Beschaamd vertrouwen

Eveline Herfkens krijgt van alle kanten de volle laag. Is dat omdat ze de regels heeft overtreden, of komt het ook doordat ‘de groep’ zich in de steek gelaten voelt?...

Mirjam Schöttelndreier

Is de Franse optiehandelaar Jérôme Kerviel een brutale fraudeur, een ondermaatse handelaar met een Napoleoncomplex, of een aardige vent, die wilde aantonen dat hij zowel de bank, als zichzelf, een betere toekomst kon geven? Heeft Kerviel, met het verspelen van 5 miljard euro, slechts als persoon het vertrouwen van de bank Société Générale geschonden, of heeft hij bevestigd dat de beurshandel niet meer te vertrouwen is, en zo onthuld dat de huidige economische crisis eigenlijk nog ernstiger van aard is, want een mondiale vertrouwenscrisis? En dan is er ook die ruim 2,5 ton die VN-medewerkster Eveline Herfkens als ‘huurtoeslag’ van Buitenlandse Zaken heeft opgestreken. Een schijntje, naast die miljarden. Maar toch: welk vertrouwen heeft zij beschaamd? En hoe hard moet het oordeel zijn?

Was Herfkens onze buurvrouw, tante of zus geweest, dan hadden we het best begrepen: dat ze na een dag hard werken geen zin heeft opgesloten te zitten in een enkele kamer met baksteen-uitzicht. Ze hoeft echt geen enorme bungalow in Manhattan, maar gewoon, een beetje aardig appartement. Inderdaad, dat kost wat in New York. Dus als ze in Nederland daaraan willen meebetalen: zeg jij dan nee?

Helaas is Herfkens voor de meesten van ons geen buurvrouw, tante of zus, maar een vrij deftige dame, die ooit voor de PvdA minister voor Ontwikkelingssamenwerking was en haar hele leven opkomt voor de armsten der aarde. Daar past dus geen ‘divagedrag’ bij, zoals de Nederlandse PvdA-leden haar geschamper over haar ‘normale’ kansen op de huizenmarkt kwalificeerden. Dat ze daarbij geen tijd had de VN-regels na te lopen, en zeker niet als een ‘óngelooflijk braaf land’ als Nederland erbij betrokken was, heeft de sympathie voor haar bepaald niet vergroot.

En nu hoeven PvdA-leden haar niet meer.

Herfkens is psychologisch in elk geval het slachtoffer van wat onder onderzoekers het Mohammed Ali-effect heet: ‘Ik ben moreel gelukkig een stuk beter dan jij.’ Volgens Paul van Lange, hoogleraar sociale psychologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, wordt dit Ali-effect keer op keer in onderzoeken aangetoond. ‘Als mensen zichzelf met anderen moeten vergelijken, dan willen ze best erkennen dat die ander wat handiger is of avontuurlijker dan zijzelf, maar zodra het gaat over de eigen eerlijkheid en betrouwbaarheid, dan is hijzelf altijd beter dan die ander’, aldus Van Lange. ‘Ook is onze opvoeding net iets beter dan die van de buren, en zijn we ook net iets vrijgeviger dan de buurman.’

Dat PvdA-leider Wouter Bos snel en hard reageerde door het gedrag van Herfkens als schadelijk voor ‘haar eigen naam, het ministerie van Buitenlandse Zaken, de VN en de PvdA’ te diskwalificeren, past vervolgens helemaal in de psychologie van het groepsgedrag. Van Lange: ‘Groepen zijn sterk gericht op een positief zelfbeeld. Ze zijn daarom meestal vrij actiegericht om maatregelen te treffen tegen degene die het imago van groep ondermijnt.’

Een PvdA die nog iets strijdbaars wil uitstralen jegens de topinkomens en dag in dag uit tegen het volksmotto aanloopt dat politici zakkenvullers zijn, staat niets anders te doen dan wat ze heeft gedaan. Want ook de mensen die afgelopen dinsdag op een peiling op Volkskrant.nl reageerden, wilden grote opruiming: ruim 80 procent meende dat de PvdA-coryfee het beste kon worden geroyeerd. Een sociaal-democraat die zich niet als zodanig gedraagt, moet als het ‘zwarte schaap’ buiten de kudde geplaatst worden. Door Herfkens lijdt de hele PvdA aan guilt by association: het wangedrag van de een straalt af op de ander. Door haar is de hele PvdA niet meer te vertrouwen. Weg ermee, dus.

