Betere positie uitzendkrachten in het geding

Verbetering van de positie van uitzendkrachten, een kernpunt in het kabinetsbeleid, staat op losse schroeven. Werkgevers, bonden en politici wachten op elkaar bij het uitwerken van oude afspraken....

Van onze verslaggever

Gijs Herderschêe

AMSTERDAM

Die oude afspraken berusten op twee voornemens. Er komt een wet die in plaats van een vogelvrije positie, zekerheid biedt aan mensen met flexibel werk. Maar ook is in 1996 afgesproken dat werkgevers en bonden van de wet mogen afwijken, zolang zij het met elkaar eens zijn over andere regelingen.

Het wetsvoorstel is door de Tweede Kamer aanvaard; het ligt nu voor behandeling klaar bij de Eerste Kamer. Het wetsvoorstel regelt beperking van het uitzendwerk tot 26 weken, en schrijft voor dat een uitzendkracht na drie korte contracten of één contract van maximaal drie jaar, een vaste aanstelling moet krijgen.

Met de toekomstige wettelijke bescherming in de rug voelt FNV Bondgenoten, de vakbond, zich een stuk machtiger dan voorheen. In het uitzendwerk is de organisatiegraad te verwaarlozen. Niettemin geeft de wet-in-wording de bond een sterke onderhandelingspositie.

Bij de twee werkgeversorganisaties zijn vergaande CAO-eisen op tafel gelegd. De werkgevers verzetten zich hiertegen en herinneren aan de afspraken uit 1996, waarin al de hoofdlijnen zijn vastgelegd voor een vijfjarige CAO. De werkgevers ontzeggen de bonden het morele recht die afspraken nu nog verder op te tuigen.

Dit conflict tussen werkgevers en bonden leidt nu tot politieke complicaties. Het brengt de diverse fracties in de Eerste Kamer aan het twijfelen over de vormgeving van de wet. Ze plaatsen vraagtekens bij de gecompliceerde manier waarop bescherming van de positie van flexibele arbeidskrachten in het wetsontwerp wordt geregeld. De Eerste Kamer is nog wel voorstander van een wettelijke regeling, maar wil wachten met afhandeling totdat de partijen zelf hun CAO hebben geregeld.

'Het is een fantastisch uitgangspunt wat de wet probeert te regelen. Maar als je er beter naar kijkt, ontdek je steeds meer narigheid. De uitvoering wordt enorm complex. Het ontslagrecht wordt er niet bepaald simpeler op. En dat was óók de bedoeling', zegt D66-senator A. Vrisekoop.

VVD-senator R. de Haze Winkelman deelt in diplomatieke termen haar kritiek. De Eerste Kamer zal op 17 februari beginnen met de behandeling van het wetsvoorstel. De Haze Winkelman betwijfelt hardop of het werk voor de verkiezingen zal zijn afgerond.

Ook CDA-senator R. Glasz onderkent juridische manco's aan de wet. 'Het is een slechte zaak dat de CAO er nog niet is. Misschien moet de wet pas ingaan als die rond is.'

De bonden hebben inmiddels het overleg over de nieuwe CAO voor de uitzendkrachten - 250 duizend mensen per dag, één miljoen per jaar - afgebroken. De bonden willen strikte afspraken maken over de lonen van uitzendkrachten in alle denkbare functies. Ze verlangen omschrijving van alle functies, zodat een uitzendkracht met meer ervaring ook meer verdient.

Uiterlijk na drie maanden moet een uitzendkracht het salaris krijgen dat de CAO van het inhurende bedrijf voorschrijft, zo willen de bonden. Vaklieden zouden direct evenveel moeten verdienen als de vaste werknemers van het inhurende bedrijf.

De vakbondseisen zijn voor de werkgeversorganisaties ABU en NBBU onbespreekbaar. De kleine werkgeversorganisatie NBBU heeft van de weeromstuit een CAO afgesloten met een marginale vakbond, OVB. Hierin is geen van de eisen van FNV Bondgenoten en de andere bonden terug te vinden.

De werkgevers in de uitzendbranche, verenigd in de ABU, maken zich nog geen grote zorgen. Een woordvoerder zegt dat de ABU voorlopig gewoon vasthoudt aan de bindende afspraken die zijn gemaakt in 1996.

Meer over