Beter nog dan de ideale schoonzoon

Masseren is zijn kracht: de tijd nemen, niet forceren, onpartijdig blijven. Het is tevens zijn zwakte. Alexander Rinnooy Kan, de gedroomde premier van D66, vertrekt als SER-voorzitter.

Jarenlang was Alexander Rinnooy Kan (62) te porren voor elke bestuursfunctie die te vergeven was, cultureel, financieel, sociaal-economisch - het maakte niet uit. Drie keer achtereen, in 2007, 2008 en 2009 riep de Volkskrant hem uit tot invloedrijkste Nederlander. Hij doorliep een wervelende carrière: rector magnificus aan de Erasmus Universiteit - de wiskundig hoogleraar was nog maar 37 -, voorzitter van werkgeversvereniging VNO, raad van bestuur van ING, eerste man van de SER, tot voor kort dé broedplaats van polderend Nederland.

Volgende week vertrekt hij bij de SER. Hij heeft zeven of acht handenvol nevenfuncties, van voorzitter van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen tot lid van het Comité Koninkrijksrelaties. Geen Nederlander heeft zo'n uitgebreid informeel netwerk als Alexander Rinnooy Kan. Hij koestert warme belangstelling voor de duvel en zijn oude moer, tot en met de zijwindproblematiek van Schiphol.

Elementaire nieuwsgierigheid is volgens eigen opgave de drijfveer voor een werkend bestaan van nagenoeg 24 uur per etmaal. Maar van één terrein van het publieke leven heeft Rinnooy Kan zich steeds afzijdig gehouden. De politiek ontliep hij alsof het een besmettelijke ziekte betreft. 'Snurkend lid' van D66, dat is-ie en daarbij moet het blijven.

Jan van Ginkel was directeur van Perscombinatie, uitgever van ondermeer de Volkskrant, toen Rinnooy Kan er commissaris was. 'Hij is geknipt om een tijdje premier te zijn', meende Van Ginkel in 1996.

Rinnooy Kan zelf, in 1995: 'Ik heb geen uitgesproken politieke ambities. Dat vak is zwaar en ondankbaar.'

Eind 2006: 'Ook als de plicht roept, nee, echt niet.'

Eind 2007: 'Om te beginnen zit ik bij de verkeerde partij. Ik denk ook dat ik er niet zo geschikt voor ben.'

Eind 2009 komt een voorzichtige draai: 'De toekomst kan ik niet voorspellen.'

Eind april van dit jaar grijpt hij een nachtprogramma op de radio aan om elke behoedzaamheid af te leggen: 'Ik heb al meerdere kansen gehad om actief te worden in de politiek zelf. Ik had altijd wel goede redenen om dat niet te willen doen. Maar ik heb nooit iets willen uitsluiten. En er zijn altijd momenten dat je op zo'n vraag geen nee kan zeggen. Ze mogen me alles vragen.'

Alexander Pechtold heeft hem nu in stilte voorgedragen als mogelijk minister-president. Naar verluidt heeft Pechtold enige weken geleden PvdA en GroenLinks gepolst met de vraag: zou het geen goed idee zijn als we met jullie instemming in de verkiezingscampagne Alexander zouden lanceren als het verstandige, verzoenende alternatief voor Rutte? Zou dat de campagne voor de kiezers niet aanzienlijk helderder en aantrekkelijker maken?

De anderen haastten zich te bedanken voor het goede idee, maar zoveel is duidelijk: Alexander Rinnooy Kan is er klaar voor. De vraag is: kan hij het ook?

Wie je ook spreekt, men geeft hoog op van zijn vermogen mensen aan elkaar te knopen. Doet zich een probleem voor, Alexander suggereert om deze of gene eens te bellen of hier of daar eens te gaan kijken. Het liefst lost hij het probleem nog zelf op. Bij voorkeur in tien minuten. Twaalf is ook goed. 'Hij doet altijd 85 dingen tegelijk', zei Aad Jacobs, collega in de raad van bestuur van ING.

Als je hem hoort praten, denk je: oud geld, een nette heer uit Aerdenhout. Hij heeft een dubbele achternaam, maar die is min of meer bij toeval komen aanwaaien. Van de aristocratie is hij niet. Hij is veeleer een gewone jongen met een ongewoon helder verstand, die zijn leven lang verschrikkelijk zijn best heeft gedaan. Dat laatste is vaak de schuld van de vaderfiguur. Ook bij hem.

Vader was plaatsvervangend thesaurier op Financiën en later directielid van de Wereldbank in Washington. Alexander moest zijn vaders liefde verdienen. 'Het klassieke patroon', heeft hij het zelf genoemd. 'De koestering van de moeder is onvoorwaardelijk, de koestering van de vader voorwaardelijk. Ik probeerde uiteraard te voldoen aan zijn verlangen: goeie cijfers halen, hard werken, zijn verwachtingen honoreren.'

Al die jaren waarin hij inmiddels opereert in min of meer publieke functies, hoor je een en hetzelfde oordeel verkondigen: een ongekend getalenteerde man, zelden zo'n aardige man ontmoet, geduldig, correct, aimabel, betrouwbaar, geïnteresseerd, ongehoord ijverig. O ja, hij heeft een fotografisch geheugen. Als hij je ontmoet, herinnert hij zich jouw gezicht en zelfs je naam.

Je hebt de ideale schoonzoon en daarenboven, als aparte categorie, heb je Alexander Rinnooy Kan.