Vertrouwen is cruciaal voor een samenleving, en basaal in een mensenleven. Emotiedeskundige en emeritus-hoogleraar Nico Frijda stelt dat vertrouwen begint in de relatie tussen moeder en kind, maar net zo nodig is in zakelijke verhoudingen of in een complexe maatschappij als de onze. ‘Zakelijke beslissingen moeten het grotendeels hebben van vertrouwen, omdat je vaak domweg niet over alle informatie en kennis beschikt of kan beschikken. Je moet erop kunnen vertrouwen dat wat de ander zegt waar is.’ De huidige economische onrust ziet Frijda als een vertrouwenscrisis op hoog niveau. ‘Al die ondoorzichtige, dubieuze financiële relaties en transacties ondermijnen het vertrouwen. Het gedrag van Kerviel, die de regels schond, schaadt weer het vertrouwen van het publiek in de banken.’

De Tilburgse hoogleraar economische psychologie Fred van Raaij is het daarmee hartgrondig eens. ‘Het is goed mogelijk dat de kredietcrisis het aanzien van banken heeft geschaad, en dat wat Kerviel heeft gedaan, weer het vertrouwen van de consument in zijn eigen bank schaadt.’ En berg je maar, als mensen het instituut waar ze hun salaris in beheer laten, niet meer vertrouwen. Van Raaij: ‘Als mensen hun geld van de bank gaan afhalen, ben je nog verder van huis.’ Sommigen hebben de rijen boze burgers in Argentinië nog op het netvlies, die machteloos op de deuren van hun bank bonkten.

Voor onderling vertrouwen is een biologische basis aanwezig. In de hersenen worden stoffen aangemaakt die ertoe leiden dat mensen bepaalde emoties voelen, zoals vertrouwen, en er ook naar gaan handelen. Frijda: ‘Oxytocine is de naam van een stof die vrijkomt bij de bevalling en die ervoor zorgt dat de moeder belangstelling heeft voor haar kind. Bij het zogen van haar kind komt nog meer oxytocine vrij.’ Inmiddels is onderzoek gedaan waarbij zakenlui een neusspray met oxytocine moesten gebruiken voordat ze gingen onderhandelen. Het bleek dat het vertrouwen in elkaar groter was na, dan voor het gebruik van de spray.

Boele de Raad, bijzonder hoogleraar persoonlijkheidspsychologie in Groningen, vertelt dat uit diverse persoonlijkheidsonderzoeken blijkt dat mensen het van elkaar het allerbelangrijkste vinden of ‘de ander deugt, te vertrouwen is, wel oké is’. Je zult een werkgever bij een sollicitatiegesprek nooit horen vragen of de kandidaat te vertrouwen is. ‘Als je het daarover hardop moet hebben, is er al iets mis.’ Ook politici mogen elkaar bekritiseren, maar o wee als de persoonlijke integriteit in twijfel wordt getrokken, ‘dan zijn de rapen gaar’.

Dat het vertrouwen in de ene omgeving gemakkelijker te beschamen is dan in de andere, is volgens hem evident. Op je eigen kantoor zien mensen je dag in dag uit. Herfkens zit ver weg. De Raad: ‘In je eigen omgeving mag je wel eens een foutje maken, maar in een vreemde context vol verleidingen of in kritische omstandigheden wordt impliciet getoetst of je de ongeschreven opdracht wel goed uitvoert.’

Herfkens moest in den vreemde omgaan met een vertrouwenskredietbrief, waarvan ze het bestaan waarschijnlijk nauwelijks (meer) vermoedde. Dat ze niet wist dat de Nederlandse subsidie tegen de VN-regels was, zoals ook haar aanvraag voor een permanente verblijfsvergunning niet paste, kan ze zich als ex-minister niet permitteren. En daarbij komt, zegt Van Lange: ‘Als we vijf gedragingen van een persoon moet beoordelen en vier daarvan zijn positief, dan telt die ene negatieve gedraging misschien nog wel zwaarder.’ Herfkens kan goed werk doen, en nog gezellig zijn ook, maar ongecontroleerd subsidie aanvaarden? Nee, dan is het klaar. Van Lange: ‘Negatieve informatie over iemand werkt ook altijd veel sterker dan positieve informatie.’

Vol vertrouwen in de wieg, maar één misstap van de ander en we veranderen in morele betweters, kuddebewakers en strenge examinatoren. Ieder mens de agent van een ander. Want al heeft Herfkens dom gehandeld, we moeten onszelf nog eens zien, in vergelijkbare omstandigheden. Gelukkig heeft Van Lange nog een verzoenend onderzoeksgegeven. ‘Dat we slechte dingen van een ander opslaan, waardoor we op onze hoede zijn en achterdochtig ook, heeft natuurlijk alles te maken met de menselijke neiging eerst het eigen bestaan veilig te stellen.’ Dat mag. Maar het beeld wordt nog rooskleuriger. Van Lange: ‘Mensen hebben gemiddeld een vrij vriendelijke kijk op de wereld, een positieve grondhouding dus. Juist daardoor valt het meer op als er iets negatiefs gebeurt.’

Meer over