Berlusconi won dankzij Veltroni’s te grote hervormingsdrang

Veltroni’s vernieuwingen waren ook voor Berlusconi een succesformule. Maar Veltroni zelf wilde te snel vooruit...

Eric Arends

Veertien jaar nadat hij zijn leven als puissant rijke mediaondernemer ging combineren met dat van excentrieke politicus, is de aantrekkingskracht van Silvio Berlusconi op de Italiaanse kiezer nog bepaald niet uitgewerkt. Met een meerderheid in het parlement die zelfs groter is dan in de laatste peilingen, mag hij binnenkort zijn vierde centrum-rechtse regering samenstellen. Ironisch genoeg heeft Berlusconi die mogelijkheid onder meer te danken aan de hervormingsdrang van zijn centrum-linkse opponent Walter Veltroni.

Meer nog dan de routinematige wisseling van de wacht tussen links en rechts, lijkt de grootste verandering in Italië te schuilen in het enigszins genormaliseerde politieke landschap waar – af en toe – bijna fatsoenlijke omgangsvormen worden betracht. Hoofdverantwoordelijke daarvoor is Veltroni.

De 52-jarige oud-burgemeester van Rome besloot na de val van de centrum-linkse regering-Prodi een einde te maken aan het onwerkbare monsterverbond van twaalf katholieke en radicaal linkse partijen. Bovendien weigerde hij het Italiaanse spel te spelen van oneindige beledigingen aan het adres van de tegenstander. Hij bestreed Berlusconi op basis van diens programma en uitlatingen, maar maakte zich nooit vrolijk over ’s mans facelift of make-up.

Berlusconi moest daarin mee, al was het niet van harte. Veltroni’s besluit om de centrum-linkse Unie op te heffen en met zijn Democratische Partij alleen verder te gaan, dwong de zakenman-politicus het mes te zetten in zijn eigen mega-coalitie; nietsdoen zou hem het imago van angsthaas hebben opgeleverd. Daarnaast leek hij soms oprecht te proberen Veltroni’s beschaafde manier van discussiëren te volgen. Als gevolg stonden geen 35 maar vijf partijen tegenover elkaar, die ook nog eens redelijk geciviliseerd de strijd aangingen – voor Italiaanse begrippen althans.

Dat is een duidelijke breuk met het verleden. Tot voor kort bestonden de twee belangrijkste machtsblokken in Italië uit tientallen partijen, die allemaal hun eigen ideeën in het programma wilden terugzien. Dat leidde tot kabinetten die vooral bezig waren de andere partij van het pluche te houden, tot ergernis van de bevolking.

Berlusconi blijkt nu het meest van Veltroni’s initiatief te hebben geprofiteerd. Hij deed een effectieve oproep aan behoudende kiezers om de kleine rechtse partijtjes te negeren en te stemmen op zijn driepartijencoalitie. Veltroni, die steunbetuigingen kreeg van voetballer Francesco Totti en de Amerikaanse acteur George Clooney, heeft met zijn moderne campagne vermoedelijk een te grote stap vooruit willen zetten. De Democratische Partij richtte zich zowel op fabrieksarbeiders als ondernemers, vanuit het idee dat iedereen nodig is om van Italië een modern land te maken. Voor een natie die van oudsher is gespleten tussen werkgevers en werknemers, is dat een ronduit radicale opvatting.

Wat centrum-rechts ook in de kaart speelt, is het dramatische verlies van Veltroni’s voormalige linkse coalitiegenoten. De Italiaanse Communisten en de Communistische Herstichting beschikten over flink wat zetels in Kamer en Senaat. Maar op eigen houtje hebben zij de kiesdrempel niet gehaald. Dat maakt oppositievoeren lastig voor Veltroni, en de leiders van de betreffende partijtjes laten niet na hem dat in te peperen.

Maar de vraag is of Italië zich een keiharde strijd tussen regering en oppositie kan permitteren. Het land kampt met grote problemen, van het afval in Napels tot een economische groei die al jarenlang achterblijft bij het Europees gemiddelde. Van belang is vooral dat er snel iets gebeurt.

Berlusconi’s nieuwe bestuur lijkt stabiel genoeg om effectief in actie te komen. Veel hangt af van Berlusconi’s medestanders van de Lega Nord. De grote winst die de partij uit Lombardije behaalde, zal ze uitbetaald willen zien in de verwezenlijking van haar belangrijkste programmapunten – te beginnen met een wet die regelt dat de belastingopbrengsten uit Noord-Italië ten goede komen aan de ‘eigen mensen’ en niet aan het ‘achterlijke zuiden’. Die federale kijk op het land kan tot spanningen leiden met coalitiegenoten die Italië graag als één land zien.

In het ‘oude Italië’ zou de oppositie er alles aan doen om de regering in dit soort gevallen pootje te lichten. Veltroni heeft daarentegen aangegeven bereid te zijn om ‘in het belang van het land’ met Berlusconi samen te werken. In Italië is dat ongekende winst.

Meer over