Beterhuis

De organische architectuur van het nieuwe Isala ziekenhuis spot met alle modes van de ziekenhuisbouw. Bont van kleur en scheef van vormen: het werkt.

DOOR HILDE DE HAAN

Ontwerp: Alberts & Van Huut met a/d amstel architecten en Jørn Copijn (landschap)

Dokter van Heesweg 2, Zwolle

4 sterren

In de Zwolse kantorenwijk Oosterenk zijn bijna alle gebouwen verwant: brave, rechthoekige bedrijfshuisvesting. Maar sinds kort staat daar de kliniek Isala, vervanger van het Sophia Ziekenhuis. Het is alsof een verre hippietante, bont uitgedost, haar plek in een keurige familieonderneming opeist. Sterker nog: zij nam haar hele commune mee. Het complex dat hier na dertien jaar voorbereiding gereedkwam, is het grootste algemene ziekenhuis van Nederland en telt 100 duizend vierkante meter vloeroppervlak, verdeeld over vele vleugels van vijf tot zeven etages hoog.

De gevels zijn opgebouwd uit zeven verschillende baksteensoorten. Die worden afgewisseld met metalen muurbekleding: koper, titanium en zink. De vreemd gevormde kozijnen hebben alle kleuren van de regenboog. Nog wildere varianten bevinden zich aan de achterkant, bij de toekomstige hoofdingang. Hier is een schuin oprijzende glasgevel, met fel gekleurde raamkozijnen aan weerszijden van een gebouwhoge entree. Maar hoe vreemd die vormen allemaal ook zijn, de verrassing is nog groter als je eenmaal binnen bent. Daar openbaart Isala haar inborst: een revolutie in ziekenhuisland.

Isala is ontworpen door Max van Huut (1947), in Nederland geen onbekende. Zijn bureau Alberts & Van Huut is de belangrijkste beoefenaar in Nederland van organische architectuur. Hun nationale faam begint in 1981, als Alberts (1927-1999) in Utrecht rond het betonskelet van een standaardhuis een uitbundige bakstenen burcht laat metselen - met wulpse uitkijktoren en scheve muren. In architectenkringen negeert men dit maar het is een publiekstrekker van jewelste.

In 1987 volgt aarzelend erkenning in vakkringen. Dan wordt in de Amsterdamse Bijlmer het hoofdkantoor van de ING (toen nog NMB) opgeleverd. De organische vormen beperken zich nu niet tot de buitenzijde; het hele bouwwerk is één dans van geschakelde torens, van in elkaar overvloeiende ruimten. Hier is ook voor het eerst de volledige compositie opgebouwd vanuit de gulden snede. Dat is ook in Isala gedaan. Het is te herkennen aan de maatverhoudingen die natuurlijk aanvoelen en de vele varianten op de vijfhoek - bijvoorbeeld in de ramen. Het toont zich ook in de afwisselende ritmes en de dynamische vormen, afgestemd op de 'menselijke aard'.

De Gasunie in Groningen, uit 1993, overtrof de NMB-bank nog. Geen serie torens die keer, maar een reus van een gebouw met in het hart een torenhoge vide. Het bouwwerk bracht internationale roem. Toch ging het met Alberts & Van Huut een tijdje minder goed. Ze bouwden veel, maar het oogde minder bezield. Het bureau kreeg zelfs de naam steeds dezelfde vormen te klonen. Voor Alberts & Van Huut was dat al in de vette jaren reden voor herbezinning. Het bureau moest inkrimpen, techniek en bouwkundige uitwerking worden sindsdien uitbesteed. Achteraf gezien zijn toen de voorwaarden geschapen voor het Isala ziekenhuis. Het heeft even geduurd, maar hier slaat Van Huut terug en laat hij rücksichtslos zien waar hij voor staat: organische bouwkunst die het volle leven recht doet en die zich niet beperkt tot functionaliteit en modieuze schoonheidsidealen.

Organische architectuur wordt vaak vereenzelvigd met antroposofische bouwkunst, geïnspireerd op de ideeën van Rudolf Steiner (1861-1925). Ofwel: met de knusse vormen van Vrije Scholen, waar zachte kleuren en natuurlijke materialen de ontwikkeling van kinderen moeten ondersteunen. Maar Van Huut is geen antroposoof, zegt hij, 'eerder boeddhist'. Ton Alberts was dat evenmin. Die werd ooit op dit pad gebracht door zijn samenwerking met een beeldhouwer en een bezoek aan de Schotse new-agecommune Findhorn. Begin jaren tachtig ontmoette hij de toen nog onervaren Van Huut, een zielsverwant.

Samen ontwikkelden Alberts en Van Huut een eigen benadering, waarbij zij veel anderen als leraren zagen. Rudolf Steiner, zeker, maar ook degenen bij wie die te rade gingen zoals - speciaal voor architectuur en kleurenleer - de dichter en onderzoeker J.W. von Goethe (1749-1832). Er was zoveel meer; organische architectuur bestaat al eeuwen.

