Betrokken arts met stoornis en verslaving

Hij was een arts met een goede reputatie. Maar hij leed aan een depressie en zag zichzelf als superieur.

ELSBETH STOKER

'Ernst Jansen Steur heeft mij leren omgaan met de ziekte. Hij zei: 'Ik kan je niet genezen. Maar ik kan er wel voor zorgen dat je zo min mogelijk last hebt'. Ik mocht hem voor alles bellen, of ik nu last had van mijn tanden, mijn tenen, of mijn ogen.' Dat zegt Bert de Haan, een tevreden parkinsonpatiënt van de inmiddels verguisde Twentse neuroloog. In 2009 vertelde De Haan aan dagblad Trouw wat er wél goed was aan deze specialist, die verantwoordelijk wordt gehouden voor tal van onjuiste diagnoses en onnodige operaties.

Jarenlang kon Jansen Steur (67), die aanvankelijk gewoon Jansen heette, maar in 1994 de achternaam van zijn moeder uit liefde toevoegt, zijn gang gaan. In 2003 viel hij voor het eerst door de mand, zijn werkgever ontdekte dat de sinds 1999 verslaafde Jansen Steur receptenbriefjes had vervalst en medicijnen had gestolen.

Hij was verslaafd als gevolg van stressklachten. 'Ik sliep slecht en begon met slaapmiddelen. Eerst neem je een tablet voor het slapengaan, dan anderhalve, dan twee. Op het dieptepunt van mijn verslaving, 2002-2003, slikte ik ze ook overdag. Ik nam zes tot zeven tabletten dormicum of mogadon', zei hij hierover in een interview dat hij enkele jaren geleden gaf aan NRC Handelsblad. 'Je brein functioneert dan op een nachtpitje.'

Het Medisch Spectrum Twente, waar hij al sinds 1978 werkte, ontsloeg hem. Beide partijen spraken af hun mond te houden en Jansen Steur mocht tot oktober 2005 geen patiënten meer behandelen. Hij vertrok voor vier maanden naar de Schotse verslavingskliniek Castle Craig. Daarna ging hij naar Duitsland. Om opnieuw te werken.

Want werk, dat is een van de belangrijkste pijlers in zijn leven. Volgens de arts zelf heeft hij een helpersyndroom: hij wil mensen helpen, er voor ze zijn, dag en nacht. 'Ik werk heel graag. Ik had toen de indruk dat het goed voor me was, dat het inhoud zou geven aan mijn leven', zei hij destijds in het interview. Meerdere malen lukt het hem dan ook om in Duitsland aan de slag te gaan als arts. Tot afgelopen weekend nog werkte hij als arts-assistent in de Duitse kliniek Heilbronn.

De ziekenhuisdirecteur van Heilbronn omschrijft hem als netjes en onopvallend. Het is een kwalificatie die past bij één van zijn twee gezichten, die van de betrokken arts met een goede reputatie. Eentje die altijd klaarstaat voor zijn patiënten. 'Tot op de dag van vandaag dragen veel patiënten hem een warm hart toe', schreef de commissie-Lemstra in september 2009 in het verslag van een van de onderzoeken naar de misstanden bij het Twentse ziekenhuis.

'Hij stond in de wijde omgeving bekend om zijn expertise op het gebied van de ziekten alzheimer en parkinson en op die manier profileerde hij zich ook. Hij behandelde veel patiënten, bezocht opgenomen patiënten ook buiten reguliere werktijden, was telefonisch goed bereikbaar en was actief voor de patiëntenvereniging.'

Maar de neuroloog heeft nog een kant. Aan de onderzoekers vertelde hij in 2009 dat hij onder behandeling was bij een gedragspsycholoog. Hij leed aan een 'recidiverende depressie, een persoonlijkheidsstoornis van het gemengd narcistisch-borderline type en een posttraumatische stressstoornis na een multitrauma'.

Bovendien had hij conflicten met collega's. Ze stoorden zich aan de 'solitair opererende medisch specialist die zich op geen enkele wijze aan regels gehouden acht'. Signalen dat hij fouten maakte, werden genegeerd of vergoelijkt door de ziekenhuistop. Hij zag zichzelf als superieur, concludeerden de onderzoekers. En ook Jansen Steur erkent dat hij destijds overtuigd was van zijn kwaliteiten. 'Er was niemand in de maatschap die zo goed met patiënten kon omgaan als ik, die zoveel patiënten had en zoveel uren draaide. Moeilijke patiënten werden naar mij doorgestuurd.'

undefined

Meer over