Beschaafd talent met moralistische trekjes

Jong, veelbelovend, getalenteerd en het nette neefje van Cohen. Wat voor iemand is Lodewijk Asscher (33), de coming man van de PvdA?

Door Map Oberndorff

7 mei 2005, zaterdagavond. Met een fles whisky in zijn tas belt Lodewijk Asscher aan bij het huis van de Amsterdamse wethouder Frits Huffnagel. De twee vrienden drinken de fles tot op de bodem leeg. Een gemoedelijke avond, zo lijkt het. Tot Asscher in zijn rol van PvdA-fractievoorzitter kruipt. Hij heeft een boodschap voor Huffnagel: bij het komende raadsdebat laat zijn partij hem vallen.

De VVD-wethouder ligt op dat moment als een van de hoofdpersonen van de Amsterdamse bonnetjesaffaire onder vuur. Twee jaar lang had hij als fractievoorzitter onkostenvergoedingen voor de fiscus verzwegen. Coalitiepartijen CDA en VVD staan nog vierkant achter hem.

Maar het standpunt van Asscher, fractievoorzitter van de grootste coalitiepartner, doet Huffnagel de das om. Een dag na het drinkgelag kondigt hij op het stadhuis geëmotioneerd zijn aftreden aan.

Coming man
Bij de vraag wat voor iemand Lodewijk Asscher (33) is, duikt dit verhaal vanuit verschillende hoeken op. Maar wat zegt het over de huidige Amsterdamse wethouder met de zwaarste portefeuille (financiën, economische zaken, onderwijs en jeugd), locoburgemeester en politiek leider van de hoofdstedelijke PvdA, die alom wordt gezien als de coming man van zijn partij? Was het een berekende en keiharde actie? Of juist een poging een onvermijdelijk besluit zo persoonlijk mogelijk over te brengen? Huffnagel, nu wethouder in Den Haag, heeft geen behoefte over de gebeurtenis te praten. Bekend is dat ze nog steeds vrienden zijn.

Een andere gevallen wethouder wil wel zijn mening geven. ‘Lodewijk verdedigt zijn standpunten met verve, maar hij weet het persoonlijke van het zakelijke te scheiden’, aldus Rob Oudkerk, die in 2004 door zijn eigen PvdA-fractie werd gedwongen af te treden vanwege zijn prostitueebezoek aan de tippelzone op de Theemsweg.

Emoties
‘Hij heeft me toen laten vallen. Maar kort daarna kreeg ik een lange mooie brief van hem met al zijn herinneringen aan onze samenwerking. Het is bijzonder dat iemand na zo’n beslissing zijn emoties durft te laten zien.’

Ook toen Oudkerk een jaar later wilde terugkeren als wethouder, stak Asscher daar een stokje voor. ‘Hij zei dat ik mij kandidaat kon stellen voor het partijleiderschap. Een beetje machtspolitiek van hem, maar hij is te leuk om hem dat kwalijk te nemen.’

Asscher is hard naar buiten, maar tegelijkertijd een warm persoon, zeggen ook anderen. ‘Soms is hij scherp in zijn stellingen, maar hij bindt mensen’, vindt Manon van der Garde, zijn opvolger als fractievoorzitter. Toen ze eerder dit jaar een kritische partijcolumnist had ontslagen, greep Asscher publiekelijk in.

Grootschalig
Het zijn niet alleen stellingnamen bij Amsterdamse politieke rellen waarmee Asscher geregeld in het nieuws komt. Sinds hij met zijn partij, mede dankzij de populaire Ahmed Aboutaleb, in 2006 een grote lokale verkiezingsoverwinning behaalde, lanceert hij als wethouder het ene na het andere grootschalige project.

Zo probeert hij de welig tierende bureaucratie van welzijnsinstellingen aan te pakken, en de hoofdstad attractiever te maken als ‘bruisend en creatief centrum’. Landelijk bekend werd hij met zijn Wallenproject: gebruikmakend van de wet Bibob, Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur – waarmee gemeenten criminele activiteiten kunnen tegengaan door ondernemers vergunningen te onthouden – saneert hij drastisch de rosse buurt.

Met zijn gedrevenheid, intelligentie, sociale bewogenheid en analytisch vermogen is hij het grote politieke talent van het Amsterdamse college, zeggen zowel zijn politieke tegenstanders als mensen uit de eigen gelederen.