Pas recent is de stijl expliciet een tegenhanger van het rationele modernisme. Alberts was ervan overtuigd dat te veel rechthoekige gebouwen mensen hard en ongevoelig maken. Vloeiende lijnen en scheve muren zouden ons vriendelijker stemmen. Van Huut, geboren en opgegroeid in de tropen, doet zijn ideeën bij voorkeur op in de natuur. Als referentie voor Isala koos hij niet de omringende kantorenwijk, maar het weelderige dal rond de Overijsselse Vecht, pal daarachter. Al liet hij zich evengoed inspireren door de oude Zwolse binnenstad. Daar zijn de straten krom, ze leiden langs pleinen en wisselen van breedte. Dat zie je in Isala terug, waar je al wandelend telkens nieuwe perspectieven ziet.

Een krachtige actie van Van Huut was dat hij het begrip 'ziekenhuis' aanvocht. Fout woord. Hij wilde geen huis voor zieken maken, maar een gebouw dat mensen beter maakt. Die woordspeling had grote impact. Isala is anders opgezet dan al zijn eigentijdse soortgenoten. Gewoonlijk staat efficiëntie voorop: de strikt medische afdelingen (operatiekamers, laboratoria) worden geconcentreerd op hot floors. De kamers van klinische patiënten liggen aan lange rechte gangen. Wie een polikliniek bezoekt, komt eerst in een enorme hal en gaat dan via een netwerk van gangen naar de wachtkamer van een specialist.

Van Huut overtuigde zijn opdrachtgevers in Zwolle ervan andersom te denken. Niet de functionaliteit, maar de belevingen die Isala biedt, zijn leidraad voor de architectuur. Het ontwerp is gemaakt in samenspraak met Van Huuts vaste landschapsarchitect Jørn Copijn. Het complex werd gekneed als een landschap; een aaneenrijging van gebouwde 'plekken' tussen het groen. Zo kreeg het ziekenhuis de ouderwetse opzet van een verzameling paviljoens. De meeste specialismen hebben een eigen toren, 'vlinder' genaamd, voor zowel de bedlegerige patiënten als de poliklinieken. Binnen een vlinder is geen kamer gelijk; dankzij hun ligging rond hal of binnentuin kreeg elk een eigen sfeer.

Essentieel is ook de zogeheten 'Straat', de wandelroute op de begane grond die alle vlinders verbindt. Deze heeft de kleurstelling van een artistiek bruin café, met bakstenen muren, schuin plafond, bruine houten balken, stoere pilaren. Overal is ten minste aan één kant een tuin; vaak passeer je subtropische plantenformaties. Langs alle ramen staan comfortabele houten banken. Via deze route bereik je soepel alle 'vlinders', elk herkenbaar aan een eigen kleur en een eigen sculpturale toegangstrap. Die trappen zijn uitnodigender dan de liften, ook al doordat het daglicht er rijkelijk doorheen valt en de leuningen grote openingen hebben. Het op- en aflopen is een waar spektakel, zowel voor degenen óp de trappen, als voor wie toekijkt vanaf straat of bank.

Isala is een enorme stap voorwaarts naar een vriendelijker klinische gezondheidszorg, maar de vormen die het kreeg, zijn tegelijk verwarrend. De bonte kleuren en soms grove vormen vloeken met alles wat in de eigentijdse bouwkunst esthetisch wordt gevonden. Gelukkig is mooi niet enkel een kwestie van smaak, maar tevens van gewenning. Op den duur zijn juist gebouwen die niet in de geldende modes passen, vaak geliefd.

De kans is groot dat dit bij Isala zal gebeuren. Al was het maar omdat de gekozen materialen mooi verouderen. Belangrijker nog is dat je nu al ziet dat deze architectuur echt werkt. Elke ruimte biedt op eigen wijze beschutting en intimiteit, zonder beklemmend te worden. Nergens ervaar je de anonimiteit en de kilte die andere ziekenhuizen kenmerken. En overal weet je onmiddellijk waar je heen moet: niet bordjes maar het bouwwerk en de mensen wijzen de weg.

De indrukwekkende buitenkant is zo bezien nog het minst geslaagd. Hoe veel middelen hier ook zijn ingezet om deze behapbaar en 'menselijk' te maken, dat was allemaal niet genoeg om de omvang van het complex te verzachten. Die blijft overdonderend immens. Oorspronkelijk was daar een krachtige remedie voor bedacht: een park rondom, 23 hectare groot. Helaas, daar zijn concessies gedaan. De publieke autostalling, eerst ondergronds gedacht, komt nu op het terrein. Vol bomen, dankzij Copijn, dat wel, maar een buitenkans werd gemist.

----------------------

Groene T-shirts

Opvallend aanwezig in Isala zijn de tientallen, in een vrolijk grasgroen shirt gestoken vrijwilligers, die klaar staan om een handje te helpen. Het idee hiervoor kwam direct voort uit de architectonische opzet, waarbij alles draait om menselijk welbevinden. Aanvankelijk leek het te ambitieus: de vrijwilligerscentrale achtte het onmogelijk om in Zwolle het gevraagde aantal van 500 mensen te vinden (voor wekelijks een dagdeel). Naarmate Isala vorderde, bleek dat een eitje. Het kleurige, natuurrijke ziekenhuis is inmiddels zo populair dat er een wachtlijst is. Eén vrijwilliger rijdt rond met een caddie, een elektrisch golfwagentje, en geeft iedereen die moeilijk ter been is een lift.

Meer over