Beschouwing: De tentoonstelling Dichtbij in de verte van Marijke van Warmerdam

In Marijke van Warmerdams kaalgeschraapte beelden doet Piet Mondriaan overal mee.

JOOST ZWAGERMAN

Suppoost zijn in een museum voor moderne en hedendaagse kunst, dat is niet altijd een lolletje. Een suppoost zit of staat - en kijkt rond. Dat is het wel. Met enig geluk meldt zich een bezoeker bij je, met een vraag. Dan geeft de suppoost antwoord. Meestal is dat antwoord: 'Dat weet ik niet, daarvoor moet u bij de informatiedesk zijn.'

De werkomstandigheden voor een suppoost kunnen uitpakken als je reinste beproeving. Een tijdje geleden was ik in het SMAK in Gent. In een van de zalen was een installatie te zien, met bijbehorend geluidssculptuur. Die geluidssculptuur maakte geen geluid maar lawaai. In tegenstelling tot de dienstdoende suppoost was het mij toegestaan te vluchten. Zij was een vrouw van midden dertig met een bril met zwaar en zwart montuur en veel gel in het kortgeknipte en zwartgeverfde neo-punkhaar en hield zich kranig. Ze was vermoedelijk een kunststudente die hier wat bijverdiende en die had besloten bereidwillig het industrieel gedaver te ondergaan, maar toch kon je zien dat ze, achter de façade van de dappere bereidwilligheid, een beproeving het hoofd stond te bieden. Met enig schuldgevoel liet ik haar achter in de zaal-waar-het-daverde.

Onlangs verbleef ik veel langer dan ik me had voorgenomen in de grote, door Alexander Bodon ontworpen zalen van het Boijmans Van Beuningen - waar het ondanks de aanwezigheid van een groot aantal video-installaties hartversterkend stil was. Dat is zeldzaam, want doorgaans gaat videokunst gepaard met stevige geluiden, liefst zo indringend mogelijk en het allerliefst excentriek.

De video-installaties die ik in het Boijmans zag, zijn van Marijke van Warmerdam. Zij meent dat haar videokunst het kan stellen zonder geluid - en dat is ook zo. Van Warmerdams videokunst maakt deel uit van de oeuvretentoonstelling Dichtbij in de verte. Alle video-beelden wekken de schijn van een verhaal, een vertelling. Maar haar videokunst onttrekt zij zich aan de wetten van het verhaal; de werken laten zich beter vergelijken met Hollandse stillevenkunst uit voorbije eeuwen. Ook als in haar videowerken mensen of dieren figureren, blijft de indruk dat je naar een stilleven kijkt. Zoals een rups zich tot vlinder verpopt, zo verpopt het stilleven bij Van Warmerdam zich tot film. En het is beeld zonder geluid. Dat is geen gemis, maar juist een versterking. De stilte dient bij Van Warmerdam als toegevoegde waarde, een extra feature, een cadeau aan de beschouwer. Stilte als gift bij het beeld.

Wat zag ik in het Boijmans? Een magere jongen van een jaar of 8, van de rug af gezien, aan de rand van een groot zwemmeer. De achterkant van de oren van de jongen zijn bijna doorschijnend, net zijn oranje zwembroek met witte broeksbakken die binnenstebuiten zitten. Er gebeurt niets. De jongen springt niet het water in maar blijft staan, waarbij het niet duidelijk wordt of hij in de verte of naar het nabije water kijkt. Lichte Stelle heet dit werk en is uit 2000. Doordat wij hem van de rug af zien, bevindt die jongen zich voor óns ook 'dichtbij in de verte'. Het jochie heeft kort tevoren een duik genomen want de zwembroek en het haar zijn nat. Straks kan en mag hij weer lekker in het water springen. We zien druppels op zijn rug en bovenarmen. Die druppels leggen op zijn huid een piepklein traject af - en daarna nog eens - en nog een keer, ad infinitum, want de film is een zogheten loop, zonder begin en zonder einde. De loop zet het jongetje klem in een eeuwig moment - hoewel dit te streng klinkt. Beter is te zeggen dat de jongen wordt geschraagd en gedragen door die loop.

