Berlijns succes

DE EUROPESE top in Berlijn begon onder een somber gesternte. De EU-regeringsleiders moesten het eens worden over lastige financiële dossiers, waarbij de lidstaten dikwijls frontaal tegenover elkaar stonden....

Tegen de achtergrond van de laaggespannen verwachtingen moet het resultaat van de Berlijnse top zonder meer worden toegejuicht als een verrassend en bemoedigend succes. Dat is te danken aan de constructieve opstelling van de EU-leden die de noodzaak van overeenstemming inzagen, en zich tot een serieus geven en nemen bereid toonden. Waardering komt met name toe aan het Duitse voorzitterschap dat zich tot het uiterste heeft ingespannen om de begeerde consensus te bereiken.

Een mooie start was de snelle eensgezindheid over een nieuwe voorzitter van de Europese Commissie. Kandidaat (want hij moet nog het vertrouwen krijgen van het Europees Parlement) is de Italiaanse oud-premier Romano Prodi. De keus voor Prodi is in meer dan één opzicht een gelukkige.

De zakelijk ingestelde, economische geschoolde, integere Italiaanse politicus zal de invloed, het prestige en de bestuurskracht van de Europese Commissie ongetwijfeld een impuls kunnen geven. Het aantreden van een Italiaan is bevorderlijk voor het overbruggen van de kloof tussen Noord en Zuid binnen de Unie. Gezien zijn indrukwekkende staat van dienst bij het saneren van de Italiaanse economie is Prodi ook het wapen bij uitstek tegen reële angsten én vooroordelen bij de noordelijken over Zuideuropees gesjoemel.

Uiteraard heeft ook Nederland reden om tevreden op de Berlijnse top terug te blikken. De Haagse eis om in het kader van de Agenda 2000 een minder grote netto-bijdrage aan Europa te leveren is volledig gehonoreerd. De op dit punt in het regeerakkoord neergelegde bezuiniging van 1,3 miljard gulden is veiliggesteld. Zalm, Van Aartsen en Kok hebben het hard, maar effectief gespeeld.

Ook Groot-Brittannië (dat niet méér hoeft te betalen) Frankrijk (dat de steun aan zijn boeren wist veilig te stellen) en Spanje (dat vreesde veel minder geld uit de structuurfondsen te zullen krijgen) zijn tevreden gesteld. Een nadeel van het status quo-element in de gesloten compromissen is dat bij toetreding van de beoogde nieuwe Middeneuropese leden het budget explosief dreigt te stijgen. In dat opzicht is in Berlijn een netelig deel van de problematiek naar de toekomst verschoven.

Opvallend was dat kanselier Schröder terwille van de consensus de Duitse financiële eisen grotendeels heeft ingeslikt. Daarmee volgt hij - tegen de verwachting in - het voorbeeld van zijn voorganger Kohl en is Duitslands Europese engagement opnieuw overtuigend bevestigd.

Meer over