ook neemt het risicomijdend gedrag van studenten, zoals het kiezen voor een minder moeilijke studie, af.

De vereniging van universiteiten VSNU wil dat studenten in latere jaren meer lenen, en de opbrengst bestemmen om in de eerste twee jaar alle studenten een basisbeurs te geven. Dit is een voorstel dat, enerzijds, de prestatie-eisen afzwakt en dus geld kost en, anderzijds, ten koste gaat van kinderen van ouders met lagere inkomens. De opbrengst kan beter bestemd worden voor de aanvullende beurs.

De overstap naar leerrechten en tussendiploma's maakt het mogelijk de prestatie-eisen op te schroeven. Zo komt geld vrij om de toegankelijkheid van het hoger onderwijs te verbeteren en het wederkerend leren te stimuleren.

Rick van der Ploeg is financieel woordvoerder van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer en hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam

Vanavond zal in politiek-cultureel centrum De Balie in Amsterdam een debat plaatsvinden over studiefinanciering. Aanvang: 20.15 uur.

Eerdere discussiebijdragen over studiefinanciering verschenen op de Forumpagina van 4, 10 en 15 oktober.

Meer over