Hij neemt al zijn adviserende functies serieus, hij laat zich overal zien, vindt het moeilijk een receptie of vergadering over te slaan. Zo komt hij het halve koningshuis tegen, Beatrix overal en nergens, Willem-Alexander bij de Nederlandsche Bank, Constantijn bij de stichting World Press Photo, Laurentien bij de stichting Lezen & Schrijven.

Hij is voorzitter van de adviesraad van de Universiteit voor Humanistiek. Daar ziet hij Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De twee ontmoeten elkaar ook bij het prins Bernhard Cultuurfonds. En in het curatorium van de werkgeversstichting De Baak. En in het bestuur van de stichting De Gouden Ganzeveer.

Hij is optimistisch, altijd is hij optimistisch. Maar is optimisme dan altijd gewettigd? In NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag zei hij: 'Mijn optimisme... Ja, dat zie ik als een oer-opdracht van iedereen die iets van bestuurlijke verantwoordelijkheid voelt: optimisme als morele plicht.'

Hij belichaamt het Nederland van de consensus. 'Polderen' vindt hij een fout woord. 'Dat staat voor saaie, kleffe, slome discussies.' Toch is masseren zijn grootste kwaliteit. De tijd nemen, niet forceren, altijd de onpartijdigheid in het oog houden en waken voor een schijn van voorkeur. Hij heeft het van zijn moeder, heeft hij gezegd. 'Mijn moeder was harmonieus ingesteld; ze wist iedereen tot goedwillendheid te stimuleren.'

Hij is wat ze bij de Nederlandsche Bank een 'prudentieel toezichthouder' noemen. Het kan geen toeval zijn dat hij daar nu als voorzitter van de raad van commissarissen is benoemd. Een nieuwe ronde, nieuwe functies.

Nu de slagschaduw. Eigenlijk is de SER een Waterloo geworden. Hij had er een zware en ook wel teleurstellende tijd. Misschien wilde hij revanche nemen op zichzelf toen hij begin dit jaar solliciteerde naar de functie van vicepresident van de Raad van State. De hoge staatsrechtelijke positie leek vergeven aan Piet Hein Donner, minister van CDA-huize. Maar Donner had in de ogen van velen, onder wie koningin Beatrix, een niet zo fijne rol gespeeld in de kabinetsformatie van 2010. Hij was een van de houwdegens geweest die partijgenoten met afkeer van de PVV in het gareel hadden geschopt.

Daarbij kwam dat menig CDA'er Ernst Hirsch Ballin veel geschikter achtte op de troon van de vicepresident. Er ontstond ruis rond Donner, premier Rutte verkondigde dat sprake was van een open vacature, Rinnooy Kan sondeerde en stuurde een brief.

Het liep uit op een ontgoocheling. Hij is op gesprek geweest bij coördinerend minister Opstelten, hij had de overtuiging dat de aanstelling hem niet kon ontgaan. De uitkomst was dat Donner werd benoemd en de mislukte sollicitatie van Rinnooy Kan openlijk op straat lag. Het was een afgang.

Hij was in 2006 naar de SER, het centrale overlegorgaan gehaald op voorspraak van zijn voorganger Wijffels. Wat ging daar mis?

Rinnooy Kan had het tij niet mee. Hij heeft zelf bij verschillende gelegenheden gewezen op het maatschappelijk klimaat van wantrouwen en versplintering en op de bijna-onmogelijkheid dit te doorbreken. Rinnooy Kan moest toezien hoe voorname dossiers als de verhoging van de AOW-leeftijd en de versoepeling van het ontslagrecht door zijn vingers gleden.

Het is de tijdgeest, maar er is nog een ander, naar het lijkt persoonlijk aspect dat maakte dat Rinnooy Kan als SER-voorzitter is vastgelopen.

Wijffels was een stevige vent. Die kon, natuurlijk gedoseerd en buiten het zicht van de camera's, de onderhandelende partijen bij hun nekvel grijpen. Alexander Rinnooy Kan is niet uit dat hout gesneden; hij praat totdat alle ideeën op zijn en begint dan opnieuw. Het is zijn kracht, en zijn zwakte. Want een SER-voorzitter, en trouwens ook een premier, moet bij tijd en wijle een gesprekspartner liefderijk een arm omdraaien.

Johan Stekelenburg, oud-voorzitter van de FNV, in 2003 overleden, zei over Rinnooy Kan: 'In de eindfase moet je soms je nek durven uitsteken. Dat is bij hem weinig ontwikkeld.'

Conflicten blinken doorgaans uit door heftigheid en irrationaliteit. De knappe wiskundige Rinnooy Kan is geneigd te denken dat tegenstellingen zijn te neutraliseren tot een wiskundig vraagstuk. Objectief moet zoiets bestaan als de enig juiste uitkomst. Oud-collega Jacobs van de ING zei het al jaren geleden: 'Alexander ziet problemen niet als belangenconflicten waarin keuzes gemaakt moeten worden.'

Alexander Rinnooy Kan

CV

1949 geboren 5 oktober

1973 wetenschappelijk medewerker Wiskunde en Statistiek aan de TU Delft

1976 doctor in de wiskunde

1980 hoogleraar operationeel onderzoek Erasmus Universiteit Rotterdam

1983 directeur Econometrisch Instituut Erasmus Universiteit

1986 rector magnificus Erasmus Universiteit

1991 voorzitter VNO

1995 voorzitter VNO/NCW

1996 lid raad van bestuur ING Groep

2006 kroonlid en voorzitter SER

Rinnooy Kan is gehuwd en heeft drie kinderen

undefined

Meer over