Beschouwing Marina Abramovic

Zwijgen en stilzitten als kunstvorm is zowel verwarrend, bevrijdend als confronterend. Hoe gaat performance- kunstenaar Marina Abramovic daarmee om?

Wieteke van Zeil schreef in augustus in de Volkskrant dat rapper Jay Z 'als een hedendaagse Odysseus een avontuur in een New Yorkse galerie' aanging. Dat maakte nieuwsgierig, vooral ook omdat Jay Z voor dit project - de opname van de clip voor zijn hit Picasso Baby - de grande dame van de performance kunst Marina Abramovic als beschermvrouwe had weten te strikken. Picasso Baby is op het moment dat ik dit schrijf meer dan tweeënhalf miljoen keer bekeken op YouTube.

Jay Z's clip geeft een aardige indruk van het 'avontuur' dat hij ondernam: zes uur lang en ononderbroken voerde hij in de Pace Gallery in Chelsea Picasso Baby uit, telkens achtereen, te midden van een gezelschap toehoorders, variërend van onbekende passanten, collega-rappers, schrijvers, kunstenaars, kinderen, studenten. Telkens zat één van die mensen uit het gezelschap tegenover Jay Z en kon en mocht diegene doen wat hij of zij wilde. Sommigen dansten, anderen lachten, weer anderen hielden het bij een aandachtig kijken en luisteren.

Het gezelschap in de clip, onder wie veel beroemdheden, vormde een mix van zwart en wit, New Yorkse elite en Afro-Amerikaanse helden uit de hip-hopcultuur, dit alles om Jay Z's streven te bekrachtigen dat de 'witte' elitekunst en 'zwarte' rap- en hiphop uiteindelijk uit dezelfde bron putten.

Een fijn en onalledaags streven. Nog fijner voor Jay Z was de rol van Abramovic, wier aanwezigheid tijdens het experiment én in de clip functioneert als het best denkbare keurmerk: goedgekeurd door de internationale vereniging van performance kunst.

De clip Picasso Baby oogt eerst en vooral beregezellig en onbezorgd. Een multi-cultureel museumfeestje, zoiets. Een beproeving voor Jay Z zal het experiment niet echt zijn geweest, die zes uur rappen voor het selecte gezelschap. Abramovic' performance The Artist is Present, waarop Jay Z's experiment was gebaseerd en dat werd uitgevoerd tijdens het retrospectief van haar werk in 2010 in het MoMA in New York, was daarentegen een bijna bovenmenselijke beproeving, getuige de bij vlagen aangrijpende documentaire die de AVRO vorig jaar uitzond.

Wat hield die performance The Artist is Present destijds in? Abramovic zat drie maanden lang en zes dagen per week, om precies te zijn 736 uur, onbeweeglijk en zonder één woord te zeggen, op een stoel in een zaal van het MoMA. Om beurten konden bezoekers tegenover haar plaatsnemen, zo kort of lang als zij wilden. In de praktijk kwam het erop neer hoe lang zo'n bezoeker dit volhield.

Abramovic zat dus op een stoel en keek haar counterpart slechts aan. Meer niet. Minimal art, direct gepraktiseerd. Maar: die blik, die gaze! Kéék Abramovic wel echt naar wie tegenover haar had plaatsgenomen? Had zij zich vooraf niet bekwaamd in een 'afwezige aanwezigheid'?

Want: kun je dat menselijkerwijs wel volhouden? In stilte en onbeweeglijkheid zeven maanden lang de blikken van zo veel mensen verdragen? Wees eerlijk: wie van ons kan het langer dan een paar uur volhouden om stil te zitten tegenover een onbekende en diens blik te trotseren?

The Artist is Present werd een onverwacht publieksucces. Honderdduizenden wilden getuige zijn van de schier onmogelijke opgave die Abramovic zich had gesteld. De beelden van die sessies in de AVRO-documentaire zijn adembenemend. Er gebeurt vaak niets. En tegelijkertijd overrompelend veel. Té veel soms, voor sommigen die tegenover Abramovic hadden plaatsgenomen.