Enorme klasse
‘Hij steekt met kop en schouders boven de rest van het college uit’, vindt Oudkerk. ‘Een bestuurder met een enorme klasse’, aldus oud-wethouder Geert Dales (VVD), die Asscher leerde kennen als beginnend raadslid in 2002. ‘Ik heb toen menig debat met hem gevoerd. Hij liet zich niet gemakkelijk onderschoffelen, gaf goed tegenwicht.’ Hij is verbaal erg sterk, zegt ook de Amsterdamse D66-fractieleider Ivar Manuel. ‘Lodewijk denkt en formuleert heel snel. Niemand uit de raad of het college kan hem aan.’

Alleen bij speeches waarbij hij de gevoelige snaar probeert te raken, gaat het volgens Manuel mis. ‘Bij de laatste verkiezingscampagne begon hij een verhaal met: ‘Ik stond gisteren in de Amsterdamse Bijlmer in de rij voor de voedselbank en sprak daar een oudere vrouw.’ Bij Oudkerk zou je dan al tranen in je ogen krijgen, maar bij Asscher ligt het er te dik bovenop. Hij is te gecontroleerd en rationeel.’

Natuurlijk gezag
De landelijke partijleider, minister van Financiën Wouter Bos, is louter positief. ‘Hij is een buitengewoon intelligente jongen met een groot natuurlijk gezag en veel doorzettingsvermogen.’

Al vier jaar behoort Asscher tot zijn selecte groepje vertrouwelingen. Bos: ‘Ik vraag hem advies over concrete zaken, maar ook over grote politiek strategische onderwerpen als de koers van de partij.’ Een paar ‘aandachtspunten’ kan de grote PvdA-voorman ook wel bedenken. ‘Maar die hoeven niet in de krant.’

Anderen hebben daar minder moeite mee. ‘Lodewijk wordt vlakker, hij durft niet meer buiten de gebaande paden te treden’, zegt Oudkerk. ‘Hij moet uitkijken dat hij niet het nette neefje van burgemeester Cohen wordt. Samen zijn ze bezig op de winkel te passen.’

Tekortschiet
Ook de Amsterdamse CDA-fractievoorzitter Maurice Limmen vindt dat Asscher in de uitvoering van zijn plannen tekortschiet. ‘Hij kondigt met veel tamtam aan dat er problemen zijn, zoals de chaos bij de welzijnsinstellingen en in de jeugdzorg. Fantastisch dat hij dat ziet, maar hij zit er ook om wat te doen.’

Deze kritiek ten spijt, de verwachtingen van de politieke prestaties van Asscher zijn hooggespannen. Zoals oud-wethouder Hannah Belliot (PvdA) het verwoordt: ‘Ik heb Lodewijk altijd gezien als een prins in de politiek: hij is jong, veelbelovend, getalenteerd. En hij komt uit een goed milieu. Hij heeft alles in zich om koning van het volk te worden.’

Van goede afkomst is Asscher zeker. Hij stamt uit een joodse familie van juristen en diamantairs uit de Amsterdamse wijk De Pijp. Vader Bram is jurist en moeder Irene hoogleraar arbeidsrecht. De in 2004 overleden dirigent Hans Vonk was zijn oom. Een andere oom is Edward Asscher, president-directeur van het familiebedrijf Koninklijke Asscher Diamant Maatschappij en Eerste Kamerlid voor de VVD.

Voetsporen
Ze worden wel eens uitgenodigd om met elkaar een debat aan te gaan, vertelt oom Asscher. ‘Maar daar gaan we nooit op in. We doen het wel onder vier ogen, dat gaat heel gemoedelijk.’ Ambities binnen het diamantbedrijf had Lodewijk niet; hij stapte in de voetsporen van zijn ouders.

Aan de Universiteit van Amsterdam volgde hij de rechtenopleiding. ‘Hij was een uitstekende student’, zegt oud-docent Gerard Mom. ‘Bij een collega van mij haalde hij ooit een 10 voor een mondeling. Dat gebeurt niet vaak.’ Ook tijdens zijn promotieonderzoek viel Asscher op door zijn serieuze houding en nette voorkomen, aldus Mom. ‘Meestal liep hij hier rond in een donkerblauw pak. Terwijl hij geen visite kreeg, hij was alleen bezig met zijn proefschrift.’

