Bescheiden maar door velen bewonderd

Quincy Jones noemde hem 'the quintessential saxophone player', en er zijn er inderdaad weinigen die met zo veel passie en warmte zo'n virtuoze techniek hebben ingezet. James Moody overleed donderdag op 85-jarige leeftijd, nadat hij in november al zijn fans had meegedeeld dat hij aan alvleesklierkanker leed.


Moody, geboren op 26 maart 1925 in Savannah, Georgia, was een bebop-discipel, en maakte zijn debuut in 1946 in de big band van zijn mentor, trompettist Dizzy Gillespie; maar in tegenstelling tot de vele notensproeiers die altist Charlie Parker probeerden te evenaren vertelde hij in zijn solo's altijd een gestructureerd, afgerond verhaal, vol melodische inventiviteit, en met wortels in de swing en rhythm-and-blues.


Dat leidde in 1949, in Stockholm waar hij het Amerikaanse racisme wou ontvluchten, tot de creatie van zijn bekendste werk, Moody's Mood for Love. Hoewel hij van huis uit tenorsaxofonist was, bekwaamde hij zich ook op de alt, een combinatie die niet veel voorkomt. Op basis van Jimmy McHugh's standard I'm in the Mood for Love improviseerde hij een compleet nieuwe melodie, het hoogst bereikbare voor een jazzmusicus. Toen zanger Eddie Jefferson de solo van woorden had voorzien (een schoolvoorbeeld van 'vocalese') en King Pleasure het nummer opnam, werd het een grote hit, en het is nog altijd populair: Van Morrison, Aretha Franklin, Amy Winehouse en vele anderen hebben het gecoverd.


Midden jaren vijftig voegde hij de dwarsfluit toe aan zijn arsenaal, hoewel hij daarover met zelfspot sprak. 'Ik speel geen fluit, ik hou hem alleen maar vast'. Want Moody was een geestige man en een entertainer, die tijdens optredens malle liedjes zong (zoals Bennie's From Heaven, een parodie op Pennies From Heaven met een verwijzing naar benzedrine), of vertelde hoe hij Roland Kirks aanbod om diens neusfluit te lenen toch maar afsloeg.


Van 1963 tot 1969 werkte hij weer voor Gillespie, dit keer in diens kwintet. Zijn poging om door te breken als bandleider mislukte, en vier jaar later stopte hij met jazz, om in Las Vegas in showbands te spelen. Hij had de kinderen uit zijn eerste huwelijk nauwelijks gekend, en wilde het met zijn tweede gezin beter doen. Zeven jaar lang begeleidde hij anderen, van Liberace tot Elvis. Maar vanaf 1980 wijdde hij zich weer volledig aan zijn eigen carrière.


James Moody heeft ruim vijftig albums opgenomen als leider, en meegewerkt aan talloze platen van anderen. Zijn laatste plaat, 4B, kwam afgelopen augustus uit. Hij genoot de bewondering en genegenheid van velen, maar bleef zelf bescheiden. Zijn hele leven zocht hij de samenwerking met anderen die meer wisten, want daar leerde je van. 'You'll never get it all, but you keep trying.'


Meer over