Er vloeiden tranen. Een enkeling bezweek - letterlijk. Bij anderen kwam een pijn aan de oppervlakte die vervolgens weer te pijnlijk was om te aanschouwen. Weer anderen raakten op de kunstenares verliefd - je zag de coup de foudre als het ware uitbotten. Of verward. Of in extase. Of gewoon woordenloos verbluft.

Hoe dan ook oogden de stilzwijgende en roerloze confrontaties als proeven van magie. Geen zwarte magie of anderszins duisters. Verlichtende magie, met een onmiskenbaar religieuse zweem en met de 'versteende' en onthechte Abramovic als messiaanse performer.

Abramovic leek je als een reinste bodhisattva recht je ziel in te kijken; ze leek met haar languissante blik andermans ziel letterlijk te ráken - en wie weet, te helen.

Duizenden bezoekers per dag waren getuige van die zwijg-en-zit-stilsessies en terecht merkt in de documentaire kunstcriticus Arthur Danto op dat die urenlange aandacht voor de performance een glorieus contrast vormt met de tijd die een gemiddelde bezoeker van het museum naar een kunstwerk kijkt: drie seconden.

In het MoMA kwamen velen herhaaldelijk terug, om uren en uren getuige te zijn van de met mysterie en mystiek omgeven titatenkunst van Abramovic. Tegelijk vormde The Artist is Present, als onderdeel van het retrospectief, de kroon op het complete performance-oeuvre van Abramovic. In 1974 zat zij ooit, ook roerloos en zwijgend, in een galerie in Italië, omringd door allerlei voorwerpen, variërend van tekenspullen en handdoeken tot messen en een geladen pistool. Bezoekers konden en mochten met haar doen wat men beliefde. De spullen lagen er zogezegd klaar voor.

Met de kunstenaar Ulay, gedurende jaren haar geliefde én partner in crime, voerde ze performances uit die lichaam en ziel van beiden tartten. In één performance sloeg het tweetal elkaar net zo lang in het gezicht tot één van beiden moest opgeven. Een andere keer ademden zij mond-op-mond elkaars adem in en weer uit, net zolang tot het tekort aan zuurstof de wederzijdse beademing onmogelijk maakte.

Tijdens weer een andere performance liepen de twee naakt en op een drafje op elkaar af, botsten onbarmhartig tegen elkaar op, en raakten gebutst en gewond - Abramovic meer dan haar man Ulay. Telkens weer zocht -en overschreed - Marina Abramovic de grenzen van een strak geënsceneerde weerloosheid en vergrootte zo ons aller weerloosheid genadeloos uit. In zekere zin bracht Abramovic' ieders nachtmerrie tot leven: je bent naakt en al het omringende zal je onherroepelijk pijnigen.

Aanstellerij en wichtigmacherei? Allesbehalve. Veel performance-kunst is -en niet alleen vanwege de eenmaligheid en vluchtigheid - in de marge van de kunst beland, maar de vaak onthutsend destructieve 'acties' van Abramovic verkenden de grenzen van het incasseringsvermogen, maar vooral van het Zelf. Want: wat is het nou helemaal, dat Zelf; en, wat vermag het lichaam precies als je het schijnbaar reduceert tot instrument, tot 'materiaal' voor experimenten die de broosheid en, wie weet, futiliteit van dat Zelf ontvouwen en ontsluieren?

Sinds begin jaren tachtig verblijft Abramovic jaarlijks geruime tijd in een klooster van Tibetaanse monniken. Daar zal zij vaak zonder te spreken hebben stilgezeten - met grote gevolgen voor haar geestelijke en lichamelijke weerbaarheid. Met deze best denkbare jarenlange 'training' ging zij vervolgens het titanische project The Artist is Present aan.

Stilzitten en niets zeggen - over de ondraaglijkheid en aanvankelijke onmogelijkheid van die inspanning schreef Tim Parks het boek Teach Us How To Sit Still (2010). Die inspanning legt hij zich op na jarenlange pijnklachten aan zijn prostaat.

