‘Beslan-crisis was te vermijden geweest’

De gijzeling van schoolkinderen in Beslan had kunnen worden voorkomen. De lokale politie heeft instructies genegeerd om de veiligheid rond scholen te verscherpen....

‘De lijst van vergissingen en tekortkomingen is lang’, zei Aleksander Torsjin, hoofd van de commissie, gisteren tegen leden van de twee kamers van het Russische parlement. Hij bekritiseerde ook de reddingsoperatie. ‘Veel wetshandhavers hadden geen idee hoe ze moesten handelen in een crisis.’

Vooral de autoriteiten van de autonome republiek Noord-Ossetië krijgen ervan langs. Zij zijn ‘nalatig en zorgeloos’ geweest. De rol van de federale overheid wordt nog onderzocht en zal in een later stadium aan de orde komen, liet Torsjin weten.

Torsjins kritiek staat in schril contrast met het Beslan-rapport dat het Openbaar Ministerie deze week presenteerde. Daarin werd, tot grote woede van de nabestaanden van slachtoffers, vooral benadrukt dat de Russische autoriteiten en de speciale troepen geen fouten hebben gemaakt.

Maar de liberale parlementariër Vladimir Rizjkov zag in het rapport van Torsjin vooral een afleidingsmanoeuvre. ‘Het is een duidelijke poging de verantwoordelijkheid af te schuiven op de regionale autoriteiten. Terwijl volgens mij vooral de leiders van de federale ministeries verantwoordelijk zijn. Zij hebben geen preventieve maatregelen genomen, zij hebben niet gecontroleerd of hun opdrachten werden uitgevoerd.’

Volgens Torsjin had het ministerie van Binnenlandse Zaken twee keer een telegram gestuurd naar de politie van Noord-Ossetië, waarin werd opgedragen om op 1 september scholen extra te beveiligen, op 21 en 31 augustus. ‘Als deze opdracht was uitgevoerd, had de terroristische aanslag voorkomen kunnen worden.’

Bij school nr. 1 in Beslan was op 1 september 2004 slechts één politievrouw aanwezig. Zij kon niets uitrichten tegen de tientallen zwaarbewapende terroristen die de school bestormden en 1395 schoolkinderen, ouders en leraren in gijzeling namen. Bij de bloedige ontknoping drie dagen later kwamen 331 gijzelaars om het leven, onder wie 186 kinderen.

Torsjin benadrukte dat de autoriteiten al op de ochtend van de aanval wisten dat er meer dan duizend gijzelaars waren, terwijl het volgens officiële verklaringen slechts om 354 gijzelaars ging. Het besluit over de aantallen te liegen is volgens Torsjin genomen door het lokale hoofd van de Federale Veiligheidsdienst, Valeri Andrejev. Andrejev wordt ook verantwoordelijk gesteld voor de slechte coördinatie tussen de verschillende wethandhavende diensten.

Susanna Doedajeva, hoofd van het Comité Moeders van Beslan, is teleurgesteld over de rapportage van Torsjin. ‘Er worden nog steeds geen namen genoemd van de mensen die verantwoordelijk zijn. En de pijnlijkste vragen blijven onbeantwoord.’

Het blijft bijvoorbeeld onduidelijk hoe de zwaarbewapende terroristen vanuit het nabijgelegen Tsjetsjenië ongemoeid alle politieposten hebben kunnen passeren. Familieleden van slachtoffers zijn ervan overtuigd dat corrupte autoriteiten daarbij hebben geholpen. De commissie blijft ook vaag met kritiek op de reddingsoperatie. Volgens getuigen hebben de speciale troepen vlammenwerpers ingezet en granaten afgevuurd voordat alle gijzelaars uit de school waren gered. Torsjin verklaarde dat deze zware wapens pas op het laatst zijn ingezet, om de levens van de ingezette commando’s te redden. De gijzelaars waren volgens hem toen niet meer in het gebouw aanwezig.

Torsjin liet ook weten dat hij niet heeft kunnen vaststellen waardoor de eerste explosie in de school is veroorzaakt. Wel sloot hij uit dat een Russische scherpschutter daarvoor verantwoordelijk zou zijn.

Meer over