'Bèta-faculteiten moeten veel samenwerken'

Om de toekomst van de bèta-studies veilig te stellen moeten universiteiten landelijke afspraken maken en moeten de bèta-faculteiten in de universiteiten verregaand samenwerken, bijvoorbeeld door een gemeenschappelijke propedeuse aan te bieden of één studierichting wis- en natuurkunde met afstudeervarianten....

Van onze verslaggeefster

DEN HAAG

Zulke intensieve samenwerking maakt universiteiten minder gevoelig voor schommelingen in het aantal studenten, meent de Commissie Toekomst Natuur- en Technische Wetenschappen, die deze aanbeveling doet. De commissie, onder leiding van A. Verruijt, hoogleraar grondmechanica aan de Technische Universiteit Delft, deed op verzoek van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen onderzoek naar de oorzaken van en mogelijke oplossingen voor de daling van het aantal bèta-studenten. De voorzitter van de academie, P. Zandbergen, overhandigde het rapport maandag aan minister Ritzen van Onderwijs.

De commissie denkt met gerichte maatregelen - voorlichting, financiële lokkertjes, verbetering van de arbeidsvoorwaarden voor afgestudeerden - het aantal bèta-studenten aan de universiteiten te kunnen opvijzelen met 10 procent in het begin van de volgende eeuw. Een geboortegolfje na 1978 zou nog eens 10 procent extra studenten opleveren. Tot die tijd moeten de bèta-faculteiten, waarvan sommige eigenlijk al onder het bestaansminimum zijn gezakt, zien te overleven. De meest bedreigde opleidingen zijn natuurkunde in Leiden, wiskunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en in Nijmegen, waar minder dan twintig eerstejaars zijn.

De commissie betreurt het dat er in het vwo nog maar zo weinig leraren in de exacte vakken lesgeven die zelf zijn opgeleid aan de universiteit. Zulke docenten zouden scholieren kunnen motiveren een bèta-studie te kiezen. Eenzelfde redenering volgt de commissie voor het aantrekken van meisjes: bèta-opleidingen zouden voor hen aantrekkelijker worden als ze meer vrouwelijke docenten in exacte vakken zouden zien. De commissie wil het voor bèta-studenten op de universiteiten makkelijker maken hun onderwijsbevoegdheid te halen .

Kritiek leverde de commissie op Ritzen, die op kamervragen in april antwoordde dat de terugloop van het aantal bèta-studenten geen verband houdt met de steeds krappere studiefinanciering. Verruijt zei gisteren dat studenten risico's mijden en liever een studie kiezen waarvoor ze minder hard hoeven te werken, omdat ze bang zijn te mislukken en weten dat het hun heel veel geld kost om daarna alsnog aan een andere studie te beginnen.

Meer over