Beste Maarten,

Dit is de tweede aflevering van een briefwisseling over religie, die elke 14 dagen verschijnt. De brieven zijn terug te vinden op: www.hartenziel.nl/eeuwigleven..

Denk jij in beelden en ik in woorden en komt dat doordat jij een rooms-katholieke opvoeding hebt genoten en ik een protestantse?

Vaak denk ik in taal, dat is waar: in zinnen, in redeneringen, in alinea’s, in, kortom, persklare kopij. Mijn spookachtigste dromen zijn die waarin er een telex in mijn hoofd staat te ratelen en ik de tekst die eruit rolt net niet kan ontcijferen.

Maar mijn herinneringen bestaan uit foto’s en films en uit prachtig gedrukte citaten en zonder mijn herinneringen kan ik niet denken. Dus eerlijk gezegd vrees ik dat de boel door elkaar loopt. Ik houd er bovendien rekening mee dat ook atheïsten en heidenen zich van alles herinneren en steeds nadenken. Ondanks hun gebrekkige opvoeding denken zij dus ook zowel in beelden als in taal.

Rooms-katholieken mogen graag opscheppen over de band die hun godsdienst traditioneel met de kunsten heeft onderhouden, of misschien moet je zeggen: het enthousiasme waarmee die zich in allerlei kunsten heeft uitgedrukt.

Dat is ontegenzeggelijk waar. De beeldenstorm was protestants van karakter. En de bijbelvertalingen in de volkstaal zijn zowel oorzaak als gevolg van de Reformatie: al die schitterende wendingen danken wij aan beeldenstormers.

Toch heb ik het altijd merkwaardig gevonden om die innige band met de kunsten als karakteristiek of zelfs uniek voor het katholicisme te beschouwen. Want dan zie ik mij genoodzaakt de taal van de Statenvertaling, de schilderijen van Rembrandt en de passie-muziek van Johann Sebastian Bach als genoegdoening op te voeren, uitingen van een typisch reformatorische artistieke sensibiliteit. Beide aanspraken zijn vervolgens afbakeningen, om een bepaalde ontvankelijkheid voor beelden, muziek of teksten rechtstreeks in verband te brengen met een welomschreven godsgeloof.

Het lijkt mij stug. Ik bedoel, het helpt natuurlijk wanneer je groot bent gebracht met bepaalde beelden, formuleringen of melodieën – ik weet waar die Jeremia van Rembrandt over zit te treuren en ik hoef het schilderij maar in de verte te zien of, hoplakee, daar begint het al te dreunen in mijn hoofd: ‘Hoe zit de stad zoo eenzaam, die vol volks was; zij is als eene weduwe geworden.’ Start de cd met de Matthäus Passion en die in mijn hoofd begint de uitvoering die door de kamer galmt meteen te corrigeren. Omgekeerd wil ik mij, bij een mis van Francesco Durante of een miserere van Nicolò Jommelli weleens in de logistiek van de verschillende delen vergissen omdat de mis mij minder vertrouwd is dan de protestantse kerkorde.

Maar denk jij heus dat jij en ik, lezend, luisterend, kijkend, totaal uiteenlopende belevenissen ondergaan?

Vertrouwdheid met die kunstwerken en de verbeeldingswereld waar zij naar verwijzen – het helpt in de omgang ermee. Kennis helpt altijd; in mijn ogen bestaat er geen enkele naïeve esthetische gewaarwording. Kunstliefde en kennis van de kunsten gaan gelijk op. Maar die kennis is voor een ongelovige niet per se minder toegankelijk dan voor een gelovige. Alleen orthodoxe atheïsten hebben de neiging die kennis voor zichzelf en hun kinderen te barricaderen. Als je niet weet wat je ziet, zie je niks.

Tegelijkertijd denk ik dat een gelovige een mis of een passie beluistert met een andere resonans dan een ongelovige. De vraag is nu of die resonans meer is dan zelfbevestiging: zou je, wanneer je in de Wederopstanding van Jezus Christus gelooft en in de verlossing, een andere of zelfs diepere emotie ondergaan bij het aanhoren van het ‘Erbarme dich’?

Ik ben geneigd het om te draaien. Het verhaal appelleert aan zulke diepe waarheden – denk aan hoe Andrei Tarkovski dat ‘Erbarme dich’ in een van zijn films inzette – dat de artistieke vormgeving uitdrukking verleent aan emoties die juist de godsdienst onder woorden heeft getracht te brengen. Als ik op een begrafenis het woord moet voeren, dan grijp ik altijd terug op de Prediker.

Dichterbij kan ik namelijk niet komen.

Meer over