In vrijwel alle videowerken van Van Warmerdam gebeurt weinig tot niets, terwijl er intussen erg veel is te zien. Tegen een achtergrond van felkleurige Hollandse bollenvelden maakt een papegaai op een stokje een lenige koprol. Ook die koprol kent geen einde en is omkranst door de loop. Elders waait in een exotische vallei een strooien hoedje in de wind. Een scheutje melk waaiert in vertraging kringelend uit in een kraakhelder glas met water. Tegen de achtergrond van een gesloten raam staat op het uiteinde van een ronde tafel staat een kop-en-schotel. Een hand verschijnt. De hand tast naar de lepel en roert. Roeren in de verte heet dit werk, waarin de nooit eindigende dwarreling van sneeuwvlokken achter het raam een rust en stilte benadrukt die zich niet laat categoriseren: is er onheil in de lucht of is de sneeuwdwarreling bevrijdend? Van Warmerdam laat het ons niet weten. Als in een sneeuwdoosje dat je maar een keer hoeft schudden om een levenslange dwarreling tot stand te brengen, is de sneeuw tastbaar - maar tegelijk ongrijpbaar, niet eens benaderbaar.

In weer een andere film-loop doet een meisje een handstand tegen een blinde muur. In eeuwige herhaling valt bij het slagen van de handstand haar zomerjurkje langs haar bovenlichaam naar beneden, tot net voorbij de kindernavel.

Nooit meer school en nooit meer plicht, maar eeuwig handstand doen: dat is een meisjeshemel. Zoals het ogenblik waarop je op het punt staat in lekker koud water te springen zodat je geweldige spetters veroorzaakt het hemelse moment is voor een jongen van een jaar of 8.

Niet voor niets noemt Van Warmerdam haar verhaalloze beeldvertellingen 'kaalgeschraapt'. Overal doet Piet Mondriaan mee, Hollandse meester van het kaalgeschraapte, bijna-lege beeld. Midden tussen de verticale zwarte raamlijsten in Roeren in de verte bevindt zich een zwarte streep van een verre horizon: je ziet Compositie van twee lijnen van Mondriaan terwijl er intussen sneeuw valt. In Rrrolle (2011), de loop-met-de-papegaai, breidt de Mondrianeske rechte rode lijn zich uit tot bloem (de Hollandse bollenvelden) en dier (het messcherpe rood van de papegaai). In Skytypers (1997) trekken vijf straaljagers witwolkende Mondriaanstrepen in een zachtblauwe lucht. Op veel plaatsen in haar werk tref je die rechte lijnen aan, de strenge rechthoeken en de ermee verbonden verstilling - maar de rechte lijn wordt omzwachteld door de zachtheid van de loop: de cirkel. Alsof je in het bolletje van je twee handen een kleine, frêle geometrie omvat.

Waarom beijvert Marijke van Warmerdam zich nu al jaren voor die loop in haar werk? Ik weet het, je moet een kunstenaar niet willen psychologiseren op grond van een persoonlijke ontboezeming. Van Warmerdam laat in interviews vermoedelijk niet zonder reden zelden iets los over haar leven. De autobiografie ondermijnt volgens haarzelf waarschijnlijk de kaalgeschraaptheid in haar oeuvre.

Toch trof me één anekdote die Van Warmerdam bijna haars ondanks losliet in een recent interview. Dit vertelde ze: 'Als ik aan mijn jeugd denk, is er één ding dat ik me van mezelf herinner. Ik was een nakomertje. Ik had drie broers, van wie er één overleed toen hij 16 was. Ik was 8, ik begreep niet precies wat de dood van mijn broer inhield. Maar ik besefte dat er iets verschrikkelijks was gebeurd. Ik wilde die ramp, dat verdriet, verzachten voor mijn ouders. Het beeld dat ik heb is dat ik als kind aan tafel op twee stoelen tegelijk zat: op die van mij én op die van mijn broer. Ik wilde een plaatsvervangende pijnstiller voor mijn ouders zijn (...).'

Een meisje van 8 fantaseert hoe ze haar ouders kan helpen door op twee stoelen tegelijk te zitten. Maar dat kan niet. Het meisje zou bij wijze van surrogaat van stoel naar stoel moeten gaan, eerst op de ene (de hare), dan op de andere (die van haar broer), het liefst in eeuwige herhaling, want die actie vermindert misschien voor de ouders het gemis van de overleden broer. Fantaseert het kind. Maar ook die eeuwig te herhalen beweging is onmogelijk. Weet het kind. Die loop kan nooit lukken. Dat is een verdriet.

Maar in het Boijmans Van Beuningen lukken alle later bedachte en gemaakte loopings wél. Dat is een triomf.

undefined

Meer over