Beuken werkt het best

Op Parkpop stond dit jaar opvallend veel 'jaren tachtig' op het programma: Sinéad O'Connor, Bob Geldof en The Dexys. Is dat leuk?

Het is zondagavond, tegen half acht, als zich in het Haagse Zuiderpark een van de ongemakkelijkste momenten uit de geschiedenis van het gratis popfestival Parkpop voordoet.

Op het podium, tien koppen sterk: Dexys, vroeger Dexys Midnight Runners, de beroemde soulpopband uit Birmingham. Ze spelen songs van hun nieuwe album One Day I'm Going To Soar (2012), die de vorm hebben van minimusicals: toneelstukjes over verliefde stelletjes, compleet met dialogen. De songtitels vertellen het verhaal al een beetje: I'm Always Going To Love You, daarna Incapable Of Love.

Vóór het podium staat het Parkpoppubliek, uit heel Nederland maar toch vooral Den Haag, en het weet niet wat het ermee moet. Een paar gelukzalig dansende fans daargelaten, snapt Parkpop helemaal niks van Dexys en de verstrakkende gezichten op het podium maken duidelijk dat dat wederzijds is.

'Speluuuhhh!', brult iemand. De Engelsen glimlachen als boeren met kiespijn. Kevin Rowland gaat steeds valser zingen. Come On Eileen, de hit die het onderling begrip had kunnen vergroten, blijft uit.

Zo zie je maar: niet elke band is geschikt voor Parkpop, het gratis festival dat publiek uit alle lagen van de bevolking trekt, voor ieder wat wils wil bieden en daar bijna altijd in slaagt. Parkpop is nooit 'hot', maar altijd leuk, ook al omdat je een gegeven paard nu eenmaal niet al te kritisch in de bek kijkt.

Het programma van dit jaar kent twee pijlers: internationale namen die doorbraken in de jaren tachtig (Dexys, Bob Geldof, Sinéad O'Connor) én branievolle krachtpatserij uit eigen stad.

Voor het eerst staat in een hoek van het terrein Het Haags Podium opgesteld, gereserveerd voor veelal jonge Haagse bands (maar ook de herenigde new wave-veteranen Urban Heroes). Stevige, noeste no-nonsense rock zoals die van Soul Sister Dance Revolution, dát is de Haagse traditie. Dat werkt hier het best.

Aan het eind van de dag (veel zon, veel publiek, geen druppel regen) is de conclusie duidelijk: Haags beukwerk gaat er op Parkpop veel beter in dan bijvoorbeeld de fletse folkrockset van Geldof.

Van de drie grote internationale namen voldoet eigenlijk alleen Sinéad O'Connor, die in 1992 een foto van de paus verscheurde, maar in Den Haag bij het invallen van de schemer het podium betreedt met domineeskraag, halsketting met Latijns kruis en kolossale zonnebril.

Ze heeft jaren van depressie achter de rug, de nu 46-jarige O'Connor, en lijkt de innerlijke rust nog altijd niet te hebben gevonden, getuige haar zenuwachtige gesticuleren naar de geluidsman en de nerveuze tic om bij elke uithaal weg te draaien van haar zangmicrofoon. Maar haar optreden is wel wat je ervan hoopte, compleet met een memorabele cover (Queen Of Denmark van John Grant) en een gloedvol gezongen Nothing Compares 2U.

Maar de echte helden zijn dus de Hagenezen, zoals Golden Earring-frontman Barry Hay, die in ADO Den Haag-voetbalshirt het podium betreedt, met zijn jonge zijproject Flying V Formation in het kielzog. 'De eerste keer dat ik op Parkpop was, ben ik ongelooflijk dronken geworden', zegt Hay, 'en dat ga ik vanavond weer doen.'

Ook hier: stoere rock, waarbij de trits Earring-klassiekers die het gezelschap uitvoert niet bepaald de leukste momenten oplevert. Radar Love in een sterk afwijkende uitvoering? Nee, dan toch liever die aardige covers en die nieuwe Flying V-songs, die aardig blijken te werken op Parkpop. De veteraan grijnst; Barry heeft er schik in.

Zo beleeft de gemiddelde bezoeker zijn muzikale hoogtepunten al 's middags, bijvoorbeeld bij de Rotterdamse beatgroep The Kik, geschikt voor elk feest. Dat is niet geheel toevallig: het hardste en opzwependste bewaart Parkpop niet voor het laatst, een kwestie van crowd control in overleg met de autoriteiten.

Zo kan het gebeuren dat het heftigste feest al om twee uur 's middags plaatsvindt. De Kraaien zijn Den Haags eigen Jeugd van Tegenwoordig, maar dan harder en lomper, zoals het Hagenezen betaamt. Romantiek op zijn Haags: 'Ik vin je lekkâh, je ben een lekkâh ding/ Je ben zo heet, me tong leg op me kin.'

Een headliner aan het begin. Den Haag op zijn kop, als het ware.

undefined

Meer over