Parks bezoekt op zeker moment een retraite-oord waar men Vipassanameditatie praktiseert - een hele stap voor de sceptische auteur die tot dan toe weinig moest hebben van Oosterse proeven van 'heling' en welzijnsverbetering.

In Teach Us How to Sit Still zít Parks in dat oord ook stil, zonder dat hij mag spreken of anderszins communiceren met de anderen in het oord. Tamelijk plompverloren schrijft Parks: 'Op de vierde dag huilde ik.' Die huilbui vond hij genanter dan het schrijven over de vlammende pijnen in blaas en prostaat.

Even voordien had het stilzitten hem na jaren enkele pijnloze momenten opgeleverd en voelde de schrijver zich 'gezegend'. Maar: 'Vijf minuten later was alles weer terug, de pijn, de frustratie, het wachten op de gong die verlichting zou brengen'.

Zwijgen en stilzitten, zo leert het boek van Parks, levert behalve incidenteel verlossing, bevrijding en zelfs het gevoel 'gezegend' te zijn, ook onzekerheid en verwarring op, maar vooral een gevecht met de schier onmogelijk te beteugelen gedachtenstroom. Je zit wel stil, maar het denken blijft een bijna spastische sint-vitusdans uitvoeren. Bernlef schreef in De pianoman (2008): 'Een mens kan zonder woorden, maar niet zonder gedachten. Het zwijgen kostte geen moeite, maar niet meer denken, hoe deed je dat?'

Aan het eind van zijn boek schrijft Parks dat juist de uitschakeling van het dénken het achterliggende doel vormt van de pogingen stil te zitten en niks te zeggen. Stop met denken 'om de tijd te nemen om te ademen. Je te herinneren dat we allebei hier in levende lijve zijn. Nu. In elk geval om (...) de zieltogende overpeinzingen, de snoeverige hoogmoed te vergeten. (...) Zij is niet afgunstig. Zij handelt niet lichtvaardig. Zij verdraagt alle dingen.'

Vooral die laatste drie zinnetjes lezen alsof Parks één van die velen was die in 2010 tegenover Abramovic een zwijg-en-zit-stilsessie had ondergaan.

Minstens zo ingrijpend is het als een ander 'eeuwig' zwijgt terwijl jijzelf gewoon blijft spreken en bewegen. In Thomas Rosenbooms De nieuwe man (2003) ondergaat scheepsbouwer Bepol de marteling van zijn eeuwig zwijgende meesterknecht genaamd Niesten, aan wie hij de overname van zijn bedrijf én de hand van zijn dochter gunt. Bepol is aanvankelijk gefascineerd door Niestens hardnekkig zwijgen, maar gaandeweg de roman verspreidt Niesten stilte die duchtig intimideert en die 'zo dik [werd] dat Bepol zich er niet meer in kon bewegen'.

Misschien dat Marina Abramovic in The Artist is Present daar onder meer op uit was: geoefender dan Tim Parks was zij in staat al die weken urenlang stil te zitten om vervolgens tegenover onbekenden een totale zwijgzaamheid als van Rosenbooms personage Niestens in acht te nemen, teneinde die 'met schaamte gewapende angst voor het onbestaanbare' te overwinnen.

Wie te midden van duizenden bezoekers die angst overwint, bevrijdt mogelijkerwijs ook al die anderen die tegenover haar plaatsnamen in het MoMA van die angst - voor zowel al het bestaanbare als het onbestaanbare. Het atrium van het MoMA waarin Abramovic die maanden had plaatsgenomen, werd voor bijna een miljoen bezoekers een bedevaartsoord, a safe haven, met voor de kunstenares de rol van verlossende en verlichtende sfinx in wier gemarmerde en ongenaakbare zwijgzaamheid en onbeweeglijkheid je kortstondig kon 'wonen'.

Haar onthechte performance doet denken aan slotregels uit een gedicht van Rutger Kopland:

'Wij waren gaan zitten in de nacht / en zij was een huis zonder huis.'

Joost Zwagerman

undefined

Meer over