Beter tellen maakt wachtlijst korter

De wachtlijsten voor verpleegtehuizen zijn wellicht minder lang danwordt verondersteld. Dubbeltelling van een wachtende voor meerdere tehuizen kan worden voorkomen door een centrale registratie....

Wachtlijstbrigadier Marcel van Dam kan zijn mouwen opstropen. Koud twee dagen geleden kreeg hij de opdracht om de wachtlijsten in de ouderenzorg weg te werken, maar al tijdens de officiële installatieceremonie werden vraagtekens gezet bij de hardheid van de cijfers.

De wachtlijsten voor verpleeghuizen zijn wellicht maar half zo lang als tot dusver is aangenomen, suggereerde Ad van Elzakker van de Sigra, de samenwerkende zorginstellingen in Amsterdam en Diemen. Een centrale registratie van het aantal wachtenden (zoals in Amsterdam) zou voor heel Nederland leiden tot een forse uitdunning, mogelijk halvering van de wachtlijst van 8200 personen, omdat daardoor de vele dubbeltellingen worden uitgezeefd, vermoedt Van Elzakker. Als dat waar is, is er dan nog wel emplooi voor Van Dam?

De wachtlijsten voor de verpleeghuizen worden al sinds 1994 gecorrigeerd voor dubbelinschrijvingen, meldt Paul van Rooij van het Nederlands Ziekenhuisinstituut (NZI). Het aantal van 8200 wachtenden (cijfer van 1997) is een redelijk hard cijfer. Van de 332 verpleeghuizen (capaciteit: 55 duizend plaatsen) is bijna de helft (157) aangesloten bij een centrale wachtlijst. Daar is dus geen sprake van dubbeltellingen.

Dan hebben 45 tehuizen een gezamenlijke wachtlijst met één of twee collega-instellingen; 145 tehuizen registreren elk voor zich. Daar kan dus sprake zijn van dubbelregistraties, omdat een gegadigde zich bij meerdere verpleeghuizen kan hebben aangemeld. Maar het NZI zift die 'vervuiling' uit de wachtlijst. 'Wij gaan uit van het aantal mensen dat is opgenomen', vertelt De Rooij. Aan de hand van de wachttijd per tehuis wordt vervolgens berekend hoeveel personen werkelijk op een wachtlijst hebben gestaan.

Sterfte op de wachtlijst én het aantal personen dat uiteindelijk elders zorg kreeg, worden in de berekening verwerkt. Het NZI heeft nog geen onderscheid kunnen maken tussen wachtenden die dringend zorg nodig hebben en degenen die nog wel even thuis of in het verzorgingshuis kunnen blijven.

Voor verzorgingshuizen (vroeger bejaardenoorden genoemd) is de NZI-systematiek al wél verfijnd. Vorig jaar wachtten 20.300 ouderen op een plaats in een verzorgingshuis. Er zijn 1400 van die tehuizen met 110 duizend plaatsen. Sinds de NZI-registratie voor de verzorgingshuizen werd ingevoerd, is het aantal wachtenden op papier flink gedaald. Van 35 duizend (inclusief dubbelinschrijvingen) ging het naar ruim 20 duizend. Van Elzakker heeft dus wel gelijk met zijn veronderstelling dat een centrale registratie de wachtlijst bekort, maar die winst is al geïncasseerd volgens het NZI.

De gemiddelde wachttijd voor de verzorgingshuizen ligt op 9,5 maand, maar ouderen die dringend binnen één maand opgenomen moeten worden, wachten gemiddeld meer dan vijf maanden op een plaats. Die lange wachttijd (ook het aantal wachtenden trouwens) steekt scherp af tegen de wachtperiode voor verpleeghuizen. Dementen moeten gemiddeld 17 weken wachten, mensen met een lichamelijke handicap 7 weken. Maar, benadrukt het NZI, de cijfers variëren sterk per regio. Soms duurt het een jaar vóór iemand terecht kan in een tehuis.

Van Dam krijgt bij het wegwerken van de wachtlijsten voor ouderen alle steun van het NZI, zo is deze week afgesproken. In oktober peilen de onderzoekers de wachtlijsten in de hele ouderenzorg, niet alleen voor verpleeg- en verzorgingshuizen, maar ook voor de thuiszorg en het persoonsgebonden budget. Een uniforme meetmethode, waarbij ook de urgentie wordt meegewogen, moet Van Dam en zijn brigade een goed zicht op de problemen geven en daarmee een instrument voor de oplossing ervan.

Van Elzakker is niet helemaal overtuigd van de zuiverheid van de NZI-cijfers. Maar hij erkent wel dat hij een papieren rekensom heeft gemaakt voor Amsterdam en Diemen. Daar staan 550 personen op een centrale wachtlijst voor een van de 16 verpleeghuizen. Maar die 550 hebben wel meerdere voorkeuren opgegeven. Als je die allemaal bij elkaar zou optellen (maar dat gebeurt niet, omdat de Sigra centraal registreert), telt de wachtlijst 2400 personen. 'Een centrale registratie maakt de wachtlijst korter', daarover zijn Van Elzakker en NZI het eens.

Meer over