Toen Asscher na zijn promotie aantrad als docent mediarecht, spraken ze vooral over hun gedeelde liefde voor klassieke muziek. Maar het was niet zijn enige muzikale voorkeur, herinnert Mom zich. ‘Toen we eens tijdens het jaarlijkse faculteitsuitje een boottocht over de grachten maakten, zong hij met een zwaar Amsterdams accent een schlager à la André Hazes. Dat wist hij mooi te vertolken.’

Onopvallend
Het is zo ongeveer de enige losbandige actie, die over Asscher te horen is. ‘Ik heb hem nooit laveloos aan de bar zien hangen’, zegt Birgitta Versluys die samen met Asscher lid was van het dispuut Medicus van studentenvereniging SSRA. ‘Hij was een vriendelijke, rustige jongen, redelijk onopvallend.’

Later, als voorzitter van het dispuut, maakte Asscher meer indruk. Versluys: ‘Hij kreeg een houding van ik-heb-gelijk zonder dat hij brallerig was. In zijn speeches werd hij steeds geroutineerder, hij wist de groep te motiveren.’

Zijn verbale kwaliteiten zijn gebleven, zijn onberispelijke houding ook. Op de vraag naar een leuke anekdote luiden de antwoorden: ‘Lodewijk heeft iets intens keurigs over zich; ‘hij is heel serieus’; ‘niet eentje van de polonaise’; ‘niet iemand van de woeste en opwindende fratsen’; ‘er is niks geks over hem te vertellen, hij is een zeer beschaafde jongen.’

In zijn werk, vinden sommigen, neemt zijn beschaving wel moralistische trekjes aan. Zo stelt hij dat de overheid een taak heeft in de opvoeding. Op de laatste schooldag deze zomer liet hij leerplichtambtenaren op Schiphol ouders controleren die vroegtijdig met hun kinderen op vakantie gingen.

Ivar Manuel: ‘Lodewijk zet een stap verder dan behaaglijk is. Hij zit mensen te dicht op de huid.’ Eric van der Burg van de VVD: ‘Hij zit nu nog aan de goede kant van de grens, maar hij neigt er af en toe naar mensen à la ChristenUnie of SGP zijn moraal op te leggen.’

Asscherpoppenkast
Ook zijn schoonveegactie op de Wallen valt niet overal in goede aarde. Straks wordt de binnenstad een ‘Lodewijk Asscherpoppenkast’, waarschuwt Van der Burg. ‘Omdat hij iedereen zo gaat neerzetten als hij wil.’ De ondernemers zitten nu al met hun handen in het haar, zegt Klaas de Weerd van Stichting Ondernemers Raamprostitutie. ‘De prostituees zoeken uitwegen en gaan bijvoorbeeld tippelen, dan gaat de vrouwenhandel juist welig tieren.’

Tot nu toe legt Asscher de kritiek naast zich neer, en zet hij zijn ambitie om de ‘Amsterdamse samenleving mooier te maken’ onverstoorbaar voort. Maar blijft het daarbij? Of gaat hij de lokale politiek verruilen voor het Haagse machtscentrum?

Hij zegt van niet. Er is nog veel te doen in Amsterdam, vindt hij. Maar die stelling hanteerde oud-collega Aboutaleb ook, tot hij toch een staatssecretarisschap accepteerde.

In de luwte
Wat denkt de partijleider? ‘Ik ga er wel van uit dat Lodewijk op termijn deze kant op komt’, zegt Wouter Bos. Ook in het Haagse zal hij zijn ei goed kwijt kunnen.’ Wanneer het zover is, vindt hij lastig te voorspellen. ‘Hij is vader van een jong kind, dus ik kan me voorstellen dat hij nog even in de luwte wil blijven.’ Maar als hij de stap neemt en de PvdA zit nog in het kabinet, mag Asscher van Bos zelf aangeven welke post hij wil.

Als hij op dat aanbod ingaat, is hij ‘de tweede ezel die zich aan dezelfde steen stoot’, waarschuwt Oudkerk, die het kan weten als voormalig Kamerlid. ‘Hij kan in de lokale politiek meer invloed uitoefenen dan in de stroperigheid van Den Haag.’ Bovendien heeft Asscher veel meer in zijn mars dan hij nu laat zien, denkt Oudkerk. ‘Ik zou tegen hem willen zeggen, spring op je fiets en ga die stad besturen. Gas geven, Lodewijk!’

Lodewijk Asscher (ANP) Beeld
Lodewijk Asscher (ANP)
Meer over